Arameeërs herdenken Genocide van 1915 “The one who does not remember history is bound to live through again” (degene die de geschiedenis niet herdenkt zal deze nog eens moeten beleven).

genocide1915Diaspora (24 april 2016) – Over de hele wereld herdenken Arameeërs de 101-jarige herdenking van de massaslachting, die bekend staat als Armeense genocide maar waarbij naast de naar schatting 1,5 miljoen Armeense ook 750.000 Aramese burgers van het toenmalige Ottomaanse Rijk zijn omgekomen.

Wat houdt de Genocide in?
Het begrip genocide is tamelijk nieuw (71 jaar oud), maar het verschijnsel bestaat al veel langer en werd in het industriële tijdperk ook benoemd. Zo sprak Babeuf in 1794 al over het “exterminating wheel” (het doorgaande uitmoorden; het vernietigen van mensen om het vernieten); Hegel sprak in 1821 over “fanaticism of destruction” en August von Platen in 1831 over “Volksmurder”. Raphaël Lemkin zou uiteindelijk in 1943 het begrip “genocide” introduceren in het boek “Axis Rule in Occupied Europe” waarbij opmerkelijk is dat omvang van de vernietiging door de Asmogendheden in de tijd dat hij dit boek schreef nog nauwelijks bekend was buiten het door hen bezette Europa.

Ook het verschijnsel zelf was al eerder in de 20ste eeuw bekend. Onder de naam “Herero” werden in opdracht van het koloniaal bestuur in de Duitse kolonies in 1908/9 dodenlijsten afgewerkt waarbij de namen opmerkelijk genoeg in rode inkt waren geschreven. In Oekraïne vond in de jaren ’30 de Holodomoer plaats waarbij de Sovjets moedwillig een groot deel van de Oekraïense bevolking de hongerdood liet sterven in wat tot die tijd de graanschuur van Europa was. En er was de Armeense genocide die van 1915 tot 1919 plaatsvond en een duidelijk voorbeeld was van een systematische moord op mensen, niet om wat ze doen, maar om wat ze zijn. Een moord waarbij het volledige staatsapparaat werd ingezet met leger, administraties, spoorwegen etc. In 1919 was de vernietiging van het Armeense volksdeel in het oosten van het Ottomaanse Rijk vrijwel volledig, alleen in het midden van het land waren nog overlevenden te vinden.

Het Genocide-verdrag van de Verenigde Naties uit 1948 gaat grotendeels op de definitie van Lemkin terug en het betreffende artikel II luidt als volgt:

In dit verdrag wordt onder genocide verstaan een van de volgende handelingen, gepleegd met het opzet om een nationale, etnische of godsdienstige groep, dan wel een groep, behorende tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk als zodanig te vernietigen:(a) het doden van leden van de groep;(b) het toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel aan leden van de groep;(c) het opzettelijk aan de groep opleggen van levensvoorwaarden die gericht zijn op haar gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging;(d) het nemen van maatregelen, bedoeld om geboorten binnen de groep te voorkomen;(e) het gewelddadig overbrengen van kinderen van de groep naar een andere groep.

Wat hierbij opvalt is dat Lemkin en daarmee ook de VN zich in deze definitie niet lieten leiden door de Holocaust, zoals vaak wordt beweerd, maar door de Armeense genodice. De punten (d) en (e) – gedwongen geboortebeperking en gedwongen adoptie – vonden namelijk niet plaats tijdens de Holocaust maar wel tijdens de Armeense Genocide.

De kritiek dat de definitie enkel op de Holocaust zou zijn gebaseerd snijdt dus geen hout, maar er zijn wel andere problemen met de definitie. Zo is lastig vast te stellen of er daadwerkelijk opzet in het spel is en is het lijstje criteria – nationaal, etnisch, raciaal of religieus – te beperkt. Eigenlijk is het probleem dat de definitie te statisch is – te zeer gericht op een bepaalde situatie of gebeurtenis – en processen als een culturele en politieke dynamiek, maar ook de motivaties en de oorzaken, niet meeneemt.

Over deze dynamiek, het genocidaal proces, is ook heel veel geschreven, waarbij je enerzijds, met sociologen en politicologen top-down kunt kijken waarom staten en samenlevingen een genocide in gang zetten en anderzijds, met antropologen en sociaal-psychologen bottom-up waarom mensen hier aan deelnemen of zich ertoe laten lenen. Als het om de eerste benadering gaat is de theorie van Melson van belang die laat zien dat genocide de uitkomst is van een politiek proces en meeste wordt bespoedigd door een politieke crisis. Zo vonden in het Ottomaanse Rijk in 1908 en 1913 twee revoluties plaats die wel gezien worden als de startpunten van de Armeense Genocide. Bij de tweede benadering zijn sociaal-psychologische experimenten heel belangrijk die laten zien dat heel normale mensen onder bepaalde omstandigheden tot de meest extreme dingen in staat zijn.

Onder Pol Pot in Cambodja zijn 1.700.000 Cambodjanen omgekomen. Er wordt wel gezegd dat die politieke tegenstanders waren, maar dan behoorde daar kennelijk de hele Vietnamese minderheid in Cambodja bij die volledig is uitgemoord en ook alle Cambodjaanse Chinezen; alle stedelingen en alle brildrager (de laatste groep vanwege hun gelijkenis met Franse intellectuelen). De Cambodjaanse Genocide had dus wel degelijk ook etnische en raciale aspecten. Dat blijkt ook uit het feit dat ook kinderen werden vermoord. Dat heeft niets met politieke oppositie te maken maar met etnische en raciale identiteit.

De Rwandese Genocide was de snelste. In 100 dagen moorden de Hutu’s 500.000 tot 1.000.000 Tutsi’s en Twa (de laatste groep wordt nooit genoemd, maar heeft nog zwaarder geleden dan de Tutsi’s). Als je dat omrekent kom je op 1 dode per 2 minuten. En dat zonder industriële infrastructuur met gaskamers e.d.

In Bosnië-Hercegovina zijn 100.000 tot 150.000 doden gevallen. Daar deed enerzijds het concentratiekamp weer zijn intrede, maar ook de driejaarlange “belegering” van Sarajevo was in feite een genocidaal proces waarbij het niet om de inname van de stad ging maar om het doden van de bevolking.

Door onderzoekers van de genocide als proces wordt meer en meer benadrukt dat het niet aan maar om het doden van mensen gaat, of van een bevolkingsgroep maar om de vernietiging van een daarbij behorende cultuur. Dat verklaart ook waarom bij diverse genocides niet alleen de mensen doelwit zijn, maar ook dragers van de culturele identiteit van deze mensen, zoals hun religieuze gebouwen (synagogen, kerken en moskeeën), uiterlijke kenmerken van mensen, hun taal en hun namen. In het Turkije van na de genocide zie je dat andere talen dan het Turks niet getolereerd wordt, dat leden van minderheidsgroepen, inclusief de overlevenden van de genocide, Turkse namen moeten aannemen en dat alles wat “niet Turks” is (dus bijvoorbeeld kerken) niet gerestaureerd mag worden.

De Nederlandse genocide-onderzoeker Zwaan heeft in 2001 zes stappen in het genocidaal proces onderscheiden:

- identificatie van de betreffende groep
- segregatie en isolatie
- ontnemen van eigendommen
- concentratie
- destructie
- “vergeten”

En de Amerikaanse onderzoeker Stanton onderscheidt in 2013 zelfs tien fasen:

- Classificatie
- Symbolisatie
- Discriminatie
- Ontmenselijking
- Organisatie
- Polarisatie
- Voorbereiding
- Vervolging
- Vernietiging
- Ontkenning

Maar dan blijft de vraag waarom het gebeurt. In zijn boek “The Roots of Evil: The Origins of Genocide and Other Group Violence” geeft Ervin Staub de volgende verklaring:

“All human beings strive for a coherent and positive self-concept, a self-definition that provides continuity and guides one’s life. Difficult conditions threaten the self-concept as people cannot care for themselves and their families or control the circumstances of their lives.”

Oftewel: genocides vinden vaak plaats vanuit een minderwaardigheidscomplex van de daders. In de zoektocht naar een eigen identiteit ontneemt je de ander datgene waarin je jezelf minder acht. En het proces is dan een “continuum of destruction”, vergelijkbaar met pestgedrag waarbij je ook steeds een heel klein stapje verder gaat waar steeds niemand tegen protesteert omdat ze namelijk al aan het voorgaande stapje gewend waren geraakt.

Je krijgt hiermee een culturele uiting van geweld, dat langs de volgende acht stappen verloopt:

- stigmatisering
- vernietiging van civiele identiteit
- vernietiging van economische identiteit
- vernietiging van identiteitsindicatoren (social death)
- ontnemen recht van nageslacht
- vernietiging van gender identiteit
- vernietiging van menselijke identiteit
- vernietiging van geschiedenis / recht om te herinneren

Genocide is al met al dus veel meer een dynamisch proces dan een statisch iets, zoals vastgelegd in het genocide-verdrag van de genocide. Maar ook de VN is tot dat inzicht gekomen en zij spreekt inmiddels van de “Responsibility to Protect” in plaats van van de “prevention of genocide”. Met name in Veiligheidsraadssresoluties 1674 en2170 staan zeer behartigenswaardige dingen over de bescherming van minderheden.

“The one who does not remember history is bound to live through again” (degene die de geschiedenis niet herdenkt zal deze nog eens moeten beleven).

ABM schrijft aan de Vaste Kamercommissie BuZa: Bommen op Syrië heeft geen zin!

dont bom syriaEnschede – 8 februari 2016

Aan de leden van de Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken

Betreft: aanvullende artikel-100-brief Nederlandse bijdrage aan de strijd tegen ISIS

Geachte leden van de Vaste Kamercommissie Buitenlandse Zaken,

Sinds het besluit van de Nederlandse regering in september 2014 om deel te nemen aan de luchtaanvullen om ISIS te bestrijden – en overigens ook in de jaren daarvoor – heeft de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) u in meerdere brieven, e-mails en ontmoetingen gewezen op de zeer beperkte effectiviteit van dit ogenschijnlijk machtige wapen. De luchtaanvallen stoppen de aanvoer van steeds weer nieuwe wapens, rekruten en financiële middelen naar het door ISIS beheerste en geterroriseerde gebied namelijk niet en beschermen de in dit gebied of aan de frontlinie levende burgerbevolking op geen enkele wijze tegen de terreur van ISIS die zich met name richt tegen de aanhangers van religieuze minderheden in Irak en Syrië zoals jezidi’s en christenen. Ook dit laatste weigert de regering in woord en daad te erkennen.

We komen op deze kritiekpunten terug bij de bespreking van een aantal onderwerpen die ons in de aanvullende artikel-100-brief opvielen.

  1. Op pagina 1 spreekt de regering haar afschuw uit over de vernietiging door ISIS van het 1400 jaar oude St.Eliyah-kooster. Het is echter slechts één van de vele onderdelen van het Aramees erfgoed in Syrië en Irak die door ISIS is vernietigd of bedreigd wordt. Hiertoe behoren talloze kerken en kloosters, onder andere in Mosul, maar ook de in centraal Syrië gelegen tempelstad Palmyra die een groot aantal maanden na de start van de bombardementen van de anti-ISIS-coalitie door ISIS is ingenomen. Is de politieke inzet om de Syrische regering van Assad op geen enkele manier te laten profiteren van de luchtacties van de coalitie belangrijker dan het behoud van dit (Aramese) werelderfgoed? Vragen hierover misten we in de schriftelijke feitelijke vragenronde.
  1. Op diezelfde pagina wordt gesproken over de burgerslachtoffers die in de strijd tussen ISIS, Iraakse en Koerdische milities worden gemaakt. In tweetal recente brieven hebben over geweldsincidenten in de Syrische grensstad Qamishli hebben we u erop gewezen dat het hier helaas niet altijd om burgers gaat die helaas op de verkeerde plaats en op het verkeerde tijdstip in de vuurlinie kwamen, maar ook om gerichte acties tegen burgers van en andere etniciteit of religieuze achtergrond. Het Amnesty-rapport dat de regering zelf aanhaalt in de antwoorden op de schriftelijke vragen 235 en 236 bevestigt dat dit type geweld door Koerdische milities tegen de Arabische burgerbevolking in Irak wordt ingezet en als ABM hebben we goede gronden te geloven dat het geweld in Qamishli doelgericht tegen Aramese burgers wordt gepleegd. Bij de steun aan Koerdische milities zou de Nederlandse regering het afzien van dergelijke gewelddaden als criterium moeten laten gelden.
  1. Op de overgang van de eerste naar de tweede pagina benadrukt de regering het belang om de doorvoer van wapens, geld, voertuigen en strijders vanuit Syrië naar Irak te stoppen. Dit stoppen is zelfs de centrale doelstelling van de in de brief genoemde uitbreiding van het militaire operatiegebied. De via Syrië doorgevoerde wapens, voertuigen, strijders en financiële middelen vinden echter (voor het overgrote deel) niet hun oorsprong in Syrië zelf, maar komen van elders en in hoofdzaak over de grens tussen Syrië en Turkije. In een rapport dat we vóór de zomer van 2014 aan uw Kamer hebben aangeboden over de Turkse betrokkenheid bij de wandaden in Syrië hebben we dit uitgebreid gedocumenteerd en uw Kamer heeft er sindsdien ook regelmatig vragen over gesteld aan de regering. Maar zelfs in de beantwoording van de schriftelijke vragen blijft de regering ontkennen dat de Turks-Syrische grens een probleem is en herhaalt ze zonder enige kritiek de bewering van de Turkse regering er alles aan te doen om de doorvoer van strijders, wapens en voertuigen naar ISIS en andere jihadistische strijdgroepen in Syrië te stoppen. Een interessante vraag zou zijn via welke andere route de strijders, wapens en voortuigen op de door onze F16’s te bombarderen doorvoerroutes volgens de Nederlandse regering Syrië binnen komen. En mocht de Turkse regering in gebreke blijven om deze doorvoer te stoppen, geld het volkenrechtelijk mandaat om Oost-Syrië te bombarderen dan ook voor de Turkse regio langs de grens met Syrië?
  1. Halverwege pagina 2 wordt gesproken over de opvang van ontheemden in de Koerdische Autonome Regio (KAR). Op pagina 8 stelt de regering dat vluchtelingen uit de “soennitische” (maar ook door veel Aramese christenen bewoonde) provincie Ninewa momenteel moeilijk toegang verkrijgen tot de KAR. Ons bleek al eerder – in het voorjaar 2014 hebben we dat ook gewisseld met toenmalig staatssecretaris Teeven – dat niet-Koerdische vluchtelingen in de KAR duidelijk als tweederangs vluchteling werden behandeld en dus minder toegang tot bepaalde faciliteiten hadden dan Koerdische vluchtelingen. Dit lijkt ons een relevant punt om bij de Koerdische autoriteiten in de KAR aan de orde te stellen.
  1. Bovenaan pagina 3 wordt, op basis van VN Veiligheidsraadsresolutie 2254, gesproken over “safe havens” voor ISIS die uitgeschakeld moeten worden. Dit is bij ons weten de eerste keer dat de term “safe haven” door de VN wordt gebruikt om uit te schakelen schuilplaatsen van terroristen mee aan te duiden, in plaats van te beschermen toevluchtsoorden voor de door die terroristen of anderen belaagde burgerbevolking. Een saillant teken dat de bescherming van de burgerbevolking kennelijk niet op de eerste plaats (meer) staat in de strijd tegen ISIS. Met anderen maken we ons grote zorgen over deze kennelijke verschuiving van de focus en zelfs van de betekenis van bepaalde termen.
  1. Bovenaan pagina 5 wordt gesproken over de Nederlandse steun aan de Syrische oppositie en Syrische vrouwenorganisaties om deel te (kunnen) nemen aan of in ieder geval gehoord te worden bij de vredesonderhandelingen. Aan de vooravond van het vorige onderhandelingsinitiatief, in januari 2014, heeft ABM o.a. bij de Nederlandse regering aangedrongen op een soortgelijke steun aan vertegenwoordigers van etnische en religieuze minderheden, in het bijzonder die van de verschillende Syrische kerken omdat ook hun stem gehoord moet worden bij de discussie over de toekomstige inrichting van Syrië wil de christelijke kerk die daar begonnen is überhaupt nog overlevingskansen hebben in haar bakermat. Het deed ons goed te zien dat de Kamer daar in de schriftelijke ronde ook om heeft gevraagd, maar het antwoord van de regering is ronduit teleurstellend. Ze put zich uit in vaagheden omdat het met naam en toenaam benoemen van organisaties die zij ondersteunt hun veiligheid in gevaar zou brengen, terwijl de gesteunde vrouwenorganisaties in het antwoord op vraag 87 met naam en toenaam wordt genoemd. We roepen uw Kamer op om geen genoegen te nemen met dit vage antwoord van de regering en duidelijk te maken dàt zij zich er sterk voor maakt dat de (kleinere) etnische en religieuze bevolkingsgroepen ook als zodanig aan de onderhandelingstafel zitten en niet slechts via leden in de delegaties van de Syrische regering of de Syrische oppositie die toevallig de betreffende etnische of religieuze achtergrond hebben. Deze vertegenwoordigen namelijk niet het belang van hun etnische of religieze bevolkingsgroep maar de politiek inzet van de Syrische regering of Syrische oppositie.
  1. Bij het bedrag van 10 miljoen euro dat op pagina 5 genoemd wordt en dat bestemd is voor de “gematigde gewapende Syrische oppositie” heeft uw Kamer ook de nodige vragen gesteld. De antwoorden van de regering op deze vragen (om welke groepen het gaat en of uitgesloten kan worden dat deze hulp niet op indirecte wijze bij jihadistische groepen of zelfs bij ISIS terecht komt) vinden wij weinig overtuigend. Ook hier wil de regering om veiligheidsredenen erg weinig blootgeven over de identiteit van de genoemde groepen, maar naar onze vaste overtuiging dient het parlement gewoon te weten voor wie zo’n omvangrijk bedrag bedoeld is.
  1. Bovenaan pagina 6 schrijft de regering over extra middelen voor de vluchtelingenopvang in Turkije, Libanon en Jordanië. Ons ontgaat de reden waarom de vluchtelingenopvang in Irak hier niet wordt genoemd. Juist vanuit Oost-Syrië, waar Nederland zal gaan bombarderen, zal de burgerbevolking vooral naar Irak vluchten. Zeker als Turkije de grens met Syrië wel hermetisch weet af te sluiten voor vluchtelingen. Verder komen we nog even terug op wat we bij punt 4 over vluchtelingen in de KAR hebben gemeld: hier zou Nederland juist met extra financiële middelen ook kunnen zorgen voor een verbetering van het lot van de niet-Koerdische vluchtelingen in de KAR.
  1. Onderaan pagina 11 erkent de regering dat ook de Syrische regering tegen ISIS vecht, maar noemt het betreffende front (bij het eerder genoemde Palmyra) van minder belang. Ook hier wordt in onze ogen weer louter militair-strategisch gekeken en heeft de regering geen oog voor de Syrische bevolking in dit gebied. Afgelopen najaar hebben we bijvoorbeeld de aandacht voor uw Kamer gevraagd voor de christelijke Aramese bevolking van de iets ten oosten van Homs gelegen stad Qarantain die door ISIS onder de voet werd gelopen en waar een groot aantal Aramese christelijke burgers door ISIS werd ontvoerd. Tot ons leedwezen werd door de internationale anti-ISIS-coalitie niets ondernomen om dit ISIS-offensief te staken. In de beantwoording van vraag 44 erkent de regering ook dat ISIS in Centraal Syrië gebied heeft weten te veroveren. Precies waar deze “van minder belang” geachte frontlijn met de Syrische regering van Assad loopt. Waar ISIS Assad bevecht, mag ze kennelijk haar gang gaan, ook al gaat dat ten koste van de christelijke bevolking en de Aramese cultuur.
  1. 10. Op pagina 15 wordt dat ook duidelijk gesteld: “Door inzet te concentreren op de grensoverschrijdende aanvoerlijnen vanuit Oost-Syrië naar Irak, kan worden vermeden dat Assad hiervan direct profiteert.” even verderop gevolgd door “Er zullen geen militaire acties worden uitgevoerd als er aanwijzingen zijn dat deze ten goede komen van het Assad-regime. Dit geldt in het bijzonder voor de provinciehoofdsteden van Al Hasakah en Deir-al-Zor, waar het regime nog enige militaire controle uitoefent.” Hieruit moeten we concluderen dat de bescherming van de (Aramese, christelijke) burgerbevolking ondergeschikt is aan de politiek om vooral Assad niet te helpen. Wij vinden dit zeer kwalijk en hebben u afgelopen zomer al opgeroepen hierin een andere koers te varen.

Uit de bovengenoemde punten blijkt echter dat de Nederlandse regering geen oog lijkt te (willen) hebben voor het lot van de Aramese christenen in Syrië en Irak die op het punt staan om voor het eerst in hun 2000 jaar oude geschiedenis in deze regio – die ware teisteringen als de Mongoolse invallen of de genocide van 1915 heeft doorgemaakt – juist in onze tijd uit deze regio te verdwijnen. Deze ontkenning van het bijzondere lot van de Aramese christenen blijkt expliciet uit het antwoord van de regering op vraag 27. Gevraagd naar haar oordeel over de uitspraak van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa, die vorige week overigens werd overgenomen door een grote meerderheid van het Europees Parlement, dat ISIS zich schuldig maakt aan genocide, stelt de regering dat zij ISIS op systematische wijze grove mensenrechtenschendingen pleegt maar niet kan vaststellen of hier sprake is van genocide.

Een formulering die niet alleen ontkent wat er op dit moment in Syrië en Irak gaande is, maar die ons, als nazaten van de overlevenden van de Armeense Genocide en Aramese Sayfo van ruim honderd jaar geleden, ook weer pijnlijk herinnert aan het feit dat de Nederlandse regering ook vorig jaar, aan de vooravond van de honderdjarige herdenking van deze systematische en geplande volkerenmoord die ook het totaal uitwissen van het cultureel erfgoed omvatte, niet wilde erkennen dat het honderd jaar geleden om een genocide ging.

Als Aramese Beweging voor Mensenrechten kunnen we helaas maar weinig vertrouwen hebben in een militaire campagne waarbij de aanvoerlijnen naar ISIS en andere jihadistische groepen in Syrië buiten schot blijven en de bescherming van de burgerbevolking (en met name die van de kleinere minderheden die zichzelf niet met eigen milities kunnen beschermen) geen enkele rol blijkt te spelen.

Met vriendelijke groet,

Namens de Aramese Beweging voor Mensenrechten,

 

Aziz Beth Aho – voorzitter ABM

c.c.      De minister van Buitenlandse Zaken

Persbericht (28-1-2016) Aanval op Syrisch Orthodoxe kerk en laatste Arameeërs in Diyarbakir

                                                              PERSBERICHT

Aanval op Syrisch Orthodoxe kerk en laatste Arameeërs in Diyarbakir – Na Irak en Syrië nu ook doelgerichte aanvallen op kerken in Turkije

Diyarbakir kerkEnschede, 28 januari 2016 – Juist op de dag waarop de Nederlandse politiek spreekt over het onzalige voorstel om in Nederland aangekomen vluchtelingen naar Turkije terug te sturen, maakt een aanval op de laatst overgebleven Syrisch Orthodoxe kerk van de miljoenenstad Diyarbakir in het zuidoosten van Turkije en het oude stamgebied van het Aramese volk duidelijk dat deze regio voor hen uitermate onveilig is.

Via de World Council of Arameans (WCA) ontving de Aramese Beweging voor Mensenrechten vanavond het alarmerende bericht van de laatste overgebleven Arameeërs in de oude stadswijk Sur van Diyarbakir dat hun unieke erfgoed groot gevaar wordt volledig verwoest te worden. Het gaat om de volledig in puin gelegde wijk rondom de eeuwenoude Syrisch-Orthodoxe Mariakerk die hoogstwaarschijnlijk zelf ook beschadigd is.

De Syrisch-Orthodoxe priester Yusuf Akbulut en zijn vrouw waren de laatste Aramese familie die in deze wijk woonden en konden de verwoesting en het geweld maar ternauwernood ontvluchten. Tot het laatste moment wilden ze bij de kerk blijven die ze zo lang en trouw gediend hadden en mijn pijn in hun hart hebben ze afscheid moeten nemen. “We hebben weinig hoop meer dat er nog een toekomst voor ons, Aramese christenen, in dit land van onze voorouders is,” aldus priester Yusuf Akbulut.

De oude stadswijk Sur is, net als andere delen van Diyarbakir, het strijdtoneel geworden van een ware oorlog tussen het Turkse regeringsleger en de Koerdische PKK. Volgens een telefoongesprek van ABM met Yuhanun Aktas, voorzitter van de Unie van Aramese verenigingen in het nabij Diyarbakir gelegen Mardin heeft het Tukse leger het gebied rond de Mariakerk op woensdag 27 januari jl. tot verboden gebied verklaard terwijl Koerdische opstandelingen barricades rond de kerk bouwden om weerstand te bieden aan de bombardementen van het Turkse leger.

De priester van Mariakerk, Yusuf Akbulut, werd in 2000 door de Turkse overheid beschuldigd van landverraad omdat hij naar buiten bracht dat ten tijde van de Armeense Genocide ook een genocide op de Arameeërs werd gepleegd. Hij heeft diverse rechtszaken achter de rug en ABM heeft zijn situatie toen onder de aandacht van het Nederlandse en Europese parlement gebracht.

Mede op verzoek van de voorzitter van de Unie van Aramese verenigingen in Mardin, Yuhanna Aktas, heeft het HDP parlementslid Mehmet Ali Aslan vragen gesteld in het Turkse parlement.

Volgens de voorzitter is dit niet de eerste keer dat de Turkse overheid de nog overgebleven Aramese erfgoed probeert te vernietigen. Reeds eerder, begin november 2015 heeft de Turkse leger ook de historische Mor Yakup kerk in Nusaybin met zwaar geschut beschadigd. Ook toen zijn er Kamervragen gesteld en is de overheid beschuldigd van systematische verdrijving van de Arameeërs en vernietiging van hun cultureel erfgoed.

ABM deelt de mening van de HDP parlementariërs Mehmet Ali Aslan en de voorzitter van de Unie van Aramese Verenigingen in Mardin, Yuhanna Aktas, dat Turkije de strijd tegen de Koerden niet als excuus mag gebruiken om de overgebleven Aramese christenen uit Turkije weg te jagen en hun culturele erfgoed te vernietigen.

In het verleden heeft de decennialange strijd tussen het Turkse regeringsleger en de Koerdische PKK in het zuidoosten van Turkije tienduizenden Arameeërs van wie de voorouders de genocide van 1915 hadden overleefd alsnog uit hun oorspronkelijke woongebied aan de bovenloop van de Eufraat en Tigris verjaagd en naar Europa en andere werelddelen verdreven. Het is slecht nieuws voor hen, dat juist nu de oorlog in het zuidoosten van Turkije weer oplaait, Europa haar grenzen dicht wil gooien en reeds in Europa aangekomen vluchtelingen terug wil sturen naar Turkije.

Meer informatie over:

 Yusuf Akbulut en het genoemde proces: https://nl.wikipedia.org/wiki/Yusuf_Akbulut

 HDP-vragen over Nusaybin: http://www.amedtoday.org/haber/5843/burclar/aslan.html

 de bevindingen van de WCA: http://wca-ngo.org/wca-news/press-releases/551-syriacorthodox-church-under-attack-in-diyarbakir,-southeast-turkey

ABM rapportage 2014/2015 over de Aramese mensenrechten

bfde05fca7fcb33879732ebf0393c8be (2)Rijssen (16-01-2016) Vanavond vond in het gebouw de Aramese Vereniging Abgar in Rijssen onder leiding van het Overijsselse CDA-Statenlid Susan Faal-Takak de presentatie van de zesde mensenrechtenrapportage van de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) plaats. Net als de vijfde rapportage die twee jaar geleden in het gebouw van de Aramese Vereniging in Oldenzaal werd gepresenteerd beschreef ook deze rapportage de mensenrechtensituatie in Turkije, Irak en Syrië over de afgelopen twee jaar, in dit geval dus 2014 en 2015. Was twee jaar geleden de inzet van ABM bij de campagne Syria’s Request in het voorjaar van 2013 de reden dat er geen tijd was om een rapportage te presenteren, dit keer was de inzet van ABM bij de herdenkingsactiviteiten van de Armeense Genocide en Aramese Seyfo in het voorjaar van 2015 de reden. e03754e36748e32ea36c9284fc8a3b70

 

 

 

 

 

Lees het hele verslag op deze link:

http://hetnabijeoostennabijtwente.blogspot.nl/2016/01/botsende-politieke-agendas.html

 

ABM-rapportage inzake bedreigde Aramese christenen in het Midden- Oosten

ABM-affiche  16 janauri 2016 (3)

ENSCHEDE (8-01-2016) – Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) organiseert op zaterdag 16 januari (i.s.m. de Aramese vereniging in Rijssen) een bijeenkomst over de rol van de Europese Unie en de Nederlandse regering inzake de bescherming van de Aramese christenen in het Midden-Oosten. De avond begint om 18.30 uur en vindt plaats in het gebouw van de Aramese Vereniging/de Syrisch Orthodoxe kerk in Rijssen (Roelof Bosmastraat 35). Voor de zesde keer brengt de Aramese Beweging voor Mensenrechten een jaarlijkse rapportage uit over de mensenrechtensituatie van Aramese christenen in het Midden-Oosten. De bijeenkomst is openbaar en entree is vrij.

ABM-rapportage
Voor de zesde keer brengt de Aramese Beweging voor Mensenrechten een jaarlijkse rapportage uit over de mensenrechtensituatie van Aramese christenen in het Midden-Oosten. Uit deze Mensenrechtenrapportage blijkt dat de Aramese christenen, met name in Syrië en Irak het meest te lijden hebben én na 100 jaar opnieuw doelwit zijn geworden van een genocide. Ook in buurland Turkije loopt specifiek geweld tegen de daar levende Aramese christenen op, nu het conflict tussen de Koerdische opstandelingen en het Turkse leger in Zuidoost Turkije (Tur Abdin) opnieuw is opgelaaid, waarbij dagelijks aan beide kanten slachtoffers vallen.

De inleiders van de informatiebijeenkomst zijn:

  • Mevrouw Kati Piri (PvdA), EU-parlementslid en tevens rapporteur over Turkije
  • De heer Peter van Dalen (CU-SGP), EU parlementslid; werkgroep vrijheid van Godsdienst en levensbeschouwing
  • De heer Aziz Beth Aho, voorzitter van de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM)

Na de presentatie van de Mensenrechtenrapportage door Aziz Beth Aho (ABM), volgt de reacties van Kati Piri. Hierna zullen de inleiders met elkaar en met de zaal discussiëren over de vraag wat Nederland en EU kunnen doen om de bedreigde Aramese christenen in Turkije, Irak en Syrië te helpen.

Wat betekent de onstabiele situatie voor de toekomst van inheemse Aramese christenen in Irak, Syrië en Turkije, én in het breder Midden-Oosten? Is dit de genadeklap die 100 jaar geleden werd ingezet met de genocide op de Aramese- en Armeense christenen in het toenmalige Ottomaanse Rijk waar het huidige Syrië, Irak en Turkije deel van uitmaakten? Wat zou het Westen moeten doen of juist moeten nalaten om de ontwikkeling nog te keren? En is dat überhaupt nog mogelijk of is het inmiddels te laat en is het lot van de Aramese en andere christenen in het Midden-Oosten bezegeld?

ABM
De Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) is een onafhankelijke mensenrechtenorganisatie die zich geweldloos inzet voor vrede en rechtvaardigheid. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens onderschrijvend, heeft de ABM tot doel
elke schending van mensenrechten, en die van de Aramese bevolking in het bijzonder, internationaal bij politici en overheden aan te kaarten. Tevens werkt ABM samen met zowel lokale als internationale, organisaties om de belangen van de Aramese bevolking
te behartigen. Meer informatie over de Arameeërs en de activiteiten van ABM vindt u op www.aramesebeweging.nl

ABM steunt het initiatief Kerstmanifest Vluchtelingen Welkom

vluchtelingen manifest defEnschede, 1 december 2015.

Dag iedereen in Enschede,

Onze stad kwam in 2012 met een hartverwarmend Serious Request in touw voor het goede doel. Voorjaar 2015 toonde Enschede wederom passie met The Passion. Tien maanden later kan de stad opnieuw goed een nieuwe impuls gebruiken.

Aan de vooravond van de komst van vluchtelingen naar Enschede hebben gebalde vuisten, gespierde taal en bebloede varkenskoppen  het imago van ons  onderuit gehaald. Tijd voor een positieve daad in deze donkere dagen voor kerst !

Onderteken onderstaand KERSTMANIFEST, dat binnenkort Huis aan Huis verspreid wordt in Enschede.

Hiermee maken we duidelijk dat voor veel Enschedeërs vluchtelingen welkom zijn.

Organisaties èn particulieren kunnen ondertekenen!

Mail uw naam naar: vluchtelingen.enschede@gmail.com en maak 10, 25, 50 euro of meer over op rekeningnummer: NL 11 TRIO 0390 186996 van Platform voor Vluchtelingen en Asielzoekers Enschede t.n.v. Kerstmanifest.

Met dank,   Initiatiefgroep Platform Vluchtelingen en Asielzoekers Enschede.

voorzitter Jan van Lijf

secretaris Tiny Hannink.

website Platform: http://pvaenschede.blogspot.nl/

GEEN BOMMEN OP SYRIE

no-war-on-syriaTEKEN DE PETITIE!

Geen bommen op Syrië!

De Nederlandse regering beraadt zich over een verzoek van de Verenigde Staten om bij te dragen aan de bombardementen op Syrië. Hierdoor dreigt Nederland opnieuw betrokken te raken bij een oorlog die niets oplost. In plaats daarvan vergroten de bommen de ellende voor de Syrische bevolking alleen maar.

 

https://www.change.org/p/nederlandse-regering-geen-bommen-op-syri%C3%AB

 

Politiek overleg tussen kernspelers rond het Syrische conflict kan een belangrijke bijdrage leveren aan een politiek transitieproces

Enschede 2-12-2015

Met het oog op het Algemeen Overleg over de strijd tegen ISIS dat u op donderdagavond 3
december met de ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie zult hebben, brengt de
Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) het volgende onder uw aandacht.

In haar brief van 10 november jl. met “een kabinetsappreciatie van recente ontwikkelingen met
betrekking tot een politieke strategie ter oplossing van het conflict in Syrië” stelt de regering van
mening te zijn dat het in de brief beschreven “politiek overleg tussen kernspelers rond het
Syrische conflict een belangrijke bijdrage kan leveren aan een politiek transitieproces.” We zijn
het hier ten volle mee eens en roepen uw Kamer op om dit, zoals de regering het noemt, “fragiele proces” met alle mogelijke middelen te ondersteunen.

VOOR MEER INFO LEES BIJGEVOEGDE BRIEF AAN DE VASTE KAMERCOMMISSIE BUITENLANDSE ZAKEN

abm_brief_inzake_syri12_2_november_2015-page1 abm_brief_inzake_syri12_2_november_2015-page2 abm_brief_inzake_syri12_2_november_2015-page3

 

 

Wake: Vrijheid Gelijkheid Broederschap

IMG_8015ENSCHEDE 19-11-2015
Op donderdagavond 19 november a.s. wordt in Enschede opnieuw een wake georganiseerd naar aanleiding van de aanslagen van Parijs. Deze zal van 19 tot 20 uur plaatsvinden vóór het Stadhuis op het Ei van Ko.
Afgelopen zaterdagmidddag werd al een spontane solidariteitsactie georganiseerd door verschillende personen en organisaties, die begin dit jaar betrokken waren bij de wake die ook toen vóór het Stadhuis georganiseerd werd naar aanleiding van de aanslagen bij Charlie Hebdo en een joodse supermarkt. Er blijkt echter, ook vanwege de ontwikkelingen in binnen- en buitenland nadien, behoefte te zijn om nog eens samen de afschuw uit te spreken over de aanslagen van vorige week, maar ook de zorgen over de verdere polarisatie in de samenleving en de antwoorden die sommige politici lijken te zoeken in hernieuwde discussies over de opvang van vluchtelingen en het opvoeren van de oorlogshandelingen.
Net als afgelopen zaterdag zullen we vóór het Stadhuis staan met het inmiddels bekende vredesteken voor Parijs en de leuze “vrijheid, gelijkheid, broederschap”.
De bovenbedoelde personen en organisaties zijn of komen voort uit de Aramese Beweging voor Mensenrechten, Enschede voor Vrede, het Kennisplatform Integratie en Burgerschap, de Oecumenische Vrouwengroep Twente-Bethlehem, de Raad voor Levensbeschouwingen en Religies en de Samenwerkende Democratische Organisaties
Eenieder is van harte welkom zich bij deze wake aan te sluiten en wordt vooral ook uitgenodigd om deze oproep in eigen kring verder te verspreiden.