Categorie archief: Geen categorie

Erkenning genocide op Arameeërs van 1915

genocide1915

aan de   leden van de Vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken,

betreft:  Erkenning genocide op Armeniërs en Arameeërs van 1915

Enschede, 12 februari 2018

 

Geachte leden van de commissie,

 

Met het oog op het debat deze week over het gezamenlijk advies van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) en de Extern Volkenrechtelijk Adviseur (EVA) “inzake mogelijkheden, betekenis en wenselijkheid van het gebruik door politici van de term genocide” en de reactie van de regering daarop, wil de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) de volgende punten onder uw aandacht brengen:

 

  1. Zonder nadere toelichting reduceren de CAVV en de EVA het begrip ‘politici’ al in paragraaf 1 van hun gezamenlijk advies tot ‘leden van het parlement’ waarbij ze leden van de regering en dus de regering als zodanig buiten beschouwing laten. In hun advies en ook in de hoorzitting die uw Kamer over het advies organiseerde benadrukken zij vervolgens “dat parlementaire vaststellingen in het internationaal recht een andere [mindere – ABM] juridisch betekenis hebben dan handelingen van de regering” en dat “[a]an standpunten van het parlement volkenrechtelijk gezien (…) geen bijzonder gewicht [kan] worden toegekend”. Het oordeel dat er dus toe doet is het oordeel van de regering, maar het belang daarvan komt in het advies niet aan de orde.

 

  1. Een tweede reductie die de CAVV en de EVA zonder nadere toelichting al in het begin maken is dat ze zich willen beperken tot genocides of misdaden tegen de menselijkheid die nog gaande zijn. Discussies over genocides of misdaden tegen de menselijkheid uit het verleden betreffen vooral juridische vragen rond reparaties en excuses. In haar reactie stelt de regering vervolgens in haar antwoord op vraag 11 dat zij de Armeense genocide vooral als een zaak van de Turkse en Armeense regering ziet om er een gezamenlijke duiding van te geven “met als doel de noodzakelijke acceptatie en verwerking van het verleden”.

Hierbij hebben we een aantal opmerkingen:

  • Wat zou de regering in deze lijn willen voorstellen inzake van de genocide die gelijk met de Armeense genocide op de Arameeërs werd gepleegd? De Arameeërs hebben geen eigen staat en dus geen eigen regering die namens hen het gesprek met de Turkse regering aan zou kunnen gaan. En dat geldt voor meer volkeren die geen eigen staat hebben en in het verleden juist wel onder een genocide hebben geleden. Je zou zelfs kunnen stellen dat de meeste volkeren die in het verleden onder een genocide geleden hebben geen eigen staat hebben die voor hen op zou kunnen komen. Wie zou volgens de Nederlandse regering namens deze slachtoffers in gesprek moeten met de regering die de daders vertegenwoordigd om tot “de noodzakelijke acceptatie en verwerking van het verleden” te komen?
  • De overlevenden van de genocide die in 1915 op de Arameeërs is gepleegd wonen inmiddels voor een groot deel in het Westen en zijn staatsburger van deze landen. Ook van Nederland, waar zo’n 15.000 Arameeërs wonen. Genocide-onderzoeker Ugur Üngör wees tijdens de hoorzitting al op hun bestaan en ook op het belang dat zij – al dan niet expliciet – hechten aan de erkenning door ook hùn Nederlandse regering van het leed dat hun gemeenschap is aangedaan èn aan de inzet van ook hùn Nederlandse regering om “de noodzakelijke acceptatie en verwerking van het verleden” dichterbij te brengen.
  • Door enerzijds een scherp onderscheid te maken tussen “historische” en “nog gaande” genocides en anderzijds juist het onderscheid te relativeren tussen “genocides” en “misdaden tegen de menselijkheid” gaan de CAVV, de EVA en in hun kielzog de Nederlandse regering volstrekt voorbij aan het karakter van een verschijnsel “genocide” zoals in verschillende studies naar voren is gebracht. Het gaat bij genocide niet enkel om een massamoord, maar op het verwijderen van alles wat aan het bestaan van een bevolkingsgroep herinnert: overlevenden hebben een andere identiteit gekregen, culturele sporen in schrift, gebouwen, bewoningssporen, archeologische sites worden doelbewust vernietigd en uit de geschiedschrijving geschrapt. De ontkenning van de genocide is een wezenskenmerk van dit verschijnsel en vormt er als het ware het sluitstuk van. Dat betekent dat zolang ze ontkend wordt, een genocide altijd door blijft gaan en geen historisch feit kan zijn dat als afgesloten kan worden beschouwd. Dat we als Aramese Beweging voor Mensenrechten met grote regelmaat bij de Nederlandse regering en de Tweede Kamer aandacht vragen voor de immer voortgaande onteigening van kerken en kloosters door de Turkse regering, voor de (dreigende) vernietiging van duizenden jaren oude archeologische en historische sites waarvan er vele op de UNESCO-werelderfgoedlijst staan en voor de schendingen van de culturele en religieuze vrijheidsrechten van Arameeërs in het Midden-Oosten heeft alles te maken met het tot op de huidige dag doorwerken van die genocide en het hoofdkenmerk ervan: de systematische ontkenning van het bestaan van een Aramese bevolking. Het opkomen voor de mensenrechten van de Arameeërs van vandaag heeft dus alles te maken met de erkenning van de genocide van meer dan 100 jaar geleden.
  • De Nederlandse regeringen hebben de afgelopen decennia het opkomen voor de mensenrechten en voor de internationale rechtsorde altijd als één van de belangrijkste prioriteiten beschouwd in het Nederlands Buitenlands beleid. Het is ondenkbaar dat de Nederlandse regering bij grootschalige mensenrechtenschendingen elders in de wereld stelt dat dit een kwestie tussen de statelijke vertegenwoordiger van de dadergroep en die van de slachtoffergroep is. Wij zien niet in waarom dit bij genocides, de ergste mensenrechtenschending die er is, wel zou moeten gelden.

 

  1. In de kabinetsreactie van 22 december jl. is het antwoord op vraag 11 overigens gewijzigd! Er wordt nu gesteld dat er in deze kwestie geen sprake is van een uitspraak van een internationaal gerechts- of strafhof, noch van een bindende resolutie van de VN-Veiligheidsraad. Dit brengt ons tot onze slotvraag: welk initiatief gaat de Nederlandse regering dit jaar, waarin zij lid is van de VN-Veiligheidsraad, nemen om tot een bindende resolutie van dit orgaan inzake de genocide op de Armeniërs en Arameeërs te komen?

 

Met vriendelijke groet,

namens de Aramese Beweging voor Mensenrechten,

 

Aziz Beth Aho

voorzitter

Arameeërs en hun erfgoed slachtoffer van de Turkse invasie in Afrin

ain-dara-giant-lions_tfxwiu

brief ABM inzake Afrin 30-01-2018

aan de Minister van Buitenlandse Zaken,

de heer H. Zijlstra,

 

betreft: Arameeërs en hun erfgoed slachtoffer van de Turkse invasie in Afrin

Enschede, 30 januari 2018

Excellentie,

Het bestuur van de Aramese Beweging voor Mensenrechten doet een klemmend beroep op u om (in Europees of NAVO-verband) al het mogelijke aan te wenden de Turkse invasie in de Noord-Syrische provincie Afrin te doen stoppen.

Na de verwoestingen die ISIS de afgelopen jaren reeds heeft aangericht onder de Aramese christenen in Syrië en onder hun eeuwenoude erfgoed (zoals het UNESCO-werelderfgoed in de woestijnstad Palmyra), trekt nu het Turkse leger dood en verderf zaaiend door Afrin waarbij inmiddels al tientallen burgers waaronder ook vele vluchtelingen uit de rest van Syrië zijn omgekomen en waarbij grote delen van het Aramese erfgoed op de archeologische locatie Ain Dara zijn verwoest. Ain Dara is van groot (cultuur-)historisch belang. Het werd 3000 jaar geleden gesticht door Arameeërs en maakte deel uit van het toenmalige Aramese koninkrijk Beth Agusi dat onder andere Arpad en Aleppo omvatte.

Het grensgebied van de huidige republieken Syrië en Turkije wordt al enkele millennia door Arameeërs bewoond en vormt de culturele bakermat voor de beschavingen van het Midden-Oosten en Europa, waaronder de verspreiding van het christendom. Ruim 100 jaar geleden vond in deze regio, gelijktijdig met de Armeense Genocide ook de genocide op de Arameeërs, de Sayfo, plaats. Veel Arameeërs werden verdreven of ontvluchten het woongebied Tur Abdin in Zuidoost-Turkije om zich langs de noordgrens van de latere republiek Syrië bij hun volksgenoten te vestigen. In Zuidoost Turkije leven thans bijna geen Arameeërs meer en hun eeuwenoude kerken en kloosters (zoals het uit de vierde eeuw daterende Mor Gabriël) dreigen onteigend te worden en een andere bestemming te krijgen of definitief te verdwijnen, waarmee de genocide in de zin van het uitwissen van de allerlaatste sporen van de Arameeërs en hun eeuwenoude en rijke beschaving voltooid dreigt te worden.

In de Syrische gebieden waar de Arameeërs zich lange tijd veilig waanden heeft ISIS de laatste jaren geprobeerd om de genocide ook aan die zijde van de grens te voltooien door de daar levende Arameeërs te doden of te verdrijven en hun culturele erfgoed moedwillig te vernielen. Tijdens de inmiddels bijna zeven jaar durende oorlog in Syrië was de regio Afrin het oorlogsgeweld relatief bespaard gebleven, maar daar heeft de militaire invasie van NAVO-bondge-noot Turkije nu een eind aan gemaakt. In plaats van serieus werk te maken van de met Turkije overeengekomen vluchtelingenopvang in de regio moeten vele ontheemden die naar Afrin waren gevlucht nu weer elders een veilig heenkomen zoeken.

Turkije doet bij deze invasie een beroep op haar eigen veiligheid die ze moet verdedigen tegen de Syrische bondgenoten van de PKK en waartoe ze al eerder aangaf een bufferzone langs de Syrische grens te willen creëren. Een voornemen dat ze thans lijkt uit te voeren. Wij bepleiten de veiligheid van de Aramese burgers en hun erfgoed in deze voorgenomen bufferzone die (wederom) ernstig door de verwezenlijking van een Turkse droom wordt bedreigd. Europa en de Verenigde Staten mogen dit keer niet weer, net als 100 jaar geleden, wegkijken bij deze genocide die zich voor hun ogen voltrekt. Als ze dat doen, hebben ze niets geleerd van de geschiedenis van de afgelopen eeuw.

Bij uw ambtsvoorgangers, Timmermans en Koenders, hebben we de afgelopen jaren herhaaldelijk aandacht moeten vragen voor de verwoesting van eeuwenoud Aramees erfgoed in het Midden-Oosten als gevolg van terrorisme en oorlogshandelingen. Afgelopen najaar nog over de dreigende verwoesting van de 12000 jaar oude Aramese stad Hasankeyf door een heel ander oorzaak, namelijk de bouw van de omstreden Ilisudam door de Turkse regering in de bovenloop van de Tigris, waaruit ook weer blijkt dat het Aramees erfgoed bij hen niet in veilige handen is.

Graag hebben we binnen afzienbare tijd een ontmoeting met u op het ministerie om indringend met u over deze situatie te spreken. Daarmee zou u dan ook een belofte inlossen die uw ambtsvoorganger Koenders in het voorjaar van 2016 deed toen hij, in het kader van het Nederlands EU-voorzitterschap, kort een door ons georganiseerde hoorzitting in het Europees Parlement bijwoonde.

Met vriendelijke groet,

namens de Aramese Beweging voor Mensenrechten,

Aziz Beth Aho

voorzitter

cc. Tweede Kamer

Artikel over de verwoesting van historisch Aramese erfgoed;

https://www.timesofisrael.com/ancient-syrian-temple-damaged-in-turkish-raids-against-kurds/

Bijeenkomst ABM/EvV op 22 september 2017: “Terug naar Mosul”

affiche 2017-09-22Onder deze titel : “Terug naar Mosul” organiseren de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) en Enschede voor Vrede (EvV), in het kader van de landelijke vredesweek die dit jaar als thema “De Kracht van Verbeelding” heeft, op vrijdagavond 22 september a.s. van 19.30 tot 21.00 uur in het gebouw van Platform Aram, Vlierstraat 93, Enschede, een bijeenkomst met Yosé Höhne-Sparborth.
Drie jaar geleden ontvluchtten duizenden moslims, christenen en jezidi de stad Mosul en omgeving toen deze door ISIS onder de voet werd gelopen. De meesten werden opgevangen in het noorden van Irak. De afgelopen maanden is Mosul gedeeltelijk op ISIS heroverd en de eerste vluchtelingen keren weer terug. Maar wat treffen ze daar aan en wat heeft de vlucht met hen gedaan? Yosé Höhne-Sparborth is de afgelopen jaren veelvuldig in Mosul, Kirkuk en Süleymaniya geweest, heeft samen met de Chaldeeuws-Katholieke bisschop Yousif Thomas Mirkis van Kirkuk en Süleymaniyah gewerkt onder de vluchtelingen en heeft in augustus een aantal teruggekeerden bezocht. Zij deelt met ons haar ervaringen.
Uw aanwezigheid wordt door ons erg op prijs gesteld.

Arameeërs vrezen vernietiging laatste sporen in Turkije

Het bericht dat het Turkse regime in de provincie Mardin op grote schaal Aramese eigendommen confisqueert en ruim vijftig kerken en kloosters met bijbehorende grond overdraagt aan het Presidium voor Religieuze Zaken (Diyanet) heeft voor woedende reacties gezorgd, ook in Nederland. De Kanttekening sprak daarover twee prominente Aramese Nederlanders.

‘De afgelopen tien jaar is de situatie van Arameeërs in Turkije van slecht naar slechter gegaan. Hoewel ik een optimistisch mens ben, vrees ik dat het de komende jaren ook niet beter gaat worden’, zegt de voorzitter van de Aramese Beweging voor Mensenrechten, Aziz Beth Aho. Er wonen ongeveer vijfentwintig duizend Arameeërs in Turkije, de gemeenschap was ooit veel groter. ‘Arameeërs hebben in de loop der eeuwen veel ellende meegemaakt en daar lijkt geen eind aan te komen. Het lijkt alsof de genocide nog niet is beëindigd’, vertelt hij. ‘Genocide is niet alleen het vermoorden van mensen, we hebben nu te maken met een culturele genocide. Wat IS in Irak en Syrië doet, doet Turkije nu in Tur Abdin. Door het plunderen van erfgoed in Hesno d-Kifo (Turks: Hasankeyf) bijvoorbeeld of het onteigenen van kerken en gebouwen.’ Tur Abdin is een heuvelachtige regio in het zuidoosten van Turkije met grote historische, religieuze en culturele waarde voor Arameeërs.

https://dekanttekening.nl/wereld/arameeers-vrezen-vernietiging-laatste-sporen-in-turkije/

Bedreiging Aramees erfgoed in Turkije door bouw Ilisudam

hasno

aan de Minister van Buitenlandse Zaken,

de heer A. Koenders,
Postbus 20061,
Den Haag

betreft: bedreiging Aramees erfgoed in Turkije door bouw Ilisudam

Enschede, 11 september 2017

Excellentie,

Waar we de afgelopen tijd meermalen aandacht hebben moeten vragen voor de verwoesting van eeuwenoud Aramees erfgoed in het Midden-Oosten als gevolg van terrorisme en oorlogshandelingen, voelen we ons thans gedwongen aan de bel te trekken over de dreigende verwoesting van Aramees erfgoed door een heel andere oorzaak, namelijk de bouw van de omstreden Ilisudam door de Turkse regering in de bovenloop van de Tigris waardoor de van oorsprong Aramese 12000 jaar oude historische stad Hasankeyf geheel onder water zal komen te staan.

De plannen van de Turkse regering om deze Ilisudam te bouwen dateren al van 1954, maar onder druk van lokale en internationale organisaties (zoals UNESCO en de Wereldbank) die opkomen voor het cultureel erfgoed hebben op verschillende momenten in de afgelopen 15 jaar Europese landen en bedrijven die bij de uitvoering van dit grootschalige project betrokken zouden zijn hun medewerking stopgezet. In 2002 ging het om het Britse bedrijf Balfour Beatty dat zich ten gevolge van publieke druk terugtrok; in 2009 de samenwerkende overheden van Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland.

Onlangs is de Turkse overheid zelf begonnen met de voorbereidingen van de dam en het bijbehorende stuwmeer waarin Hasankeyf verzwolgen zal worden. Met explosieven worden de kalkstenen kliffen rond Hasankeyf tot ontploffing gebracht: torenhoge kliffen waarin vijfduizend grotwoningen van soms tweeduizend jaar oud zijn uitgehakt en waarvan enkele thans nog (of in ieder geval tot voor kort) worden bewoond. Van voorstellen om door de dam 20 meter lager te bouwen dit historisch werelderfgoed te behouden, wil de Turkse regering niets weten.

Naast de enorme verwoestingen door ISIS van bijvoorbeeld het oude Nineve bij Mosul of van Palmyra (Tadmor) in centraal Syrië en van de historische binnensteden van Mosul Aleppo en Diyarbakir ten gevolge van de oorlogshandelingen, die alom worden gezien als de bakermat van de Westerse beschaving, dreigt door deze halsstarrige en op louter economisch gewin gerichte houding van de Turkse regering ook Hasankeyf, lange tijd regerings- en economisch centrum van een zelfstandige staat, van de aardbodem te verdwijnen.

We vragen u dringend om in Europees verband al het mogelijke te doen om deze vernielzucht een halt toe te roepen.

Met vriendelijke groet,
namens de Aramese Beweging voor Mensenrechten,

Aziz Beth Aho
voorzitter

Behandeld worden als minderheid of als staatsburgers met mensenrechten

Op vrijdagmiddag 28 juli 2017 sprak een delegatie van de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM), voor deze gelegenheid uitgebreid met de in Istanbul gevestigde Turks-Aramese advocaat en onderzoeksjournalist Erkan Metin, met Jacco Bos, coördinator Turkije, Westelijke Balkan, Griekenland/Cyprus/Malta op het ministerie van Buitenlandse Zaken dat net deze week in een nieuw kantoorgebouw pal naast station Den Haag Centraal was getrokken. Het gesprek vond plaats op verzoek van ABM naar aanleiding van de zeer teleurstellende beantwoording door het ministerie van de Kamervragen over de confiscatie van 50 Aramese kerken en kloosters rond Mardin.

minbuza

v.r.n.l. Aziz Beth Aho, Erkan Metin, Jacco Bos en Marcus Yalcin

De antwoorden van de minister kwamen precies één dag na de door ABM op woensdag 19 juli jl. georganiseerde bijeenkomst over dit onderwerp en met name opmerking dat het niet om een confiscatie zou gaan maar om een “eigendomsoverdracht naar aanleiding van bestuurlijke herindeling (…) conform de geldende wet- en regelgeving schoot ABM danig in het verkeerde keelgat. Op maandag 24 juli werd een kritische brief aan de minister gestuurd met als slotzin dat ABM “alle aanleiding en noodzaak zag voor een nader gesprek en gezien de ontwikkelingen in Turkije op de zo kortst mogelijke termijn”. De volgende dag was de afspraak voor vier dagen later een feit.

In het gesprek zetten Aziz Beth Aho en Erkan Metin uiteen dat de “eigendomsoverdracht” van de 50 kerken en kloosters niet op zichzelf staat. Ze moet geplaatst worden in een scala van maatregelen en ontwikkeling in Turkije die de afgelopen eeuw heeft geleid tot een geleidelijk verdwijnen van de Aramese gemeenschap die sinds mensen-heugenis het gebied, dat thans in het zuidoosten van Turkije ligt, bewoont en daar aan het begin van onze jaartelling haar kerken en kloosters bouwde die tot op de dag van vandaag door deze gemeenschap worden gebruikt maar sinds vorige maand niet langer haar eigendom zijn.

Bij het Verdrag van Lausanne van 1923, waarbij de Republiek Turkije door de toenmalige internationale gemeen-schap werd erkend, werden ook de culturele rechten van drie etno-religieuze minderheden vastgelegd: de Joden, de Armeniërs en de Grieken. De Arameeërs zijn als niet-islamitische en niet-Turkse minderheid vergeten en hun taal, cultuur, erfgoed en religieuze eigendommen genieten niet de bescherming van die van de andere minder-heden in Turkije. Ze bestaan eenvoudigweg niet. Veel Arameeërs zijn daarop al vertrokken naar landen waar ze wel mochten bestaan.

In de jaren ’70, voorafgaand aan de oorlog tussen de PKK en het Turkse leger in Zuidoost-Turkije, woonden er nog zo’n 150.000 Arameeërs in deze regio. Net als ook nu weer werd zowel door de PKK als door het regeringsleger aan hun loyaliteit getwijfeld en kwamen ze tussen hamer en aambeeld te zitten. Velen zijn daarop naar het buitenland gevlucht (onder andere naar Nederland), anderen naar veiliger plekken in Turkije, zoals de kosmopolitische stad Istanbul waar op dit moment zo’n 20.000 Arameeërs wonen tegenover een schamele 3.000 in het oorspronkelijke woongebied in het zuidoosten van het land. In Twente wonen er op dit moment ook zo’n 20.000.

Nadat vijftien jaar geleden de strijd tussen de PKK en het regeringsleger luwde en de rust in het gebied enigszins terugkeerde, kreeg de Aramese gemeenschap te maken met bestuurlijke maatregelen die haar in haar voort-bestaan bedreigen. In het kader van de toetredingsonderhandelingen tot de Europese Unie heeft Turkije het kadaster moeten moderniseren (heldere en formeel vastgelegde eigendomsverhoudingen zijn voor de EU namelijk belangrijker dan informele in de loop van de jaren gegroeide gebruiksrechten van geen rechtspersoonlijkheid bezittende religieuze gemeenschappen) waarbij Turkse en Koerdische inwoners van Zuidoost-Turkije zich op grote schaal de eigendommen van weggetrokken Arameeërs toeëigenden.

Achtergebleven Arameeërs, waaronder de bewoners van verschillende kloosters (ook de vorige maand geconfisqueerde kloosters werden nog bewoond en de aanwezige monniken zijn nu plotseling als het ware “krakers” van het klooster dat hen eeuwenlang heeft toebehoord), moeten nog steeds een kostbare en langdurige juridische strijd leveren om hun eigendommen te kunnen behouden. Het bekendste voorbeeld hiervan is het klooster Mor Gabriël, dat net als twee andere Aramese religieuze gemeenschappen, een stichtingsvorm onder de Turkse wet heeft weten te verwerven en dat als rechtspersoon in staat is om nu al vele jaren enkele tientallen procedures te voeren.

Erkan Metin voert aan dat de Turkse staat deze onteigeningen altijd wel weet in te kleuren met zakelijke argu-menten en een zweem van redelijkheid, maar dat het resultaat toch is dat in dit geval de Aramese gemeenschap definitief van haar eigendommen wordt beroofd. Dat geldt voor de “eigendomsoverdracht” van de 50 kerken en kloosters, maar dat gold ook voor de confiscatie in het voorjaar van 2016 van vijf aan verschillende denominaties toebehorende kerken in het centrum van Diyarbakir waarvoor de Turkse staat het argument hanteerde dat deze kerken ernstig waren beschadigd door de gevechten tussen de PKK en het regeringsleger en tijdelijk door de regering waren geconfisqueerd om gerenoveerd te worden waarna ze weer aan de betreffende kerkgenoot-schappen overgedragen zouden worden. In antwoord op toen gestelde Kamervragen nam de Nederlandse regering deze redenering over, de kritiek vanuit het buitenland op deze confiscatie verstomde, maar volgens Metin zullen we heel lang moeten blijven wachten op de beloofde teruggave en is de Turkse regering dat niet van plan.
De dadendrang die de Turkse overheid op dit terrein tentoonspreidt, staat in schril contrast tot de traagheid waarmee andere verzoeken worden ingewilligd. Zo wachten de 20.000 naar Istanbul vertrokken Arameeërs al vele jaren op toestemming om in deze stad een eigen kerk te mogen bouwen en ligt het wetsvoorstel, dat op verzoek van de Europese Unie tot stand is gekomen, om religieuze gemeenschappen eenvoudiger stichtingen op te laten richten om, zoals het Mor Gabriël klooster, de religieuze eigendommen te beheren, al vier jaar te wachten om in stemming gebracht te worden. Ook de benoeming van een nieuwe Armeense patriarch, waar de Turkse overheid formeel toestemming voor moet geven, ligt al geruime tijd stil.

Volgens Metin is er echter meer aan de hand. Er worden allerlei maatregelen genomen en uitspraken gedaan die gericht zijn tegen religieuze minderheden die daardoor in toenemende mate in angst leven in het land. Eén van die maatregelen is dat in 2015 de Aramese Vereniging in Turkije door de Turkse overheid werd verboden nadat deze, in het kader van de toetredingsonderhandelingen, in 2003 voor het eerst mocht worden opgericht. De vrijheid van Arameeërs in Turkije om een eigen vereniging op te richten heeft dus krap 12 jaar geduurd! Een ander, recenter voorbeeld betreft de joodse gemeenschap in Istanbul die vereenzelvigd wordt met het recente Israëlische optreden rond de Al Aqsa moskee. Er waren heftige straatprotesten bij de Neve Shalom synagoge in Istanbul en de Turkse politie maakte duidelijk geen hand uit te zullen steken voor het geval het echt uit de hand gaat lopen. Er worden expliciete herinneringen opgeroepen aan de pogrom van Istanbul van 1955 en veel “niet-islamitische” inwoners van Istanbul overwegen serieus het land te verlaten voor het te laat is.

Jacco Bos laat weten erg blij te zijn met deze bredere schets van wat er gaande is in Turkije en laat weten dat de beantwoording van Kamervragen over Turkije altijd in samenspraak gebeuren met de Nederlandse ambassade in Ankara die overigens een goede relatie heeft met de Mor Gabriël Stichting. Zelf heeft Bos tot vorig jaar op de Nederlandse ambassade in Beiroet gewerkt en herkent hij vanuit die ervaring ook wel een aantal aspecten van de (bestuurs)cultuur van het Midden-Oosten en van de positie van religieuze minderheden in islamitische landen. Juist vanuit die herkenning komt hij echter tot de vraag wat de ideologische drijfveer van de Turkse overheid is om joodse en christelijke minderheden als het ware het land uit te pesten. Erdoğan dweept met het Ottomaanse verleden van Turkije en daar was, in het millet-systeem, altijd plaats ingeruimd voor deze twee “volkeren van het boek”.

Metin antwoordt dat het neo-Ottomanisme van Erdoğan niet zozeer het herstel is van het Ottomaanse rijk, doch veeleer een combinatie van het extreme Turks-nationalisme met de ambitie om het leiderschap in de islamitische wereld te bekleden zoals de Ottomaanse sultans die hadden als kalief. In dat streven wordt Erdoğan niet alleen steeds autoritairder, maar is bij hem ook steeds minder plaats voor niet-islamitische en niet-soennitische minderheden in Turkije. Niet alleen joden en christenen, maar ook alevieten (die overigens ook niet voorkomen in het Verdrag van Lausanne en nu vooral met Assad worden geassocieerd) is Erdoğan liever kwijt dan rijk.

Tot slot benadrukt Bos dat de Nederlandse regering op dit moment, vanwege het conflict van afgelopen maart, geen politieke relatie met de Turkse regering onderhoudt en de Turkse regering dus niet direct kan aanspreken op de ter tafel gekomen maatregelen. De Nederlandse regering kan alleen iets in Europees verband doen of politiek bedrijven op de Bühne, dat wil zeggen met openbare verklaringen. Nadeel van dat laatste is dat als je flink in het openbaar rondbazuint dat je voor de christelijke minderheden in Turkije wil opkomen, je in de huidige verhou-dingen alleen maar extra voeding geeft aan de Turkse propaganda dat de christenen in Turkije een vijfde kolonne vormen van het verfoeide Europa, eigenlijk niet als medeburgers vertrouwd kunnen worden en maar beter uit de samenleving kunnen worden verwijderd.

Metin en Beth Aho onderkennen dit probleem en benadrukken dat Nederland of Europa in haar publieke stellingname ook niet haar eigen christelijk identiteit moet aanwenden om vooral op te komen voor de positie van christenen in Turkije, maar dat ze vanuit de universele en Europese mensenrechtenverdragen, die Turkije beide heeft ondertekend, publiekelijk op zal moeten komen voor de mensenrechten van de Turkse bevolking en in het bijzonder voor de minderheden in Turkije (niet alleen christenen en joden, maar ook alevieten) die door de Turkse overheid worden geschonden. Op het gebied van mensenrechten is de afgelopen jaren echt een forse achteruitgang te zien in Turkije en daar laten de Europese ministers zich veel te weinig over uit. De regering Erdoğan is niet gevoelig voor omfloerste diplomatieke bewoordingen, maar verstaat vooral harde taal en het dreigen met bijvoorbeeld toerisme-boycots, zoals de Russische president Poetin eerder en de Duitse minister Gabriël onlangs hebben geuit. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken zou een voorbeeld aan zijn collega Gabriël kunnen nemen. Metin benadrukt dat als de EU Erdoğan zijn gang laat gaan met de steeds verdere inperking van mensen-rechten, er op termijn juist meer vluchtelingen vanuit Turkije naar Europa zullen komen in plaats van minder.

Naast het innemen van een wat fermere en duidelijker houding jegens Erdoğan, zou de Nederlandse regering zich volgens Beth Aho in Europees verband achter de op 5 juli jl. door het Europees Parlement aangenomen resolutie kunnen scharen en dan met name achter de daarin opgenomen punten om “religieuze gemeenschappen in staat te stellen rechtspersoonlijkheid te verwerven”, “alle restricties ten aanzien van de opleiding, benoeming en opvolging van geestelijke weg te nemen”, “alle vormen van op godsdienst gebaseerde discriminatie of belemmeringen uit te bannen” en “er bij de regering op aan te dringen de recent in beslag genomen kerken in de regio Diyarbakir aan hun rechtmatige eigenaars terug te geven”.

Bos wijst er nogmaals op dat Nederlandse ambassade in Ankara daarnaast goede contacten met de Mor Gabriël Stichting onderhoudt en daarmee de positie van deze stichting enigszins versterkt. Daarnaast zal de Nederlandse ambassade, samen met enkele andere ambassades, binnenkort een veldbezoek aan Zuidoost Turkije brengen en met verschillende betrokkenen te spreken. Als ABM nog bepaalde personen of organisaties wil voorstellen om tijdens dat veldbezoek te spreken, dan houdt hij zich aanbevolen. Tot slot komen Bos en ABM overeen om, net als eerder dit jaar met de afdeling Midden-Oosten is afgesproken, dit gesprek op jaarlijkse basis voort te zetten.

Na afloop van dit gesprek legden de aanwezige ABM-bestuursleden Metin, die lid is van het partijcongres van de pro-Koerdische HDP, vervolgens ook de vraag voor naar zijn verwachtingen ten aanzien van het referendum in de Koerdische Autonome Regio in Irak en ten aanzien van het voorstel van Chaldeeuwse, Aramese en Assyrische politieke partijen omtrent de toekomst van de vlakte van Ninevé. Twee onderwerpen die afgelopen zondag ook centraal stonden bij het gesprek met de Chaldeeuws-katholieke aartsbisschop van Kirkuk en Süleymaniya, Yousif Thomas Mirkis.

Ten aanzien van het Koerdisch referendum meent Metin dat dit een ramp kan betekenen voor de daar woonachtige christenen. Barzani is een bondgenoot van Erdoğan en volgt in zekere zin eenzelfde nationalistische èn religieuze politiek waarin geen ruimte is voor een niet-Koerdische en niet-soennitische bevolking. En waar in Turkije de afgelopen honderd jaar het idee van laïcisme (scheiding van kerk en staat) nog enigszins wortel heeft geschoten, is dat in het Koerdistan van Barzani volstrekt afwezig en zullen de Aramese christenen dus echt een Koerdisch-islamitische overheid tegenover zich vinden. Metin bevestigt de veronderstelling dat Barzani in 2014 een soort verdelingsverdrag van Noord-Irak met ISIS heeft gesloten, waarbij beiden elkaars territorium zouden respecteren en samen het gezag van de (sjiitische) centrale overheid van Irak verder zouden ondergraven.

Ten aanzien van het idee van een beveiligde christelijke autonome regio in de vlakte van Ninevé is zijn standpunt aanmerkelijk positiever dan dat van Yousif Thomas Mirkis en de patriarch van de Chaleeuws-katholieke kerk, Louis Sako. Geconfronteerd met de uitspraken van beide prelaten dat de Aramese christenen in Irak in de eerste plaats Irakees zijn en hun plek ook als burger van Irak moeten zien, herinnert hij eraan dat de patriarch van de Syrisch-Orthodoxe kerk destijds, nadat bleek dat de Arameeërs niet voorkwamen in het Verdrag van Lausanne, stelde dat dit niet erg was omdat de Arameeërs in Turkije burger van Turkije waren en dus Turk en als Turken hun burgerrechten zouden krijgen. “En zie wat daarvan terecht is gekomen,” aldus Erkan Metin. Het gebied zou beschermd moeten worden door een internationale VN-macht, maar Metin erkent dat een dergelijke VN-macht op Cyprus ook weinig uit heeft kunnen richten en dat VN-lidstaten alleen troepen voor een dergelijke VN-macht zullen leveren als ze er zelf belang bij hebben.

Jan Schaake
28/29 juli 2017

ABM organiseert een bijeenkomst over de actuele situatie van de mensenrechten van Arameeërs in Turkije en Libanon

affiche 2017-07-19Enschede, 14 juli 2017 – De Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) organiseert op woensdagavond 19 juli 2017 in het verenigingsgebouw van Platform Aram (Vlierstraat 93, Enschede) een bijeenkomst over de actuele situatie van Arameeërs in Turkije en Libanon. Hun situatie staat in de schaduw van hun volks- en geloofsgenoten in Syrië en Irak, maar recente ontwikkelingen laten zien dat aandacht voor hun lot ook noodzakelijke is.
ABM-voorzitter Aziz Beth Aho zal tijdens deze bijeenkomst ingaan op de recente confiscatie van 50 veelal eeuwenoude Aramese kerken en klooster rond de stad Mardin in Zuidoost-Turkije door de Turkse regering. Op aangeven van ABM zijn de afgelopen weken daarover zowel diverse Tweede Kamerleden als Europarlementariërs in het geweer gekomen en Beth Aho zal schetsen waartoe deze acties inmiddels hebben geleid.
Daarnaast zal de in Beiroet woonachtige Libanese Nederlander Elia Barsoum ingaan op de situatie van de Arameeërs in Libanon waar een wankel evenwicht tussen dezelfde bevolkingsgroepen die in Syrië en Irak met elkaar in oorlog zijn bedreigd ziet worden door een overweldigende groep vluchtelingen uit dit oorlogsgebied die daarbij hun eigen trauma’s, wraakgevoelens en onderlinge vijandigheid meenemen naar een land dat zelf een langdurige en talrijke wonden achterlatende burgeroorlog achter de rug heeft.
U bent van harte welkom bij deze bijeenkomst aanwezig te zijn èn om deze uitnodiging binnen uw eigen kring verder te verspreiden.

Respons vanuit de Tweede Kamer op de noodkreet over de confiscatie van Aramees cultureel erfgoed

tur abdinPERSBERICHT                                                  Enschede, 28 juni 2017

ENSCHEDE – De Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) is verheugd over de respons vanuit de Tweede Kamer op haar noodkreet over de confiscatie van Aramees cultureel erfgoed door de Turkse regering. Maar deze vreugde vermengd zich ook met enige bitterheid vanwege de herinnering aan het uiteindelijk effect van een Kamervragen naar aanleiding van een soortgelijke noodkreet april vorig jaar.

Afgelopen maandagavond (26 juni 2017) verspreidde ABM een noodkreet onder haar contacten in de Tweede Kamer, het Europees Parlement en in de pers over het feit dat Turkije op grote schaal Aramese eigendommen confisqueert en de Arameeërs ruim 50 kerken en kloosters met bijbehorende begraafplaatsen kwijtraakt aan het Turkse ministerie voor godsdienstzaken (Diyanet). Het gaat hierbij om kerken en kloosters in de regio Tur Abdin rond de stad Mardin in Zuidoost Turkije.

De basis voor deze confiscaties werd al in 2013 gelegd toen de (Aramese) dorpen rond Mardin met deze stad tot een grootstedelijke gemeente (Büyükşehir belediyesi) werden samengevoegd. Hierdoor verdwenen de status van de traditionele dorpshoofden (Köy Tüzel kişiliği) van het toneel, die tot dat moment het juridisch eigendom over de kerkelijke goederen bezaten en deze uitoefenden in overeenstemming met de gebruikers van deze kerken en kloosters.

Dit juridisch eigendom kwam nu bij het grootstedelijk stadsbestuur van Mardin te liggen. Als gevolg van de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 werd het gemeentebestuur van Mardin geleid door de Koerd Ahmet Türk van de Democratische Regio’s Partij en de Aramese Februniye Akyol van de Vrede en Democratie Partij die erin slaagden om de daadwerkelijke confiscatie van het Aramees cultureel erfgoed te verhinderen. Hierin kwam veranderingen toen ook het burgemeesterschap van Mardin in het najaar van 2016 ten prooi viel aan de zuiveringen die Erdoğan in vrijwel alle publieke sectoren doorvoerde in reactie op de mislukte staatsgreep van 15 juli vorig jaar.

De zetbaas van Ankara die sindsdien in Mardin aan de macht heeft inmiddels wel werk gemaakt van de confiscatie en vorige week verloren de Aramese belanghebbenden een laatste rechtszaak tegen deze maatregel. Vanuit de Aramese gemeenschap in Tur Abdin is vervolgens een beroep gedaan op de internationale gemeenschap om te verhinderen dat hun cultureel erfgoed daadwerkelijk van hen vervreemd zal worden en dat hun kerken en kloosters mogelijk tot musea of moskeeën omgevormd zullen worden, zonder dat zij staat zijn daar iets tegen te ondernemen.

De Aramese Beweging voor Mensenrechten is verheugd dat CDA, ChristenUnie, SGP, VVD, PVV, SP en PvdD de handen ineen hebben geslagen en Kamervragen hebben gesteld om de Nederlandse regering in actie te laten komen. Tegelijkertijd herinnert zij zich echter dat minister Koenders op 29 april 2016 soortgelijke Kamervragen heeft beantwoord, toen naar aanleiding van de confiscatie door de Turkse overheid van Aramese en andere kerk in de historische binnenstad van Diyarbakir.

Tot grote verontrusting van ABM blijkt uit de betreffende beantwoording een zeker begrip bij de regering voor de Turkse maatregelen en wordt de Kamer gerustgesteld met de – in haar ogen ongefundeerde – opmerking dat de kerken over enige tijd weer in handen kunnen komen van de betreffende gebruikers en dan weer als kerk gebruikt kunnen worden. Ook stelt de regering in haar antwoorden dat haar verder geen gevallen van confiscatie bekend zijn hetgeen dus feitelijk onjuist is omdat de 50 kerken en kloosters in de omgeving van Mardin officieel al in handen van de grootstedelijke gemeente waren overgegaan maar het toenmalige gemeentebestuur nog niet tot effectuering van deze maatregel was overgegaan.

De Aramese Beweging voor Mensenrechten hoopt dat de Kamervragen, waar inmiddels meer dan de helft van de Kamer zich inmiddels achter heeft geschaard, dit keer wel serieus beantwoord worden door de Nederlandse regering en dat deze de noodkreet van de Aramese christenen in Zuidoost Turkije ook serieus neemt en er bij haar Turkse collega’s op aandringt om deze maatregel ongedaan te maken.

OPINIE – Laat Erdoğan niet langer zijn gang gaan

struisvogelEnschede – (21-11-2016)

Laat Erdoğan niet langer zijn gang gaan

http://www.volkskrant.nl/opinie/laat-erdogan-niet-langer-zijn-gang-gaan~a4420049/

Deze week debatteert de Tweede Kamer met de regering over de begroting Buitenlandse Zaken. Daarbij zullen ongetwijfeld de almaar verslechterende mensenrechtensituatie in Turkije en het diverse grenzen overschrijdende optreden van het Turkse leger in Turkije zelf en in de buurlanden aan de orde komen.

De inmiddels volstrekt buitenproportionele maatregelen die de regering Erdoğan onder de dekmantel van de na de couppoging van 15 juli jl. uitgeroepen noodtoestand treft en die niet alleen gericht zijn tegen de Gülen-beweging die volgens de Turkse regering verantwoordelijk voor deze coup gehouden moet worden maar tegen alle (vermeende) tegenstanders van de regerende AK-partij zijn de Kamer genoegzaam bekend. Dat geldt ook voor de enorme geweldsgolf die het zuidoosten van Turkije al langer overspoelt en waarbij enorme verwoestingen worden aangericht in hier gelegen steden inclusief de veelal cultuurhistorisch belangrijke stadscentra. Hierop is de Turkse regering direct aanspreekbaar en het blijft voor ons als Aramese Beweging voor Mensenrechten onbegrijpelijk waarom dit niet met meer overtuiging gebeurt en met sanctiemaatregelen kracht bij wordt gezet.

Inmiddels gaat het niet meer alleen om het optreden van de Turkse regering en het Turkse leger zelf, maar ook om de normverschuivingen in de Turkse samenleving die hiervan het gevolg zijn en waarvan, zoals gebruikelijk, minderheden in de Turkse samenleving de dupe zijn. Minderheden zoals de Aramese, maar ook andere.

We noemen slechts enkele voorbeelden:

Op 17 november jl. werd de enige Aramese co-burgemeester in Turkije, mevrouw Februniye Akyol, uit haar ambt gezet. Dit omdat zij banden met de PKK zou onderhouden. De loze beschuldiging, die aan het adres van alle democratisch gekozen burgemeesters in Zuidoost-Turkije wordt geuit, leidt ertoe dat in ogen van de aanhangers van Erdoğan niet alleen alle Koerdische maar ook alle Aramese politici of andere notabelen niet minder dan terroristen zouden zijn. Februniye Akyol was tot 17 november co-burgemeester van Mardin en lid van de progressieve BDP, de Vrede- en Democratie Partij.

Al eerder, op 7 oktober jl. werd Andrew Brunson, lid van de Turkse associatie van protestantse kerken, in Izmir opgepakt werd omdat hij zogenaamd bezig was om de Turkse nationale veiligheid te ondermijnen. De protestantse kerk van Antakya (het oude Antiochië waar het christendom haar naam kreeg) werd diezelfde dag door de Turkse overheid gesloten omdat een daar plaatsvindende, reguliere bijbelstudie eveneens als staatsveiligheidondermijnend werd gezien. Ook de protestantse predikant Patrick Jansen mocht niet terugkeren naar zijn standplaats Gaziantep terwijl twee andere protestantse theologen het land niet meer binnen mochten komen hoewel ze daar werkzaam waren en hun gezinnen hier nog steeds verbleven. Eén van hen, Ryan Keating, is verantwoordelijk voor het Ankara Refugee Ministry (ARM), dat 6.000 vluchtelingengezinnen van eten, onderdak en kleding voorziet.

Op 16 november jl. werd anti-Armeense graffiti met de tekst “Eens zullen wij in Karabag zijn” aangetroffen op de muren van de Bononti Mkhitarian Armeense school in Istanbul. Dit was de derde Armeense school in drie maanden die van haat-graffiti werd voorzien. Op 1 november jl. werd een Aramese historische begraafplaats in het centrum van Adiyaman in Zuidoost-Turkije door onbekenden onderhanden genomen waarbij tenminste tien graven zijn vernield. Een duidelijk geval van door overheidsoptreden veroorzaakte volkswoede die zich niet tegen daadwerkelijke terroristen richt maar tegen een bevolkingsgroep die daar feitelijk part noch deel aan heeft maar er wel mee in verband is gebracht.

Het is een korte selectie van incidenten die verspreid over heel Turkije voorkomen en die getuigen van een geest die uit de fles komt en daar moeilijk weer in terug te krijgen zal zijn. Een fles die geopend is door de hetze van de regering Erdoğan tegen haar vele (vermeende) tegenstanders. Waar de maatregelen van de regering Erdoğan zelf nog een halt toegeroepen zouden kunnen worden, zullen dit soort incidenten waarbij de daders onder de opgezweepte sympathisanten van Erdoğan gezocht moeten worden langer na blijven ijlen. Genoeg reden om dit niet langer op z’n beloop te laten, maar er nu paal en perk aan te stellen om te voorkomen dat ook dit soort ongecontroleerde incidenten van kwaad tot erger gaan.

Er zijn in de Europese geschiedenis meer gevallen bekend waarin autoritaire regeringsleiders ongebreideld hun gang konden gaan tegen al hun politieke tegenstanders en door hen gebrandmerkte bevolkingsgroepen omdat West-Europese landen in deze regeringsleiders een bondgenoot zagen in de strijd tegen een nog groter kwaad. Dat bleek achteraf een kostbare misrekening te zijn geweest. Voor henzelf, maar vooral voor de politieke tegenstanders en bevolkingsgroepen waar de betreffende regeringsleider zich op uit kon leven zonder noemenswaardig protest.

We doen een klemmend beroep op de Nederlandse politiek om de geschiedenis zich niet te laten herhalen en mensenrechten te laten prevaleren boven korte-termijn-eigenbelang.

ABM organiseert conferentie in het Europees Parlement over de alarmerende situatie en vervolging van Aramese christenen

IMG_8116Op woensdagmiddag 25 mei 2016 organiseerde de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) samen met de Werkgroep Interculturele Relaties en Interreligieuze Dialoog van de fractie van de Europese Volkspartij in het Europese Parlement een conferentie over de “Alarmerende situatie en vervolging van Aramese christenen”. Sprekers waren o.a. de Syrisch-Orthodoxe aartsbisschop van Mosoel, Mor Nicodemus Daoud Sharaf, de Syrisch-Orthodoxe pastoor Zuhri Khazaal uit Homs, Severiyos Aydin van de Aramese hulporganisatie Aramaic Relief, genocide-deskundige Anthonie Holslag en onderzoeksjournalist Arnold Karskens. De voorzitter van de Wereldraad van Arameeërs, Johny Messo, stond ook op het programma, maar moest zijn spreektijd afstaan aan de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders. Dit laatste omdat conferentievoorzitter en Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik koning Willem Alexander die diezelfde middag een toespraak in het Europees Parlement hield voor de conferentie had uitgenodigd die daar zelf echter geen tijd voor had, maar vond dat ‘zijn’ minister van Buitenlandse Zaken wel moest gaan.

Lees het hele verslag op:

http://hetnabijeoostennabijtwente.blogspot.nl/2016/05/waarom-en-nog-een-paar-vragen-tijdens.html