Aan Minister van Buitenlandse Zaken, Stef Blok: Turkse invasie in Noordoost-Syrië

minister van Buitenlandse Zaken, Stef Blok, inval Turkije Syrie

Betreft Turkse invasie in Noordoost-Syrië                                                 Enschede, 14 oktober 2019

Geachte minister,
Mede met het oog op het debat dat u deze week zult voeren over de Turkse invasie in  Noordoost-Syrië, hecht de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) eraan de onderstaande punten met u te delen.

Ons schieten letterlino-war-on-syriajk de woorden te kort om de Turkse invasie in Noordoost-Syrië te veroordelen. De bevolking van dit gebied hunkert, na meer dan acht jaar oorlog en een voortdurende strijd tegen en terrorisering door ISIS, naar vrede en een einde van de gewelddadigheden om het normale leven weer op te pakken. In plaats daarvan ligt ze nu voluit onder vuur en gaat ze een onzekere toekomst tegemoet.

De gewelddadigheden die afgelopen woensdag met de Turkse aanval op Noordoost-Syrië
begonnen treffen niet alleen het laatstgenoemde gebied maar ook de grensregio in het zuidoosten van Turkije. Uitgerekend deze twee aan elkaar grenzen regio’s vormen het kerngebied van de Aramese gemeenschap in het Midden-Oosten en het herkomstgebied van de meer dan 25.000 Arameeërs die de afgelopen decennia in Twente en omgeving zijn komen wonen. Vrijwel allemaal hebben ze nog familie in deze regio’s van wie ze dagelijks berichten over aanslagen, beschietingen en bombardementen ontvangen en berichten over getroffen gebouwen en gewonde of gedode bekenden.

De gevolgen van deze Turkse aanval beperken zich echter niet alleen tot de Aramese, Koerdische en Arabische burgerbevolking in deze multiculturele en multireligieuze regio van Syrië, maar ook Europa en de rest van de wereld zullen de gevolgen merken, nu als gevolg van deze aanval door Koerdische milities vastgehouden ISIS-strijders uit hun gevangenkampen weten te ontsnappen en vol extra vergeldingsdrang over de wereld uit zullen zwermen.”

In dit verband moeten we u tot onze grote spijt wijzen op de nalatigheid van de internationale
gemeenschap om een oplossing te vinden voor de berechting en detentie van deze ISIS-strijders. Terwijl duidelijk was dat de bestaande situatie, waarin de Koerdische milities noodgedwongen de verantwoordelijkheid voor de gevangenkampen op zich namen, onhoudbaar was, bleef de internationale gemeenschap om de hete brei van een oplossing heen draaien en werd geen werk gemaakt van de ook door ABM ondersteunde voorstellen om tot een internationaal tribunaal te komen dat deze verantwoordelijkheid van de Koerden zou overnemen.

Ook ziet ABM tot haar leedwezen haar vele door de Nederlandse politiek in de wind geslagen
waarschuwingen bevestigt dat Turkije feitelijk met jihadistische milities in Syrië en zelfs met ISIS
samenwerkt. Vanuit Noordoost-Syrië komen thans volop berichten over het zij-aan-zij optrekken van het Turkse leger, jihadistische milities en vrijgekomen ISIS-strijders. Tot de jihadistische milities behoren ook milities die tot vrij recent door de Nederlandse regering werden ondersteund en van militair materiaal werden verzien terwijl de Nederlandse regering pas afgelopen vrijdag, na een door de Tweede Kamer aangenomen motie, tot een wapenembargo jegens Turkije heeft besloten. Een wapenembargo waar ABM al enkele jaren geleden om heeft gevraagd op basis van de informatie die zij had en in diverse brieven met u heeft gedeeld over de steun van Turkije aan jihadistische milities in Syrië.

Zelfs in het Kamerdebat donderdagmiddag wees de Nederlandse regering nog op de politieke en militaire samenwerking met Turkije. Daarmee hebben Nederland en de Europese Unie zich
feitelijk laten ringeloren door Turkije. De zogenaamde vluchtelingendeal is daarvan wel het meest bizarre voorbeeld en ook nu zien we weer dat president Erdoğan de opzegging van de
vluchtelingendeal of zelfs het naar Europea doorsturen van de in Turkije verblijvende 3,5 miljoen vluchtelingen als drukmiddel naar de EU gebruikt. We roepen Nederland en de EU op niet voor dit dreigement te wijken.

Het is naar de mening van ABM überhaupt een schande dat president Erdoğan uitgerekend
vluchtelingen inzet als wapen tegen de EU en mogelijk ook straks in de zogenaamde bufferzone
in Noordoost-Syrië om de daar thans levende (Aramese, Koerdische en Arabische) bevolking te
verdrijven. En dat terwijl de afgelopen woensdag begonnen oorlog inmiddels al weer 100.000
burgers extra op de vlucht heeft laten slaan. Velen voor hen inmiddels voor de tweede of derde
keer in acht jaar tijd.

Met vriendelijke groet,
namens de Aramese Beweging voor Mensenrechten,

Aziz Beth Aho
voorzitter

Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) veroordeelt Turkse invasie in Noordoost-Syrië

PDF: ABM verklaring inzake Turkse invasie in Noordoost Syrië[16396]

qamishli aansalg 2019

PERSBERICHT

Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) veroordeelt Turkse invasie in Noordoost-Syrië

Enschede, 11 oktober 2019 – Woorden schieten letterlijk te kort om de Turkse invasie in Noordoost-Syrië te veroordelen. De bevolking van dit gebied hunkert, na meer dan acht jaar oorlog en een voortdurende strijd tegen en terrorisering door ISIS, naar vrede en een einde van de geweld­dadigheden om het normale leven weer op te pakken. In plaats daarvan ligt ze nu voluit onder vuur en gaat ze een onzekere toekomst tegemoet.

De gewelddqamishli2adigheden die afgelopen woensdag met de Turkse aanval op Noordoost-Syrië begonnen treffen niet alleen het laatstgenoemde gebied maar ook de grensregio in het zuidoosten van Turkije. Uitgerekend deze twee aan elkaar grenzen regio’s vormen het kerngebied van de Aramese gemeenschap in het Midden-Oosten en het herkomstgebied van de meer dan 10.000 Arameeërs die de afgelopen decennia in Twente zijn komen wonen. Vrijwel allemaal hebben ze nog familie in deze regio’s van wie ze dagelijks berichten over aanslagen, beschietingen en bombardementen ontvangen en berichten over getroffen gebouwen en gewonde of gedode bekenden.

“De gevolgen van deze Turkse aanval beperken zich echter niet alleen tot de Aramese, Koerdische en Arabische burgerbevolking in deze multiculturele en multireligieuze regio van Syrië,” zo benadrukt Aziz Beth Aho, voorzitter van de ABM. “Ook Europa en de rest van de wereld zullen de gevolgen merken, nu als gevolg van deze aanval door Koerdische milities vastgehouden ISIS-strijders uit hun gevangenkampen weten te ontsnappen en vol extra vergeldingsdrang over de wereld uit zullen zwermen.”

Beth Aho wijst in dit verband op de nalatigheid van de internationale gemeenschap om een oplossing te vinden voor de berechting en detentie van deze ISIS-strijders. Terwijl duidelijk was dat de bestaande situatie, waarin de Koerdische milities noodgedwongen de verantwoordelijkheid voor de gevangenkampen op zich namen, onhoudbaar bleef de internationale gemeenschap op de hete brei van een oplossing heen draaien en werd geen werk gemaakt van door ABM ondersteunde voorstellen om tot een internationaal tribunaal te komen dat deze verantwoordelijkheid van de Koerden zou overnemen.

Ook ziet ABM tot haar leedwezen haar vele door de Nederlandse politiek in de wind geslagen waarschuwingen bevestigd dat Turkije feitelijk met jihadistische milities in Syrië en zelfs met ISIS samenwerkt. Vanuit Noordoost-Syrië komen thans volop berichten over het zij-aan-zij optrekken van het Turkse leger, jihadistische milities en vrijgekomen ISIS-strijders. Tot de jihadistische milities behoren ook milities die tot vrij recent door de Nederlandse regering werden ondersteund en van militair materiaal werden verzien terwijl de Nederlandse regering pas vandaag, na een door de Tweede Kamer aangenomen motie, tot een wapenembargo jegens Turkije heeft besloten. Een wapenembargo waar ABM al enkele jaren geleden om heeft gevraagd op basis van de informatie die zij had en met Nederlandse politici deelde over de steun van Turkije aan jihadistische milities in Syrië.

“Zelfs in het Kamerdebat donderdagmiddag wees de Nederlandse regering nog op de politieke en militaire samenwerking met Turkije,” benadrukt Beth Aho. “Daarmee heeft Nederland en heeft de Europese Unie zich feitelijk laten ringeloren door Turkije. De zogenaamde vluchtelingendeal is daarvan wel het meest bizarre voorbeeld en ook nu zie je weer dat Erdoğan de opzegging van de vluchtelingendeal of zelfs het naar Europea doorsturen van de in Turkije verblijvende 3,5 miljoen vluchtelingen als drukmiddel naar de EU gebruikt. De EU moet hier niet voor wijken.”

Hij noemt het een schande dat Erdoğan uitgerekend vluchtelingen inzet als wapen tegen de EU en mogelijk ook straks in de zogenaamde bufferzone in Noordoost-Syrië om de daar thans levende bevolking te verdrijven. En dat terwijl de afgelopen woensdag begonnen oorlog inmiddels al weer 100.000 burgers op de vlucht heeft laten slaan. Velen voor hen inmiddels voor de tweede of derde keer in acht jaar tijd.

Nadere informatie bij Aziz Beth Aho, voorzitter ABM, 06-…

Terroristische Aanslag op Arameeërs in Beth Zalin – Syrië

IMG_qamishlie aanslag 2019 1 IMG_qamishlie aanslag 2019Persbericht                                                                  Enschede, 14 juli 2018

Opnieuw een bomaanslag op de Arameeërs in Beth Zalin (Syrië)

 ENSCHEDE / BETH ZALIN – Met grote verslagenheid heeft de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) kennisgenomen van een aanslag op de Aramese kerkgangers in Beth Zalin (Qamishli), Syrië, waarbij diverse gewonden zijn gevallen. Wij veroordelen deze laffe daad op onschuldige kerkgangers ten zeerste af!

Link persbericht: Terroristische aanslag op kergangers in Beth Zalin Syrië

Laat een internationaal tribunaal Nederlandse IS-strijders in Syrië en Irak berechten

grappenhausPetitie IS terreur aan minister Fred Grappenhaus

(13-03-2019) ENSCHEDE – Laat een internationaal tribunaal Nederlandse IS-strijders in Syrië en Irak berechten. Daar moet worden bepaald of ze al dan niet kunnen terugkeren. Een petitie met die inhoud heeft de Aramese Beweging voor Mensenrechten vanavond in Enschede aangeboden aan minister Ferd Grapperhaus van Justitie en Veiligheid.

Grapperhaus was twee uur in Enschede op uitnodiging van CDA-fractievoorzitter Ayfer Koc in het kader van de provinciale verkiezingen. Voorzitter en Enschedeër Aziz Beth Aho van de Aramese Beweging voor Mensenrechten beschreef zijn zorgen over de mogelijke terugkeer van IS-strijders. Hij vreest dat ze zo geradicaliseerd zijn dat ze terug in Nederland tikkende tijdbommen zijn.

Aziz Beth Aho bood de minister een petitie aan die oproept tot berechting door een Internationaal Tribunaal in Irak en Syrië. De eigen rechtbanken zullen het niet aankunnen, betoogde hij, en berechting daar doet recht aan het gegeven dat de meeste slachtoffers van IS-strijders in die landen zijn gevallen.

Link naar het artikel in de Tubantia

Aramese Beweging voor Mensenrechten weet weg naar het EU-parlement te vinden

 Link: ABM Persbericht – Amendementen op EU rapportage Turkije.doc

Enschede 11 maart 2019

kitiPersbericht

Aramese Beweging voor Mensenrechten weet weg naar het EU-parlement te vinden

Enschede, 8 maart 2019 – Op dinsdagmiddag 12 maart a.s. zal het Europees Parlement het plenaire debat voeren over het Commissieverslag 2018 over Turkije dat door de Nederlandse Europarlementariër Kati Piri is opgesteld.

Eén dag later vinden de stemmingen over dit verslag plaats. Op 20 februari jl. vond een eerste behandeling van het verslag in de commissie Buitenlandse Zaken van het Europees Parlement en daarbij werd een aantal amendementen op het verslag aangenomen die ingediend waren op basis van een drietal aanbevelingen die de in Enschede gevestigde Aramese Beweging voor Mensenrechten aan het Europees Parlement had aangeboden.

Na het uitkomen, afgelopen najaar, van het concept-verslag over Turkije heeft de Aramese Beweging voor Mensenrechten op 19 november jl. de bijgevoegde brief aan het Europees Parlement geschreven, met een drietal aanbevelingen ten aanzien van het rapport, namelijk:

1. om recent door de Turkse overheid geconfisqueerd Aramees erfgoed (kerken, kloosters èn de bijbehorende landerijen) terug te geven aan de Aramese gemeenschap in Turkije;

2. om het eeuwenoude werelderfgoed in Hasankeyf niet verloren te laten gaan door de bouw van de Ilisudam in het Turkse deel van de Tigris;

3. om zorgen te uiten over de nieuwe Turkse veiligheidswet die de burgerrechten van culturele maar ook politiek minderheden ernstig aantast.

Deze drie aanbevelingen zijn in de vorm van respectievelijk de amendementen 107, 112 en 110 op 20 februari jl. door de Commissie Buitenlandse Zaken van het Europees Parlement overgenomen en de verwachting is dat dit ook komende week bij de definitieve vaststelling van het Commissieverslag zal plaatsvinden.

Waar veelal wordt beweerd dat “Brussel” te ver weg is van de gemiddelde burger, toont deze actie van de Aramese Beweging voor Mensenrechten aan dat burgerinitiatieven ook zonder uitgebreid lobbykantoor in Brussel heel goed invloed uit kunnen oefenen in de Europese besluitvorming.

Steun aan gewapende groeperingen in Syrië na de ‘gematigde oppositie’ ook de Koerden

human rights

Zie ook artikel in het AD: LINK

 

 

 

 

 

aan de leden van de Vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken,

via de griffier van de commissie, de heer Van Toor.

Enschede, 12 september 2018

betreft: steun aan gewapende groeperingen in Syrië na de ‘gematigde oppositie’ ook de Koerden

Geachte leden van de commissie,

Voor zover we in ons uitgebreide brievenarchief met uw Kamercommissie na hebben kunnen gaan hebben we u en de minister vanaf de zomer van 2015 bestookt met berichten die we uit Syrië kregen dat ook de ‘gematigde oppositie’ zich schuldig maakte aan gewelddadigheden tegen etnische en religieuze minderheden en dat de Nederlandse steun aan deze oppositie ook bij jihadistische organisaties terecht kwam. Vlak voor de zomer nog plaatste de Volkskrant een door ons geschreven opinie-artikel met als titel
“Nederland moet stoppen met steun aan de gewapende Syrische oppositie”. Daarin verwezen we onder andere naar het feit dat zowel de Britse als de Amerikaanse regering hun steun aan deze  gematigde oppositie’ al hadden stopgezet nadat  onderzoeksjournalisten hadden gewezen op de nauwe verstrengeling cq. het feitelijk samenvallen van ‘gematigde oppositie’ en jihadistische strijdgroepen.

Drie jaar lang leken onze brieven en opinie-artikelen tegen dovemansoren gericht, maar dankzij het onderzoek van Nieuwsuur en Trouw lijken de eerder afgegeven signalen dan toch doorgekomen en heeft de Kamer de regering unaniem om opheldering gevraagd. Vanzelfsprekend zullen we de ontwikkelingen
kritisch blijven volgen.

Met deze brief willen we echter nog een andere, sterk gerelateerde kwestie onder uw aandacht brengen. Een kwestie die we vanaf januari 2016 (zie het bijgevoegde opinie-artikel van 22 januari 2016) ook al onder uw aandacht poogden te brengen en die de steun van de ‘gematigde oppositie’ in Syrië, maar die aan de Koerdische bondgenoten in de strijd tegen IS in Irak en Syrië betreft.

De toen reeds uitgesproken vrees dat een groeiend en meer ruimte krijgend Koerdisch nationalisme ten koste zou gaan van de taalkundige, culturele en religieuze identiteit van in de door Koerdische milities beheerste gebieden, blijkt helaas bewaarheid te worden. Niet alleen in Noord-Irak, wat we toen aan de orde stelden, maar ook in Noord-Syrië.


Afgelopen maand bereikten ons de eerste berichten vanuit Qamishli dat de Koerdische autoriteiten die deze van oorsprong Aramese stad beheersen de Aramese scholen willen dwingen om in plaats van het
bestaande curriculum een door de Koerdische autoriteiten ontwikkeld curriculum in te voeren waarin geen ruimte meer is voor de Aramese taal, religie en cultuur en de leerlingen een herschreven Koerdische geschiedenis van het gebied onderwezen zouden krijgen. Niet alleen de Aramese bevolking, maar ook de Arabische en een deel van de Koerdische bevolking van Qamishli, die hun kinderen naar de Aramese scholen sturen omdat deze goed staan aangeschreven, zijn vorige maand de straat op gegaan om te
protesteren tegen deze maatregel.

Naast diverse geweldsincidenten eerder dit jaar tegen Arameeërs in Qamishli en omgeving waarbij ook doden zijn gevallen, is dit een zoveelste voorbeeld van hoe met Nederland en het Westen verbonden en door hen gesteunde bondgenoten in de praktijk weinig op hebben met culturele en andere godsdienst- en
mensenrechten van minderheden die zich in de door hen gecontroleerde gebieden bevinden.


We doen daarom een klemmend beroep op uw Kamer en op de Nederlandse regering om de komende dagen en weken niet alleen te focussen op wat er is misgegaan bij de inmiddels grotendeels stopgezette ondersteuning van de ‘gematigde oppositie’ in Syrië, maar ook alvast maatregelen te treffen om de daar
gemaakte fouten niet te herhalen bij de ondersteuning van de Koerdische autoriteiten en hen aan te spreken op het nakomen van afgegeven beloftes om mensenrechten en rechten van minderheden te respecteren.

Met vriendelijke groet,
namens de Aramese Beweging voor Mensenrechten,

 

Aziz Beth Aho – voorzitter ABM
c.c. De minister van Buitenlandse Zaken
bijlage: opinie-artikel “Geen onbeperkte steun aan Koerden” in Trouw d.d. 22 januari 2016

Erkenning genocide op Arameeërs van 1915

genocide1915

aan de   leden van de Vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken,

betreft:  Erkenning genocide op Armeniërs en Arameeërs van 1915

Enschede, 12 februari 2018

 

Geachte leden van de commissie,

 

Met het oog op het debat deze week over het gezamenlijk advies van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) en de Extern Volkenrechtelijk Adviseur (EVA) “inzake mogelijkheden, betekenis en wenselijkheid van het gebruik door politici van de term genocide” en de reactie van de regering daarop, wil de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) de volgende punten onder uw aandacht brengen:

 

  1. Zonder nadere toelichting reduceren de CAVV en de EVA het begrip ‘politici’ al in paragraaf 1 van hun gezamenlijk advies tot ‘leden van het parlement’ waarbij ze leden van de regering en dus de regering als zodanig buiten beschouwing laten. In hun advies en ook in de hoorzitting die uw Kamer over het advies organiseerde benadrukken zij vervolgens “dat parlementaire vaststellingen in het internationaal recht een andere [mindere – ABM] juridisch betekenis hebben dan handelingen van de regering” en dat “[a]an standpunten van het parlement volkenrechtelijk gezien (…) geen bijzonder gewicht [kan] worden toegekend”. Het oordeel dat er dus toe doet is het oordeel van de regering, maar het belang daarvan komt in het advies niet aan de orde.

 

  1. Een tweede reductie die de CAVV en de EVA zonder nadere toelichting al in het begin maken is dat ze zich willen beperken tot genocides of misdaden tegen de menselijkheid die nog gaande zijn. Discussies over genocides of misdaden tegen de menselijkheid uit het verleden betreffen vooral juridische vragen rond reparaties en excuses. In haar reactie stelt de regering vervolgens in haar antwoord op vraag 11 dat zij de Armeense genocide vooral als een zaak van de Turkse en Armeense regering ziet om er een gezamenlijke duiding van te geven “met als doel de noodzakelijke acceptatie en verwerking van het verleden”.

Hierbij hebben we een aantal opmerkingen:

  • Wat zou de regering in deze lijn willen voorstellen inzake van de genocide die gelijk met de Armeense genocide op de Arameeërs werd gepleegd? De Arameeërs hebben geen eigen staat en dus geen eigen regering die namens hen het gesprek met de Turkse regering aan zou kunnen gaan. En dat geldt voor meer volkeren die geen eigen staat hebben en in het verleden juist wel onder een genocide hebben geleden. Je zou zelfs kunnen stellen dat de meeste volkeren die in het verleden onder een genocide geleden hebben geen eigen staat hebben die voor hen op zou kunnen komen. Wie zou volgens de Nederlandse regering namens deze slachtoffers in gesprek moeten met de regering die de daders vertegenwoordigd om tot “de noodzakelijke acceptatie en verwerking van het verleden” te komen?
  • De overlevenden van de genocide die in 1915 op de Arameeërs is gepleegd wonen inmiddels voor een groot deel in het Westen en zijn staatsburger van deze landen. Ook van Nederland, waar zo’n 15.000 Arameeërs wonen. Genocide-onderzoeker Ugur Üngör wees tijdens de hoorzitting al op hun bestaan en ook op het belang dat zij – al dan niet expliciet – hechten aan de erkenning door ook hùn Nederlandse regering van het leed dat hun gemeenschap is aangedaan èn aan de inzet van ook hùn Nederlandse regering om “de noodzakelijke acceptatie en verwerking van het verleden” dichterbij te brengen.
  • Door enerzijds een scherp onderscheid te maken tussen “historische” en “nog gaande” genocides en anderzijds juist het onderscheid te relativeren tussen “genocides” en “misdaden tegen de menselijkheid” gaan de CAVV, de EVA en in hun kielzog de Nederlandse regering volstrekt voorbij aan het karakter van een verschijnsel “genocide” zoals in verschillende studies naar voren is gebracht. Het gaat bij genocide niet enkel om een massamoord, maar op het verwijderen van alles wat aan het bestaan van een bevolkingsgroep herinnert: overlevenden hebben een andere identiteit gekregen, culturele sporen in schrift, gebouwen, bewoningssporen, archeologische sites worden doelbewust vernietigd en uit de geschiedschrijving geschrapt. De ontkenning van de genocide is een wezenskenmerk van dit verschijnsel en vormt er als het ware het sluitstuk van. Dat betekent dat zolang ze ontkend wordt, een genocide altijd door blijft gaan en geen historisch feit kan zijn dat als afgesloten kan worden beschouwd. Dat we als Aramese Beweging voor Mensenrechten met grote regelmaat bij de Nederlandse regering en de Tweede Kamer aandacht vragen voor de immer voortgaande onteigening van kerken en kloosters door de Turkse regering, voor de (dreigende) vernietiging van duizenden jaren oude archeologische en historische sites waarvan er vele op de UNESCO-werelderfgoedlijst staan en voor de schendingen van de culturele en religieuze vrijheidsrechten van Arameeërs in het Midden-Oosten heeft alles te maken met het tot op de huidige dag doorwerken van die genocide en het hoofdkenmerk ervan: de systematische ontkenning van het bestaan van een Aramese bevolking. Het opkomen voor de mensenrechten van de Arameeërs van vandaag heeft dus alles te maken met de erkenning van de genocide van meer dan 100 jaar geleden.
  • De Nederlandse regeringen hebben de afgelopen decennia het opkomen voor de mensenrechten en voor de internationale rechtsorde altijd als één van de belangrijkste prioriteiten beschouwd in het Nederlands Buitenlands beleid. Het is ondenkbaar dat de Nederlandse regering bij grootschalige mensenrechtenschendingen elders in de wereld stelt dat dit een kwestie tussen de statelijke vertegenwoordiger van de dadergroep en die van de slachtoffergroep is. Wij zien niet in waarom dit bij genocides, de ergste mensenrechtenschending die er is, wel zou moeten gelden.

 

  1. In de kabinetsreactie van 22 december jl. is het antwoord op vraag 11 overigens gewijzigd! Er wordt nu gesteld dat er in deze kwestie geen sprake is van een uitspraak van een internationaal gerechts- of strafhof, noch van een bindende resolutie van de VN-Veiligheidsraad. Dit brengt ons tot onze slotvraag: welk initiatief gaat de Nederlandse regering dit jaar, waarin zij lid is van de VN-Veiligheidsraad, nemen om tot een bindende resolutie van dit orgaan inzake de genocide op de Armeniërs en Arameeërs te komen?

 

Met vriendelijke groet,

namens de Aramese Beweging voor Mensenrechten,

 

Aziz Beth Aho

voorzitter

Arameeërs en hun erfgoed slachtoffer van de Turkse invasie in Afrin

ain-dara-giant-lions_tfxwiu

brief ABM inzake Afrin 30-01-2018

aan de Minister van Buitenlandse Zaken,

de heer H. Zijlstra,

 

betreft: Arameeërs en hun erfgoed slachtoffer van de Turkse invasie in Afrin

Enschede, 30 januari 2018

Excellentie,

Het bestuur van de Aramese Beweging voor Mensenrechten doet een klemmend beroep op u om (in Europees of NAVO-verband) al het mogelijke aan te wenden de Turkse invasie in de Noord-Syrische provincie Afrin te doen stoppen.

Na de verwoestingen die ISIS de afgelopen jaren reeds heeft aangericht onder de Aramese christenen in Syrië en onder hun eeuwenoude erfgoed (zoals het UNESCO-werelderfgoed in de woestijnstad Palmyra), trekt nu het Turkse leger dood en verderf zaaiend door Afrin waarbij inmiddels al tientallen burgers waaronder ook vele vluchtelingen uit de rest van Syrië zijn omgekomen en waarbij grote delen van het Aramese erfgoed op de archeologische locatie Ain Dara zijn verwoest. Ain Dara is van groot (cultuur-)historisch belang. Het werd 3000 jaar geleden gesticht door Arameeërs en maakte deel uit van het toenmalige Aramese koninkrijk Beth Agusi dat onder andere Arpad en Aleppo omvatte.

Het grensgebied van de huidige republieken Syrië en Turkije wordt al enkele millennia door Arameeërs bewoond en vormt de culturele bakermat voor de beschavingen van het Midden-Oosten en Europa, waaronder de verspreiding van het christendom. Ruim 100 jaar geleden vond in deze regio, gelijktijdig met de Armeense Genocide ook de genocide op de Arameeërs, de Sayfo, plaats. Veel Arameeërs werden verdreven of ontvluchten het woongebied Tur Abdin in Zuidoost-Turkije om zich langs de noordgrens van de latere republiek Syrië bij hun volksgenoten te vestigen. In Zuidoost Turkije leven thans bijna geen Arameeërs meer en hun eeuwenoude kerken en kloosters (zoals het uit de vierde eeuw daterende Mor Gabriël) dreigen onteigend te worden en een andere bestemming te krijgen of definitief te verdwijnen, waarmee de genocide in de zin van het uitwissen van de allerlaatste sporen van de Arameeërs en hun eeuwenoude en rijke beschaving voltooid dreigt te worden.

In de Syrische gebieden waar de Arameeërs zich lange tijd veilig waanden heeft ISIS de laatste jaren geprobeerd om de genocide ook aan die zijde van de grens te voltooien door de daar levende Arameeërs te doden of te verdrijven en hun culturele erfgoed moedwillig te vernielen. Tijdens de inmiddels bijna zeven jaar durende oorlog in Syrië was de regio Afrin het oorlogsgeweld relatief bespaard gebleven, maar daar heeft de militaire invasie van NAVO-bondge-noot Turkije nu een eind aan gemaakt. In plaats van serieus werk te maken van de met Turkije overeengekomen vluchtelingenopvang in de regio moeten vele ontheemden die naar Afrin waren gevlucht nu weer elders een veilig heenkomen zoeken.

Turkije doet bij deze invasie een beroep op haar eigen veiligheid die ze moet verdedigen tegen de Syrische bondgenoten van de PKK en waartoe ze al eerder aangaf een bufferzone langs de Syrische grens te willen creëren. Een voornemen dat ze thans lijkt uit te voeren. Wij bepleiten de veiligheid van de Aramese burgers en hun erfgoed in deze voorgenomen bufferzone die (wederom) ernstig door de verwezenlijking van een Turkse droom wordt bedreigd. Europa en de Verenigde Staten mogen dit keer niet weer, net als 100 jaar geleden, wegkijken bij deze genocide die zich voor hun ogen voltrekt. Als ze dat doen, hebben ze niets geleerd van de geschiedenis van de afgelopen eeuw.

Bij uw ambtsvoorgangers, Timmermans en Koenders, hebben we de afgelopen jaren herhaaldelijk aandacht moeten vragen voor de verwoesting van eeuwenoud Aramees erfgoed in het Midden-Oosten als gevolg van terrorisme en oorlogshandelingen. Afgelopen najaar nog over de dreigende verwoesting van de 12000 jaar oude Aramese stad Hasankeyf door een heel ander oorzaak, namelijk de bouw van de omstreden Ilisudam door de Turkse regering in de bovenloop van de Tigris, waaruit ook weer blijkt dat het Aramees erfgoed bij hen niet in veilige handen is.

Graag hebben we binnen afzienbare tijd een ontmoeting met u op het ministerie om indringend met u over deze situatie te spreken. Daarmee zou u dan ook een belofte inlossen die uw ambtsvoorganger Koenders in het voorjaar van 2016 deed toen hij, in het kader van het Nederlands EU-voorzitterschap, kort een door ons georganiseerde hoorzitting in het Europees Parlement bijwoonde.

Met vriendelijke groet,

namens de Aramese Beweging voor Mensenrechten,

Aziz Beth Aho

voorzitter

cc. Tweede Kamer

Artikel over de verwoesting van historisch Aramese erfgoed;

https://www.timesofisrael.com/ancient-syrian-temple-damaged-in-turkish-raids-against-kurds/

Bijeenkomst ABM/EvV op 22 september 2017: “Terug naar Mosul”

affiche 2017-09-22Onder deze titel : “Terug naar Mosul” organiseren de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) en Enschede voor Vrede (EvV), in het kader van de landelijke vredesweek die dit jaar als thema “De Kracht van Verbeelding” heeft, op vrijdagavond 22 september a.s. van 19.30 tot 21.00 uur in het gebouw van Platform Aram, Vlierstraat 93, Enschede, een bijeenkomst met Yosé Höhne-Sparborth.
Drie jaar geleden ontvluchtten duizenden moslims, christenen en jezidi de stad Mosul en omgeving toen deze door ISIS onder de voet werd gelopen. De meesten werden opgevangen in het noorden van Irak. De afgelopen maanden is Mosul gedeeltelijk op ISIS heroverd en de eerste vluchtelingen keren weer terug. Maar wat treffen ze daar aan en wat heeft de vlucht met hen gedaan? Yosé Höhne-Sparborth is de afgelopen jaren veelvuldig in Mosul, Kirkuk en Süleymaniya geweest, heeft samen met de Chaldeeuws-Katholieke bisschop Yousif Thomas Mirkis van Kirkuk en Süleymaniyah gewerkt onder de vluchtelingen en heeft in augustus een aantal teruggekeerden bezocht. Zij deelt met ons haar ervaringen.
Uw aanwezigheid wordt door ons erg op prijs gesteld.