Categorie archief: Iraq

Bijeenkomst ABM/EvV op 22 september 2017: “Terug naar Mosul”

affiche 2017-09-22Onder deze titel : “Terug naar Mosul” organiseren de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) en Enschede voor Vrede (EvV), in het kader van de landelijke vredesweek die dit jaar als thema “De Kracht van Verbeelding” heeft, op vrijdagavond 22 september a.s. van 19.30 tot 21.00 uur in het gebouw van Platform Aram, Vlierstraat 93, Enschede, een bijeenkomst met Yosé Höhne-Sparborth.
Drie jaar geleden ontvluchtten duizenden moslims, christenen en jezidi de stad Mosul en omgeving toen deze door ISIS onder de voet werd gelopen. De meesten werden opgevangen in het noorden van Irak. De afgelopen maanden is Mosul gedeeltelijk op ISIS heroverd en de eerste vluchtelingen keren weer terug. Maar wat treffen ze daar aan en wat heeft de vlucht met hen gedaan? Yosé Höhne-Sparborth is de afgelopen jaren veelvuldig in Mosul, Kirkuk en Süleymaniya geweest, heeft samen met de Chaldeeuws-Katholieke bisschop Yousif Thomas Mirkis van Kirkuk en Süleymaniyah gewerkt onder de vluchtelingen en heeft in augustus een aantal teruggekeerden bezocht. Zij deelt met ons haar ervaringen.
Uw aanwezigheid wordt door ons erg op prijs gesteld.

Als Arameeërs geschiedenis worden of geschiedenis maken

Voor het eerst na meer dan een jaar, waarin zij op 25 mei 2016 samen met de Twentse Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik een bijeenkomst over die situatie van Aramese christenen in het Midden-Oosten organiseerde in het gebouw van het Europees Parlement in Brussel en – hier mede uit voorvloeiend – op 15 februari 2017 een gesprek had met vijf ambtenaren van de afdeling Midden-Oosten van het ministerie van Buitenlandse Zaken over de situatie van Arameeërs in Syrië en Irak, organiseerde de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) op woensdagavond 19 juli 2017 weer eens een publieksbijeenkomst in het gebouw van Platform Aram in Enschede.

aziz

elia

                   Aziz Beth Aho                                                                       Elia Barsoum

Het onderwerp was dit keer “de situatie van Arameeërs in Turkije en Libanon”. Hoewel de situatie van deze bevolkingsgroepen in de twee genoemde landen in beide gevallen in de schaduw staat van de situatie van de Arameeërs in Syrië en Irak, leek de overeenkomst tussen beide thema’s daar wel ongeveer op te houden. De bijeenkomst was dan ook meer een gelegenheidscombinatie met twee verschillende sprekers en twee verschillende aanleidingen. Omdat hiervoor geen externe spreker beschikbaar was, sprak ABM-voorzitter Aziz Beth Aho zelf over zeer actuele gebeurtenissen in Turkije die de Aramese gemeenschap in Twente ook danig beroerde, terwijl de situatie in Libanon feitelijk aan de orde kwam dankzij het feit dat de na een verblijf van 15 jaar in Enschede naar Beiroet teruggekeerde Arameeër Elia Barsoum juist deze dagen in Enschede was en zelf aanbood iets over de situatie in Libanon te vertellen die zich over het algemeen toch aan onze aandacht onttrekt. De actuele kwestie die Beth Aho aan de orde stelde betrof de recente confiscatie door de Turkse overheid van 50 Aramese kerken, kloosters en bijbehorende begraafplaatsen in de vanouds Aramese regio Mardin. Omdat de Aramese kerken in Turkije geen rechtspersoonlijkheid bezitten, worden de kerkgebouwen, kloosters en andere kerkelijke goederen beheerd door de traditionele dorpshoofden (Köy Tüzel kişiliği) van de Aramese dorpen waartoe deze kerken en kloosters behoren.

In 2013 werd een groot aantal van deze Aramese dorpen samengevoegd met de stad Mardin tot een grootstedelijke gemeente (Büyükşehir belediyesi) waardoor die traditionele dorpshoofden van het toneel verdwenen en het eigendom van de kerken en kloosters aan het lokale bestuur van deze grootstedelijke gemeente Mardin kwam. Volgens de Turkse wet diende dit de religieuze gebouwen over te dragen aan het Turkse ministerie voor godsdienstzaken (Diyanet).

Deze overdracht werd lange tijd tegengehouden door de co-burgemeesters van Mardin, de Koerd Ahmet Türk en de Aramese Februniye Akyol, die echter, in het kader van de nog immer voortgaande zuiveringsacties door de regering Erdoğan in reactie op de mislukte staatsgreep van 15 juli 2016, afgelopen najaar van hun post werden ontheven. Ze werden vervangen door een lid van de AKP die de eigendomsoverdracht, ondanks protesten en rechtszaken, inmiddels wèl heeft uitgevoerd.

Dit had eind juni haar beslag en op 27 juni gaf ABM gehoor aan de noodoproep van de Aramese gemeenschap in de regio rond Mardin om vanuit Europa hiertegen protest aan te laten tekenen bij de Turkse regering. De Suryoye Aramese Federatie in Nederland (SAFN) had de Tweede Kamerfractie van het CDA reeds benaderd die Kamervragen indiende; in respons op de oproep van ABM kwamen de Tweede Kamerfracties van ChristenUnie, VVD, SP, PvdD, PVV en SGP tot een gezamenlijke actie en kwam de kwestie ook expliciet aan de orde in het Europees Parlement. Daar stond juist voor 5 juli de behandeling van het uiterst kritische rapport van Turkije-rapporteur Kati Piri (PvdA/PES) op de agenda en door Renate Sommer (CDU/EVP) werd een amendement op dat rapport ingediend waarin de Turkse regering werd opgeroepen de confiscatie van deze 50 kerken en kloosters ongedaan te maken. Dit amendement werd tijdens de behandeling expliciet ondersteund door de Nederlandse Europarlementariërs Esther de Lange (CDA/EVP) en Bas Belder (SGP) en uiteindelijk ook aangenomen.

Daarnaast hebben de co-voorzitters van de European Parliament Intergroup on Freedom of Religion or Belief and Religious Tolerance, Dennis de Jong (SP) en Peter van Dalen (CU), op 13 juli jl. namens deze Intergroup een brief geschreven aan president Erdoğan waarin ze tegen deze confiscatie protesteerden, de president opriepen in deze de Turkse grondwet te respecteren alsmede de internationale verdragen die Turkije heeft getekend en de eigendomen terug te geven aan de betreffende religieuze gemeenschap.

ABM, zo hield Beth Aho het publiek voor, blijft de ontwikkelingen nauwlettend volgen en zal zo nodig aanvullende actie ondernemen. Te vrezen valt namelijk dat deze confiscatie het begin is van een omvangrijker proces waarin het totale culturele erfgoed van de Arameeërs waaronder kerken en kloosters die dateren van de eerste eeuwen van onze jaartelling door de Turkse overheid worden geconfisqueerd, niet langer voor Aramese religieuze activiteiten gebruikt mogen worden en omgevormd worden tot in het beste geval een museum.

De Aramese gemeenschap in Libanon kampt met een heel ander probleem, zo maakte Barsoum vervolgens duidelijk. Het land telt zo’n 4 miljoen inwoners die tot zeer onderscheiden bevolkingsgroepen behoren: druzen, soennitische en sjiitische moslims, Aramese (waaronder vooral maar niet uitsluitend Maronitische) en Armeense christenen. Als gevolg van de stichting van de staat Israël in 1948 en de Zesdaagse oorlog van 1967 kwamen daar nog eens ettelijk honderdduizenden Palestijnse vluchtelingen bij die tot op de dag van vandaag veelal in omvangrijke en tot steden uitgegroeide vluchtelingenkampen verblijven. Mede door hun aanwezigheid, waardoor het kwetsbare (machts)evenwicht tussen de in Libanon aanwezige bevolkingsgroepen verstoord werd maar ook door en in reactie op hun frustratie brak destijds de Libanese Burgeroorlog uit die diepe sporen in de Libanese samenleving heeft achtergelaten.

Deze negatieve ervaring met Palestijnse vluchtelingen die zich dus als het ware in het land gevestigd hebben, er 70 respectievelijk 50 jaar na aankomst nog steeds zitten en een ontwrichtende werking op de Libanese samenleving hebben uitgeoefend, is heel bepalend voor de houding van de Libanese bevolking als het gaat om de instroom van de inmiddels tot bijna anderhalf miljoen aangezwollen groep vluchtelingen uit Syrië en Irak. Tegelijkertijd voelen de verschillende bevolkingsgroepen in Libanon een zekere verwantschap tot specifieke groepen vluchtelingen uit Syrië en Irak en willen hen dus niet afwijzen. Zo stelt ook de Aramese gemeenschap in Beiroet haar kerken en gemeenschapshuizen open voor Syrische vluchtelingen en tracht hen medische hulp te bieden en de mogelijkheid om (hoger) onderwijs te volgen hoewel de aansluiting van de onderwijssystemen in beide landen niet optimaal is. Naarmate het Westen en Amerika voorop, de grenzen echter sluit voor vluchtelingen uit het Midden-Oosten vreest Libanon dat het land blijft zitten met de anderhalf miljoen vluchtelingen waarvan velen alleen maar naar Libanon waren gekomen in de veronderstelling dat zich hier de poort naar het Westen bevond. Daarnaast verblijven in Syrië nog zes miljoen interne vluchtelingen (zogenaamde ‘ontheemden’) en als voor hen binnenkort geen perspectief daagt dan valt te vrezen dat ook zij het land zullen verlaten en wellicht naar Libanon komen omdat ze weten dat de toegang via Turkije naar het Westen, vanwege de befaamde ‘Turkije-deal’, inmiddels is afgesloten. Nog groter is de zorg over de gevolgen van de val van Mosul en weldra mogelijk Raqqa. Waar kunnen die ISIS-strijders naar vluchten? Iran en Turkije zullen ze bij de grens weten te weren, maar Libanon beschikt niet over zo’n sterke grensbewaking en nu al is in het noordoosten van het land feitelijk sprake van een door ISIS gecontroleerd gebied.

Kortom, de Aramese minderheid in Libanon vreest door de instroom van grote groepen vluchtelingen waaronder in de nabije toekomst ook steeds meer ISIS-aanhangers die in Irak en Syrië terrein verliezen maar ook door de steeds strengere migratiebeperkingen die het Westen doorvoert en waardoor deze vluchtelingen niet meer uit Libanon kunnen vertrekken nog verder gemarginaliseerd te worden. En als de verschillende gemeenschappen in Libanon die in de ogen van ISIS niet de (ware) islam volgen, zoals Arameeërs, dan hebben ze niet de mogelijkheid om zichzelf tegen het te verwachten ISIS-geweld te verdedigen. “Als het westen ons met ISIS laat zitten, geef ons dan ook de wapens om ons te beschermen,” houdt Barsoum zijn gehoor voor, ook al zou dat weer een nieuwe burgeroorlog betekenen. Syrië en Irak, zo verwacht hij, zullen binnenkort worden opgedeeld en de bevolkingsgroepen die zich in ‘hun’ deel niet langer thuis voelen zullen op drift raken en zoals zovelen voor hen, beginnend met de Palestijnen, in Libanon eindigen.

Maar dat land, zo benadrukt Barsoum, zal deze nieuwe toestroom niet aankunnen. Ook niet als het Westen in een Libanese variant van de Turkije-deal met enkele miljarden over de brug komt. Er is een punt van verzadiging bereikt. De Libanese economie kan deze extra arbeidskrachten niet opnemen. En als het Westen vooral christelijke vluchtelingen uit het Midden-Oosten zal toelaten, zoals wordt gesuggereerd, zullen in Libanon dus vooral de islamitische vluchtelingen achterblijven en de (machts)balans tussen de verschillende religieuze bevolkingsgroepen nog verder verstoren. In die situatie zullen komen mensen, door machteloosheid gedreven, wellicht weer in de verleiding naar de wapens te grijpen.

Door een tweetal aanwezige lokale politicæ en een gemeenteambtenaar wordt de vraag gesteld wat de gemeente Enschede nu zou kunnen doen aan de totaal verschillende maar in beide gevallen schrijnende situaties van Arameeërs in Turkije en Libanon. Volgens Beth Aho zou dat in ieder geval kunnen bestaan uit het aanhoren van deze verhalen en wat de Aramese gemeenschap in Enschede bezighoudt en het doorgeven ervan aan het landelijke niveau, zowel politiek als ambtelijk. Daarnaast zou gedacht kunnen worden aan stedelijke partnerschappen in het kader waarvan bezoeken gebracht kunnen worden aan de regio Mardin of aan Beiroet om zelf een indruk te krijgen van de problematiek en eventuele mogelijkheden om bij te springen. Dat kan ook door aansluiting te zoeken bij partnerschappen die omliggende gemeentes reeds in deze regio hebben of bij particuliere initiatieven. Barsoum noemt in dit verband ook (kennis)uitwisseling tussen de hoger onderwijsinstellingen en ziekenhuizen in Enschede en bijvoorbeeld Beiroet. Dat zou echt van grote morele en praktische betekenis zijn.

gasten

in de middelste rij de Enschedese gemeenteraadsleden Janny Joosten (ChristenUnie) en Ayfer Koç (CDA) en twee plaatsen verder gemeente-ambtenaar Hennie Maartens

Er moet in ieder geval íéts gebeuren, zo benadrukt Barsoum. “Als Arameeërs zijn we gewend in de geschiedenisboeken na te lezen hoe het ons verging; het wordt tijd om als Arameeërs zelf eens geschiedenis te schrijven.”

 

Jan Schaake

29/31 juli 2017

Behandeld worden als minderheid of als staatsburgers met mensenrechten

Op vrijdagmiddag 28 juli 2017 sprak een delegatie van de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM), voor deze gelegenheid uitgebreid met de in Istanbul gevestigde Turks-Aramese advocaat en onderzoeksjournalist Erkan Metin, met Jacco Bos, coördinator Turkije, Westelijke Balkan, Griekenland/Cyprus/Malta op het ministerie van Buitenlandse Zaken dat net deze week in een nieuw kantoorgebouw pal naast station Den Haag Centraal was getrokken. Het gesprek vond plaats op verzoek van ABM naar aanleiding van de zeer teleurstellende beantwoording door het ministerie van de Kamervragen over de confiscatie van 50 Aramese kerken en kloosters rond Mardin.

minbuza

v.r.n.l. Aziz Beth Aho, Erkan Metin, Jacco Bos en Marcus Yalcin

De antwoorden van de minister kwamen precies één dag na de door ABM op woensdag 19 juli jl. georganiseerde bijeenkomst over dit onderwerp en met name opmerking dat het niet om een confiscatie zou gaan maar om een “eigendomsoverdracht naar aanleiding van bestuurlijke herindeling (…) conform de geldende wet- en regelgeving schoot ABM danig in het verkeerde keelgat. Op maandag 24 juli werd een kritische brief aan de minister gestuurd met als slotzin dat ABM “alle aanleiding en noodzaak zag voor een nader gesprek en gezien de ontwikkelingen in Turkije op de zo kortst mogelijke termijn”. De volgende dag was de afspraak voor vier dagen later een feit.

In het gesprek zetten Aziz Beth Aho en Erkan Metin uiteen dat de “eigendomsoverdracht” van de 50 kerken en kloosters niet op zichzelf staat. Ze moet geplaatst worden in een scala van maatregelen en ontwikkeling in Turkije die de afgelopen eeuw heeft geleid tot een geleidelijk verdwijnen van de Aramese gemeenschap die sinds mensen-heugenis het gebied, dat thans in het zuidoosten van Turkije ligt, bewoont en daar aan het begin van onze jaartelling haar kerken en kloosters bouwde die tot op de dag van vandaag door deze gemeenschap worden gebruikt maar sinds vorige maand niet langer haar eigendom zijn.

Bij het Verdrag van Lausanne van 1923, waarbij de Republiek Turkije door de toenmalige internationale gemeen-schap werd erkend, werden ook de culturele rechten van drie etno-religieuze minderheden vastgelegd: de Joden, de Armeniërs en de Grieken. De Arameeërs zijn als niet-islamitische en niet-Turkse minderheid vergeten en hun taal, cultuur, erfgoed en religieuze eigendommen genieten niet de bescherming van die van de andere minder-heden in Turkije. Ze bestaan eenvoudigweg niet. Veel Arameeërs zijn daarop al vertrokken naar landen waar ze wel mochten bestaan.

In de jaren ’70, voorafgaand aan de oorlog tussen de PKK en het Turkse leger in Zuidoost-Turkije, woonden er nog zo’n 150.000 Arameeërs in deze regio. Net als ook nu weer werd zowel door de PKK als door het regeringsleger aan hun loyaliteit getwijfeld en kwamen ze tussen hamer en aambeeld te zitten. Velen zijn daarop naar het buitenland gevlucht (onder andere naar Nederland), anderen naar veiliger plekken in Turkije, zoals de kosmopolitische stad Istanbul waar op dit moment zo’n 20.000 Arameeërs wonen tegenover een schamele 3.000 in het oorspronkelijke woongebied in het zuidoosten van het land. In Twente wonen er op dit moment ook zo’n 20.000.

Nadat vijftien jaar geleden de strijd tussen de PKK en het regeringsleger luwde en de rust in het gebied enigszins terugkeerde, kreeg de Aramese gemeenschap te maken met bestuurlijke maatregelen die haar in haar voort-bestaan bedreigen. In het kader van de toetredingsonderhandelingen tot de Europese Unie heeft Turkije het kadaster moeten moderniseren (heldere en formeel vastgelegde eigendomsverhoudingen zijn voor de EU namelijk belangrijker dan informele in de loop van de jaren gegroeide gebruiksrechten van geen rechtspersoonlijkheid bezittende religieuze gemeenschappen) waarbij Turkse en Koerdische inwoners van Zuidoost-Turkije zich op grote schaal de eigendommen van weggetrokken Arameeërs toeëigenden.

Achtergebleven Arameeërs, waaronder de bewoners van verschillende kloosters (ook de vorige maand geconfisqueerde kloosters werden nog bewoond en de aanwezige monniken zijn nu plotseling als het ware “krakers” van het klooster dat hen eeuwenlang heeft toebehoord), moeten nog steeds een kostbare en langdurige juridische strijd leveren om hun eigendommen te kunnen behouden. Het bekendste voorbeeld hiervan is het klooster Mor Gabriël, dat net als twee andere Aramese religieuze gemeenschappen, een stichtingsvorm onder de Turkse wet heeft weten te verwerven en dat als rechtspersoon in staat is om nu al vele jaren enkele tientallen procedures te voeren.

Erkan Metin voert aan dat de Turkse staat deze onteigeningen altijd wel weet in te kleuren met zakelijke argu-menten en een zweem van redelijkheid, maar dat het resultaat toch is dat in dit geval de Aramese gemeenschap definitief van haar eigendommen wordt beroofd. Dat geldt voor de “eigendomsoverdracht” van de 50 kerken en kloosters, maar dat gold ook voor de confiscatie in het voorjaar van 2016 van vijf aan verschillende denominaties toebehorende kerken in het centrum van Diyarbakir waarvoor de Turkse staat het argument hanteerde dat deze kerken ernstig waren beschadigd door de gevechten tussen de PKK en het regeringsleger en tijdelijk door de regering waren geconfisqueerd om gerenoveerd te worden waarna ze weer aan de betreffende kerkgenoot-schappen overgedragen zouden worden. In antwoord op toen gestelde Kamervragen nam de Nederlandse regering deze redenering over, de kritiek vanuit het buitenland op deze confiscatie verstomde, maar volgens Metin zullen we heel lang moeten blijven wachten op de beloofde teruggave en is de Turkse regering dat niet van plan.
De dadendrang die de Turkse overheid op dit terrein tentoonspreidt, staat in schril contrast tot de traagheid waarmee andere verzoeken worden ingewilligd. Zo wachten de 20.000 naar Istanbul vertrokken Arameeërs al vele jaren op toestemming om in deze stad een eigen kerk te mogen bouwen en ligt het wetsvoorstel, dat op verzoek van de Europese Unie tot stand is gekomen, om religieuze gemeenschappen eenvoudiger stichtingen op te laten richten om, zoals het Mor Gabriël klooster, de religieuze eigendommen te beheren, al vier jaar te wachten om in stemming gebracht te worden. Ook de benoeming van een nieuwe Armeense patriarch, waar de Turkse overheid formeel toestemming voor moet geven, ligt al geruime tijd stil.

Volgens Metin is er echter meer aan de hand. Er worden allerlei maatregelen genomen en uitspraken gedaan die gericht zijn tegen religieuze minderheden die daardoor in toenemende mate in angst leven in het land. Eén van die maatregelen is dat in 2015 de Aramese Vereniging in Turkije door de Turkse overheid werd verboden nadat deze, in het kader van de toetredingsonderhandelingen, in 2003 voor het eerst mocht worden opgericht. De vrijheid van Arameeërs in Turkije om een eigen vereniging op te richten heeft dus krap 12 jaar geduurd! Een ander, recenter voorbeeld betreft de joodse gemeenschap in Istanbul die vereenzelvigd wordt met het recente Israëlische optreden rond de Al Aqsa moskee. Er waren heftige straatprotesten bij de Neve Shalom synagoge in Istanbul en de Turkse politie maakte duidelijk geen hand uit te zullen steken voor het geval het echt uit de hand gaat lopen. Er worden expliciete herinneringen opgeroepen aan de pogrom van Istanbul van 1955 en veel “niet-islamitische” inwoners van Istanbul overwegen serieus het land te verlaten voor het te laat is.

Jacco Bos laat weten erg blij te zijn met deze bredere schets van wat er gaande is in Turkije en laat weten dat de beantwoording van Kamervragen over Turkije altijd in samenspraak gebeuren met de Nederlandse ambassade in Ankara die overigens een goede relatie heeft met de Mor Gabriël Stichting. Zelf heeft Bos tot vorig jaar op de Nederlandse ambassade in Beiroet gewerkt en herkent hij vanuit die ervaring ook wel een aantal aspecten van de (bestuurs)cultuur van het Midden-Oosten en van de positie van religieuze minderheden in islamitische landen. Juist vanuit die herkenning komt hij echter tot de vraag wat de ideologische drijfveer van de Turkse overheid is om joodse en christelijke minderheden als het ware het land uit te pesten. Erdoğan dweept met het Ottomaanse verleden van Turkije en daar was, in het millet-systeem, altijd plaats ingeruimd voor deze twee “volkeren van het boek”.

Metin antwoordt dat het neo-Ottomanisme van Erdoğan niet zozeer het herstel is van het Ottomaanse rijk, doch veeleer een combinatie van het extreme Turks-nationalisme met de ambitie om het leiderschap in de islamitische wereld te bekleden zoals de Ottomaanse sultans die hadden als kalief. In dat streven wordt Erdoğan niet alleen steeds autoritairder, maar is bij hem ook steeds minder plaats voor niet-islamitische en niet-soennitische minderheden in Turkije. Niet alleen joden en christenen, maar ook alevieten (die overigens ook niet voorkomen in het Verdrag van Lausanne en nu vooral met Assad worden geassocieerd) is Erdoğan liever kwijt dan rijk.

Tot slot benadrukt Bos dat de Nederlandse regering op dit moment, vanwege het conflict van afgelopen maart, geen politieke relatie met de Turkse regering onderhoudt en de Turkse regering dus niet direct kan aanspreken op de ter tafel gekomen maatregelen. De Nederlandse regering kan alleen iets in Europees verband doen of politiek bedrijven op de Bühne, dat wil zeggen met openbare verklaringen. Nadeel van dat laatste is dat als je flink in het openbaar rondbazuint dat je voor de christelijke minderheden in Turkije wil opkomen, je in de huidige verhou-dingen alleen maar extra voeding geeft aan de Turkse propaganda dat de christenen in Turkije een vijfde kolonne vormen van het verfoeide Europa, eigenlijk niet als medeburgers vertrouwd kunnen worden en maar beter uit de samenleving kunnen worden verwijderd.

Metin en Beth Aho onderkennen dit probleem en benadrukken dat Nederland of Europa in haar publieke stellingname ook niet haar eigen christelijk identiteit moet aanwenden om vooral op te komen voor de positie van christenen in Turkije, maar dat ze vanuit de universele en Europese mensenrechtenverdragen, die Turkije beide heeft ondertekend, publiekelijk op zal moeten komen voor de mensenrechten van de Turkse bevolking en in het bijzonder voor de minderheden in Turkije (niet alleen christenen en joden, maar ook alevieten) die door de Turkse overheid worden geschonden. Op het gebied van mensenrechten is de afgelopen jaren echt een forse achteruitgang te zien in Turkije en daar laten de Europese ministers zich veel te weinig over uit. De regering Erdoğan is niet gevoelig voor omfloerste diplomatieke bewoordingen, maar verstaat vooral harde taal en het dreigen met bijvoorbeeld toerisme-boycots, zoals de Russische president Poetin eerder en de Duitse minister Gabriël onlangs hebben geuit. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken zou een voorbeeld aan zijn collega Gabriël kunnen nemen. Metin benadrukt dat als de EU Erdoğan zijn gang laat gaan met de steeds verdere inperking van mensen-rechten, er op termijn juist meer vluchtelingen vanuit Turkije naar Europa zullen komen in plaats van minder.

Naast het innemen van een wat fermere en duidelijker houding jegens Erdoğan, zou de Nederlandse regering zich volgens Beth Aho in Europees verband achter de op 5 juli jl. door het Europees Parlement aangenomen resolutie kunnen scharen en dan met name achter de daarin opgenomen punten om “religieuze gemeenschappen in staat te stellen rechtspersoonlijkheid te verwerven”, “alle restricties ten aanzien van de opleiding, benoeming en opvolging van geestelijke weg te nemen”, “alle vormen van op godsdienst gebaseerde discriminatie of belemmeringen uit te bannen” en “er bij de regering op aan te dringen de recent in beslag genomen kerken in de regio Diyarbakir aan hun rechtmatige eigenaars terug te geven”.

Bos wijst er nogmaals op dat Nederlandse ambassade in Ankara daarnaast goede contacten met de Mor Gabriël Stichting onderhoudt en daarmee de positie van deze stichting enigszins versterkt. Daarnaast zal de Nederlandse ambassade, samen met enkele andere ambassades, binnenkort een veldbezoek aan Zuidoost Turkije brengen en met verschillende betrokkenen te spreken. Als ABM nog bepaalde personen of organisaties wil voorstellen om tijdens dat veldbezoek te spreken, dan houdt hij zich aanbevolen. Tot slot komen Bos en ABM overeen om, net als eerder dit jaar met de afdeling Midden-Oosten is afgesproken, dit gesprek op jaarlijkse basis voort te zetten.

Na afloop van dit gesprek legden de aanwezige ABM-bestuursleden Metin, die lid is van het partijcongres van de pro-Koerdische HDP, vervolgens ook de vraag voor naar zijn verwachtingen ten aanzien van het referendum in de Koerdische Autonome Regio in Irak en ten aanzien van het voorstel van Chaldeeuwse, Aramese en Assyrische politieke partijen omtrent de toekomst van de vlakte van Ninevé. Twee onderwerpen die afgelopen zondag ook centraal stonden bij het gesprek met de Chaldeeuws-katholieke aartsbisschop van Kirkuk en Süleymaniya, Yousif Thomas Mirkis.

Ten aanzien van het Koerdisch referendum meent Metin dat dit een ramp kan betekenen voor de daar woonachtige christenen. Barzani is een bondgenoot van Erdoğan en volgt in zekere zin eenzelfde nationalistische èn religieuze politiek waarin geen ruimte is voor een niet-Koerdische en niet-soennitische bevolking. En waar in Turkije de afgelopen honderd jaar het idee van laïcisme (scheiding van kerk en staat) nog enigszins wortel heeft geschoten, is dat in het Koerdistan van Barzani volstrekt afwezig en zullen de Aramese christenen dus echt een Koerdisch-islamitische overheid tegenover zich vinden. Metin bevestigt de veronderstelling dat Barzani in 2014 een soort verdelingsverdrag van Noord-Irak met ISIS heeft gesloten, waarbij beiden elkaars territorium zouden respecteren en samen het gezag van de (sjiitische) centrale overheid van Irak verder zouden ondergraven.

Ten aanzien van het idee van een beveiligde christelijke autonome regio in de vlakte van Ninevé is zijn standpunt aanmerkelijk positiever dan dat van Yousif Thomas Mirkis en de patriarch van de Chaleeuws-katholieke kerk, Louis Sako. Geconfronteerd met de uitspraken van beide prelaten dat de Aramese christenen in Irak in de eerste plaats Irakees zijn en hun plek ook als burger van Irak moeten zien, herinnert hij eraan dat de patriarch van de Syrisch-Orthodoxe kerk destijds, nadat bleek dat de Arameeërs niet voorkwamen in het Verdrag van Lausanne, stelde dat dit niet erg was omdat de Arameeërs in Turkije burger van Turkije waren en dus Turk en als Turken hun burgerrechten zouden krijgen. “En zie wat daarvan terecht is gekomen,” aldus Erkan Metin. Het gebied zou beschermd moeten worden door een internationale VN-macht, maar Metin erkent dat een dergelijke VN-macht op Cyprus ook weinig uit heeft kunnen richten en dat VN-lidstaten alleen troepen voor een dergelijke VN-macht zullen leveren als ze er zelf belang bij hebben.

Jan Schaake
28/29 juli 2017

ABM organiseert conferentie in het Europees Parlement over de alarmerende situatie en vervolging van Aramese christenen

IMG_8116Op woensdagmiddag 25 mei 2016 organiseerde de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) samen met de Werkgroep Interculturele Relaties en Interreligieuze Dialoog van de fractie van de Europese Volkspartij in het Europese Parlement een conferentie over de “Alarmerende situatie en vervolging van Aramese christenen”. Sprekers waren o.a. de Syrisch-Orthodoxe aartsbisschop van Mosoel, Mor Nicodemus Daoud Sharaf, de Syrisch-Orthodoxe pastoor Zuhri Khazaal uit Homs, Severiyos Aydin van de Aramese hulporganisatie Aramaic Relief, genocide-deskundige Anthonie Holslag en onderzoeksjournalist Arnold Karskens. De voorzitter van de Wereldraad van Arameeërs, Johny Messo, stond ook op het programma, maar moest zijn spreektijd afstaan aan de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders. Dit laatste omdat conferentievoorzitter en Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik koning Willem Alexander die diezelfde middag een toespraak in het Europees Parlement hield voor de conferentie had uitgenodigd die daar zelf echter geen tijd voor had, maar vond dat ‘zijn’ minister van Buitenlandse Zaken wel moest gaan.

Lees het hele verslag op:

http://hetnabijeoostennabijtwente.blogspot.nl/2016/05/waarom-en-nog-een-paar-vragen-tijdens.html

ABM organiseert samen met EU-parlementariër Annie Schreijer-Pierik een conferentie over de vervolgende Arameeërs in Syrië en Iraq

 

Conference on

The alarming situation and persecution of Aramean Christians

IMG_8693

Enschede (13-5-2016) – De Aramese beweging voor mensenrechten organiseert samen met EU-parlementariër Annie Schreijer-Pierik een conferentie over de vervolgende Arameeërs in Syrië en Iraq. De nood is hoog en de situatie van de Arameeërs is schrijnend. Uit Iraq (Mosul) hebben wij uitgenodigd Aartsbischop Nicodemus Daoud Matti Sharaf en uit Syrië (Homs/Al Qaryatain) hebben wij uitgenodigd pastoor Abuna Zuhri. Zij komen hun bijzondere verhaal vertellen in het Europees Parlement om meer aandacht en hulp te vragen voor de vervolgde en onderdrukte Arameeërs in het Midden-Oosten.

 

Het hele programma is hieronder opgenomen:

Wednesday, 25 May 2016

16.30 – 18.30 h

European Parliament in Brussels, Room ASP 3 E 2.

 

16:30                Welcome by Annie Schreijer-Pierik, MEP and by György Hölvényi, MEP and Jan                          Olbrycht, MEP Co-Chairmen of the Working Group on Intercultural Relations and                          Interreligious Dialogue of the EPP Group

16:35              Presentation of the Human Rights Report 2015 of the Aramean Movement for                              Human Rights (ABM) of the Netherlands Aziz Beth Aho, ABM President and                               other ABM Board Members

16:45              Testimonies of three Aramean victims of persecution and discrimination:

  • The fate of the Christians of Mosul. An entire diocese exiled by the “Islamic State” terrorist group His Eminence Mor Nicodemus Daoud Sharaf, Syriac Orthodox Archbishop of Mosul in Iraq.;
  • Father Zuhri Khazaal, Syriac Orthodox priest who liberated Aramean and other hostages from ISIS captivity in Syria;

17:25             Severiyos Aydin, President of Aramaic Relief international, which provides                                humanitarian aid to refugees in Syria, Iraq, Jordan and Lebanon.

17:35           The persecution of Aramean Christians and the process of Genocide, Anthonie                              Holslag, Dutch Genocide scientist (University of Amsterdam, University of Utrecht)

Discussion

17:45                   “I witnessed their life, flight and expulsion: Christians and minorities in  the  Middle                               East” Arnold Karskens, Dutch War Correspondent, Journalist and Author

17:50                The response of international organizations to the dire plight of Aramean                                               Christians Johny Messo, President of the World Council of Arameans (Syriacs)                                WCA, ngo – special consultative status with the United Nations (ECOSOC)

17:55            Discussion with panel of speakers, MEPs and other participants.

18:25           Concluding remarks Annie Schreijer-Pierik, Dutch Member of the European                                    Parliament (CDA).

Interpretation in English, French, German, Dutch and Italian will be provided.

ABM schrijft aan de Vaste Kamercommissie BuZa: Bommen op Syrië heeft geen zin!

dont bom syriaEnschede – 8 februari 2016

Aan de leden van de Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken

Betreft: aanvullende artikel-100-brief Nederlandse bijdrage aan de strijd tegen ISIS

Geachte leden van de Vaste Kamercommissie Buitenlandse Zaken,

Sinds het besluit van de Nederlandse regering in september 2014 om deel te nemen aan de luchtaanvullen om ISIS te bestrijden – en overigens ook in de jaren daarvoor – heeft de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) u in meerdere brieven, e-mails en ontmoetingen gewezen op de zeer beperkte effectiviteit van dit ogenschijnlijk machtige wapen. De luchtaanvallen stoppen de aanvoer van steeds weer nieuwe wapens, rekruten en financiële middelen naar het door ISIS beheerste en geterroriseerde gebied namelijk niet en beschermen de in dit gebied of aan de frontlinie levende burgerbevolking op geen enkele wijze tegen de terreur van ISIS die zich met name richt tegen de aanhangers van religieuze minderheden in Irak en Syrië zoals jezidi’s en christenen. Ook dit laatste weigert de regering in woord en daad te erkennen.

We komen op deze kritiekpunten terug bij de bespreking van een aantal onderwerpen die ons in de aanvullende artikel-100-brief opvielen.

  1. Op pagina 1 spreekt de regering haar afschuw uit over de vernietiging door ISIS van het 1400 jaar oude St.Eliyah-kooster. Het is echter slechts één van de vele onderdelen van het Aramees erfgoed in Syrië en Irak die door ISIS is vernietigd of bedreigd wordt. Hiertoe behoren talloze kerken en kloosters, onder andere in Mosul, maar ook de in centraal Syrië gelegen tempelstad Palmyra die een groot aantal maanden na de start van de bombardementen van de anti-ISIS-coalitie door ISIS is ingenomen. Is de politieke inzet om de Syrische regering van Assad op geen enkele manier te laten profiteren van de luchtacties van de coalitie belangrijker dan het behoud van dit (Aramese) werelderfgoed? Vragen hierover misten we in de schriftelijke feitelijke vragenronde.
  1. Op diezelfde pagina wordt gesproken over de burgerslachtoffers die in de strijd tussen ISIS, Iraakse en Koerdische milities worden gemaakt. In tweetal recente brieven hebben over geweldsincidenten in de Syrische grensstad Qamishli hebben we u erop gewezen dat het hier helaas niet altijd om burgers gaat die helaas op de verkeerde plaats en op het verkeerde tijdstip in de vuurlinie kwamen, maar ook om gerichte acties tegen burgers van en andere etniciteit of religieuze achtergrond. Het Amnesty-rapport dat de regering zelf aanhaalt in de antwoorden op de schriftelijke vragen 235 en 236 bevestigt dat dit type geweld door Koerdische milities tegen de Arabische burgerbevolking in Irak wordt ingezet en als ABM hebben we goede gronden te geloven dat het geweld in Qamishli doelgericht tegen Aramese burgers wordt gepleegd. Bij de steun aan Koerdische milities zou de Nederlandse regering het afzien van dergelijke gewelddaden als criterium moeten laten gelden.
  1. Op de overgang van de eerste naar de tweede pagina benadrukt de regering het belang om de doorvoer van wapens, geld, voertuigen en strijders vanuit Syrië naar Irak te stoppen. Dit stoppen is zelfs de centrale doelstelling van de in de brief genoemde uitbreiding van het militaire operatiegebied. De via Syrië doorgevoerde wapens, voertuigen, strijders en financiële middelen vinden echter (voor het overgrote deel) niet hun oorsprong in Syrië zelf, maar komen van elders en in hoofdzaak over de grens tussen Syrië en Turkije. In een rapport dat we vóór de zomer van 2014 aan uw Kamer hebben aangeboden over de Turkse betrokkenheid bij de wandaden in Syrië hebben we dit uitgebreid gedocumenteerd en uw Kamer heeft er sindsdien ook regelmatig vragen over gesteld aan de regering. Maar zelfs in de beantwoording van de schriftelijke vragen blijft de regering ontkennen dat de Turks-Syrische grens een probleem is en herhaalt ze zonder enige kritiek de bewering van de Turkse regering er alles aan te doen om de doorvoer van strijders, wapens en voertuigen naar ISIS en andere jihadistische strijdgroepen in Syrië te stoppen. Een interessante vraag zou zijn via welke andere route de strijders, wapens en voortuigen op de door onze F16’s te bombarderen doorvoerroutes volgens de Nederlandse regering Syrië binnen komen. En mocht de Turkse regering in gebreke blijven om deze doorvoer te stoppen, geld het volkenrechtelijk mandaat om Oost-Syrië te bombarderen dan ook voor de Turkse regio langs de grens met Syrië?
  1. Halverwege pagina 2 wordt gesproken over de opvang van ontheemden in de Koerdische Autonome Regio (KAR). Op pagina 8 stelt de regering dat vluchtelingen uit de “soennitische” (maar ook door veel Aramese christenen bewoonde) provincie Ninewa momenteel moeilijk toegang verkrijgen tot de KAR. Ons bleek al eerder – in het voorjaar 2014 hebben we dat ook gewisseld met toenmalig staatssecretaris Teeven – dat niet-Koerdische vluchtelingen in de KAR duidelijk als tweederangs vluchteling werden behandeld en dus minder toegang tot bepaalde faciliteiten hadden dan Koerdische vluchtelingen. Dit lijkt ons een relevant punt om bij de Koerdische autoriteiten in de KAR aan de orde te stellen.
  1. Bovenaan pagina 3 wordt, op basis van VN Veiligheidsraadsresolutie 2254, gesproken over “safe havens” voor ISIS die uitgeschakeld moeten worden. Dit is bij ons weten de eerste keer dat de term “safe haven” door de VN wordt gebruikt om uit te schakelen schuilplaatsen van terroristen mee aan te duiden, in plaats van te beschermen toevluchtsoorden voor de door die terroristen of anderen belaagde burgerbevolking. Een saillant teken dat de bescherming van de burgerbevolking kennelijk niet op de eerste plaats (meer) staat in de strijd tegen ISIS. Met anderen maken we ons grote zorgen over deze kennelijke verschuiving van de focus en zelfs van de betekenis van bepaalde termen.
  1. Bovenaan pagina 5 wordt gesproken over de Nederlandse steun aan de Syrische oppositie en Syrische vrouwenorganisaties om deel te (kunnen) nemen aan of in ieder geval gehoord te worden bij de vredesonderhandelingen. Aan de vooravond van het vorige onderhandelingsinitiatief, in januari 2014, heeft ABM o.a. bij de Nederlandse regering aangedrongen op een soortgelijke steun aan vertegenwoordigers van etnische en religieuze minderheden, in het bijzonder die van de verschillende Syrische kerken omdat ook hun stem gehoord moet worden bij de discussie over de toekomstige inrichting van Syrië wil de christelijke kerk die daar begonnen is überhaupt nog overlevingskansen hebben in haar bakermat. Het deed ons goed te zien dat de Kamer daar in de schriftelijke ronde ook om heeft gevraagd, maar het antwoord van de regering is ronduit teleurstellend. Ze put zich uit in vaagheden omdat het met naam en toenaam benoemen van organisaties die zij ondersteunt hun veiligheid in gevaar zou brengen, terwijl de gesteunde vrouwenorganisaties in het antwoord op vraag 87 met naam en toenaam wordt genoemd. We roepen uw Kamer op om geen genoegen te nemen met dit vage antwoord van de regering en duidelijk te maken dàt zij zich er sterk voor maakt dat de (kleinere) etnische en religieuze bevolkingsgroepen ook als zodanig aan de onderhandelingstafel zitten en niet slechts via leden in de delegaties van de Syrische regering of de Syrische oppositie die toevallig de betreffende etnische of religieuze achtergrond hebben. Deze vertegenwoordigen namelijk niet het belang van hun etnische of religieze bevolkingsgroep maar de politiek inzet van de Syrische regering of Syrische oppositie.
  1. Bij het bedrag van 10 miljoen euro dat op pagina 5 genoemd wordt en dat bestemd is voor de “gematigde gewapende Syrische oppositie” heeft uw Kamer ook de nodige vragen gesteld. De antwoorden van de regering op deze vragen (om welke groepen het gaat en of uitgesloten kan worden dat deze hulp niet op indirecte wijze bij jihadistische groepen of zelfs bij ISIS terecht komt) vinden wij weinig overtuigend. Ook hier wil de regering om veiligheidsredenen erg weinig blootgeven over de identiteit van de genoemde groepen, maar naar onze vaste overtuiging dient het parlement gewoon te weten voor wie zo’n omvangrijk bedrag bedoeld is.
  1. Bovenaan pagina 6 schrijft de regering over extra middelen voor de vluchtelingenopvang in Turkije, Libanon en Jordanië. Ons ontgaat de reden waarom de vluchtelingenopvang in Irak hier niet wordt genoemd. Juist vanuit Oost-Syrië, waar Nederland zal gaan bombarderen, zal de burgerbevolking vooral naar Irak vluchten. Zeker als Turkije de grens met Syrië wel hermetisch weet af te sluiten voor vluchtelingen. Verder komen we nog even terug op wat we bij punt 4 over vluchtelingen in de KAR hebben gemeld: hier zou Nederland juist met extra financiële middelen ook kunnen zorgen voor een verbetering van het lot van de niet-Koerdische vluchtelingen in de KAR.
  1. Onderaan pagina 11 erkent de regering dat ook de Syrische regering tegen ISIS vecht, maar noemt het betreffende front (bij het eerder genoemde Palmyra) van minder belang. Ook hier wordt in onze ogen weer louter militair-strategisch gekeken en heeft de regering geen oog voor de Syrische bevolking in dit gebied. Afgelopen najaar hebben we bijvoorbeeld de aandacht voor uw Kamer gevraagd voor de christelijke Aramese bevolking van de iets ten oosten van Homs gelegen stad Qarantain die door ISIS onder de voet werd gelopen en waar een groot aantal Aramese christelijke burgers door ISIS werd ontvoerd. Tot ons leedwezen werd door de internationale anti-ISIS-coalitie niets ondernomen om dit ISIS-offensief te staken. In de beantwoording van vraag 44 erkent de regering ook dat ISIS in Centraal Syrië gebied heeft weten te veroveren. Precies waar deze “van minder belang” geachte frontlijn met de Syrische regering van Assad loopt. Waar ISIS Assad bevecht, mag ze kennelijk haar gang gaan, ook al gaat dat ten koste van de christelijke bevolking en de Aramese cultuur.
  1. 10. Op pagina 15 wordt dat ook duidelijk gesteld: “Door inzet te concentreren op de grensoverschrijdende aanvoerlijnen vanuit Oost-Syrië naar Irak, kan worden vermeden dat Assad hiervan direct profiteert.” even verderop gevolgd door “Er zullen geen militaire acties worden uitgevoerd als er aanwijzingen zijn dat deze ten goede komen van het Assad-regime. Dit geldt in het bijzonder voor de provinciehoofdsteden van Al Hasakah en Deir-al-Zor, waar het regime nog enige militaire controle uitoefent.” Hieruit moeten we concluderen dat de bescherming van de (Aramese, christelijke) burgerbevolking ondergeschikt is aan de politiek om vooral Assad niet te helpen. Wij vinden dit zeer kwalijk en hebben u afgelopen zomer al opgeroepen hierin een andere koers te varen.

Uit de bovengenoemde punten blijkt echter dat de Nederlandse regering geen oog lijkt te (willen) hebben voor het lot van de Aramese christenen in Syrië en Irak die op het punt staan om voor het eerst in hun 2000 jaar oude geschiedenis in deze regio – die ware teisteringen als de Mongoolse invallen of de genocide van 1915 heeft doorgemaakt – juist in onze tijd uit deze regio te verdwijnen. Deze ontkenning van het bijzondere lot van de Aramese christenen blijkt expliciet uit het antwoord van de regering op vraag 27. Gevraagd naar haar oordeel over de uitspraak van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa, die vorige week overigens werd overgenomen door een grote meerderheid van het Europees Parlement, dat ISIS zich schuldig maakt aan genocide, stelt de regering dat zij ISIS op systematische wijze grove mensenrechtenschendingen pleegt maar niet kan vaststellen of hier sprake is van genocide.

Een formulering die niet alleen ontkent wat er op dit moment in Syrië en Irak gaande is, maar die ons, als nazaten van de overlevenden van de Armeense Genocide en Aramese Sayfo van ruim honderd jaar geleden, ook weer pijnlijk herinnert aan het feit dat de Nederlandse regering ook vorig jaar, aan de vooravond van de honderdjarige herdenking van deze systematische en geplande volkerenmoord die ook het totaal uitwissen van het cultureel erfgoed omvatte, niet wilde erkennen dat het honderd jaar geleden om een genocide ging.

Als Aramese Beweging voor Mensenrechten kunnen we helaas maar weinig vertrouwen hebben in een militaire campagne waarbij de aanvoerlijnen naar ISIS en andere jihadistische groepen in Syrië buiten schot blijven en de bescherming van de burgerbevolking (en met name die van de kleinere minderheden die zichzelf niet met eigen milities kunnen beschermen) geen enkele rol blijkt te spelen.

Met vriendelijke groet,

Namens de Aramese Beweging voor Mensenrechten,

 

Aziz Beth Aho – voorzitter ABM

c.c.      De minister van Buitenlandse Zaken

ABM rapportage 2014/2015 over de Aramese mensenrechten

bfde05fca7fcb33879732ebf0393c8be (2)Rijssen (16-01-2016) Vanavond vond in het gebouw de Aramese Vereniging Abgar in Rijssen onder leiding van het Overijsselse CDA-Statenlid Susan Faal-Takak de presentatie van de zesde mensenrechtenrapportage van de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) plaats. Net als de vijfde rapportage die twee jaar geleden in het gebouw van de Aramese Vereniging in Oldenzaal werd gepresenteerd beschreef ook deze rapportage de mensenrechtensituatie in Turkije, Irak en Syrië over de afgelopen twee jaar, in dit geval dus 2014 en 2015. Was twee jaar geleden de inzet van ABM bij de campagne Syria’s Request in het voorjaar van 2013 de reden dat er geen tijd was om een rapportage te presenteren, dit keer was de inzet van ABM bij de herdenkingsactiviteiten van de Armeense Genocide en Aramese Seyfo in het voorjaar van 2015 de reden. e03754e36748e32ea36c9284fc8a3b70

 

 

 

 

 

Lees het hele verslag op deze link:

http://hetnabijeoostennabijtwente.blogspot.nl/2016/01/botsende-politieke-agendas.html

 

ABM-rapportage inzake bedreigde Aramese christenen in het Midden- Oosten

ABM-affiche  16 janauri 2016 (3)

ENSCHEDE (8-01-2016) – Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) organiseert op zaterdag 16 januari (i.s.m. de Aramese vereniging in Rijssen) een bijeenkomst over de rol van de Europese Unie en de Nederlandse regering inzake de bescherming van de Aramese christenen in het Midden-Oosten. De avond begint om 18.30 uur en vindt plaats in het gebouw van de Aramese Vereniging/de Syrisch Orthodoxe kerk in Rijssen (Roelof Bosmastraat 35). Voor de zesde keer brengt de Aramese Beweging voor Mensenrechten een jaarlijkse rapportage uit over de mensenrechtensituatie van Aramese christenen in het Midden-Oosten. De bijeenkomst is openbaar en entree is vrij.

ABM-rapportage
Voor de zesde keer brengt de Aramese Beweging voor Mensenrechten een jaarlijkse rapportage uit over de mensenrechtensituatie van Aramese christenen in het Midden-Oosten. Uit deze Mensenrechtenrapportage blijkt dat de Aramese christenen, met name in Syrië en Irak het meest te lijden hebben én na 100 jaar opnieuw doelwit zijn geworden van een genocide. Ook in buurland Turkije loopt specifiek geweld tegen de daar levende Aramese christenen op, nu het conflict tussen de Koerdische opstandelingen en het Turkse leger in Zuidoost Turkije (Tur Abdin) opnieuw is opgelaaid, waarbij dagelijks aan beide kanten slachtoffers vallen.

De inleiders van de informatiebijeenkomst zijn:

  • Mevrouw Kati Piri (PvdA), EU-parlementslid en tevens rapporteur over Turkije
  • De heer Peter van Dalen (CU-SGP), EU parlementslid; werkgroep vrijheid van Godsdienst en levensbeschouwing
  • De heer Aziz Beth Aho, voorzitter van de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM)

Na de presentatie van de Mensenrechtenrapportage door Aziz Beth Aho (ABM), volgt de reacties van Kati Piri. Hierna zullen de inleiders met elkaar en met de zaal discussiëren over de vraag wat Nederland en EU kunnen doen om de bedreigde Aramese christenen in Turkije, Irak en Syrië te helpen.

Wat betekent de onstabiele situatie voor de toekomst van inheemse Aramese christenen in Irak, Syrië en Turkije, én in het breder Midden-Oosten? Is dit de genadeklap die 100 jaar geleden werd ingezet met de genocide op de Aramese- en Armeense christenen in het toenmalige Ottomaanse Rijk waar het huidige Syrië, Irak en Turkije deel van uitmaakten? Wat zou het Westen moeten doen of juist moeten nalaten om de ontwikkeling nog te keren? En is dat überhaupt nog mogelijk of is het inmiddels te laat en is het lot van de Aramese en andere christenen in het Midden-Oosten bezegeld?

ABM
De Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) is een onafhankelijke mensenrechtenorganisatie die zich geweldloos inzet voor vrede en rechtvaardigheid. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens onderschrijvend, heeft de ABM tot doel
elke schending van mensenrechten, en die van de Aramese bevolking in het bijzonder, internationaal bij politici en overheden aan te kaarten. Tevens werkt ABM samen met zowel lokale als internationale, organisaties om de belangen van de Aramese bevolking
te behartigen. Meer informatie over de Arameeërs en de activiteiten van ABM vindt u op www.aramesebeweging.nl

ABM steunt het initiatief Kerstmanifest Vluchtelingen Welkom

vluchtelingen manifest defEnschede, 1 december 2015.

Dag iedereen in Enschede,

Onze stad kwam in 2012 met een hartverwarmend Serious Request in touw voor het goede doel. Voorjaar 2015 toonde Enschede wederom passie met The Passion. Tien maanden later kan de stad opnieuw goed een nieuwe impuls gebruiken.

Aan de vooravond van de komst van vluchtelingen naar Enschede hebben gebalde vuisten, gespierde taal en bebloede varkenskoppen  het imago van ons  onderuit gehaald. Tijd voor een positieve daad in deze donkere dagen voor kerst !

Onderteken onderstaand KERSTMANIFEST, dat binnenkort Huis aan Huis verspreid wordt in Enschede.

Hiermee maken we duidelijk dat voor veel Enschedeërs vluchtelingen welkom zijn.

Organisaties èn particulieren kunnen ondertekenen!

Mail uw naam naar: vluchtelingen.enschede@gmail.com en maak 10, 25, 50 euro of meer over op rekeningnummer: NL 11 TRIO 0390 186996 van Platform voor Vluchtelingen en Asielzoekers Enschede t.n.v. Kerstmanifest.

Met dank,   Initiatiefgroep Platform Vluchtelingen en Asielzoekers Enschede.

voorzitter Jan van Lijf

secretaris Tiny Hannink.

website Platform: http://pvaenschede.blogspot.nl/

Wake: Vrijheid Gelijkheid Broederschap

IMG_8015ENSCHEDE 19-11-2015
Op donderdagavond 19 november a.s. wordt in Enschede opnieuw een wake georganiseerd naar aanleiding van de aanslagen van Parijs. Deze zal van 19 tot 20 uur plaatsvinden vóór het Stadhuis op het Ei van Ko.
Afgelopen zaterdagmidddag werd al een spontane solidariteitsactie georganiseerd door verschillende personen en organisaties, die begin dit jaar betrokken waren bij de wake die ook toen vóór het Stadhuis georganiseerd werd naar aanleiding van de aanslagen bij Charlie Hebdo en een joodse supermarkt. Er blijkt echter, ook vanwege de ontwikkelingen in binnen- en buitenland nadien, behoefte te zijn om nog eens samen de afschuw uit te spreken over de aanslagen van vorige week, maar ook de zorgen over de verdere polarisatie in de samenleving en de antwoorden die sommige politici lijken te zoeken in hernieuwde discussies over de opvang van vluchtelingen en het opvoeren van de oorlogshandelingen.
Net als afgelopen zaterdag zullen we vóór het Stadhuis staan met het inmiddels bekende vredesteken voor Parijs en de leuze “vrijheid, gelijkheid, broederschap”.
De bovenbedoelde personen en organisaties zijn of komen voort uit de Aramese Beweging voor Mensenrechten, Enschede voor Vrede, het Kennisplatform Integratie en Burgerschap, de Oecumenische Vrouwengroep Twente-Bethlehem, de Raad voor Levensbeschouwingen en Religies en de Samenwerkende Democratische Organisaties
Eenieder is van harte welkom zich bij deze wake aan te sluiten en wordt vooral ook uitgenodigd om deze oproep in eigen kring verder te verspreiden.