Tweede Kamer bijgepraat over rol Turkije in oorlog Syrië

Den Haag (17-4-2014) Tweede Kamer bijgepraat over rol Turkije in oorlog Syrië

Vanmiddag heeft de Turks-Aramese jurist en journalist Erkan Metin de Tweede Kamer geïnformeerd over de rol van Turkije bij de oorlog in Syrië. Hij was in Den Haag op 101_2649 - voorbereidend gesprek met Pieter Omtzigtuitnodiging van de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) met ondersteuning van Jubilee Campaign en werd in de Tweede Kamer “in bijzondere procedure” ontvangen door CDA-Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt. Bij de ontvangst waren verder ook de Kamerleden Ingrid de Caluwé (VVD), Michiel Servaes (PvdA), Harry van Bommel (SP) en Joël Voordewind (ChristenUnie) aanwezig.

Erkan Metin vertelde over het door hem uitgevoerde onderzoek naar de ontvoering van de Syrisch-Orthodoxe bisschop van Aleppo en zijn Grieks-Orthodoxe collega, deze maand precies een jaar geleden. Bij dit onderzoek kwam hij gaandeweg een steeds meer aanwijzingen tegen dat de Turkse overheid meer over deze ontvoeringen weet dan ze toe wil geven en ook voortdurend bepaalde dingen toedekt. Zo heeft een Kaukasische strijder die bekend is onder de naam Abu Banat en in Turkse gevangenschap is zelf toegegeven dat hij verantwoordelijk is voor de ontvoering en de dood van beide bisschoppen, maar heeft de Turkse overheid deze feiten doelbewust niet in het strafproces meegenomen en zal Abu Banat volgende maand uitsluitend terecht staan voor illegaal wapenbezit en banden met Al Qaída.

Naarmate hij dieper in de materie dook kwam Erkan Metin steeds meer andere incidenten tegen waaruit een directe betrokkenheid van Turkse overheidsdiensten bij de gewapende strijd van buitenlandse jihadisten in Syrië. Zo worden buitenlandse jihadisten die gewond zijn geraakt in Turkse ziekenhuizen verpleegd waar ze 101_2666 - Aziz Beth Aho, tolk Adnan Hankul, Erkan Metin, Pieter Omtzigt en de griffier dhr Van Toorniet nader worden ondervraagd, zijn er bewijzen gevonden van 2000 vrachtauto’s met wapens en wapenonderdelen die bedoeld zijn voor de jihadistische strijders in Syrië en is enkele maanden geleden een Turkse Nederlander aangehouden die bekende dat hij sarin-gas (dat bij diverse aanvallen met chemische wapens in Syrië is gebruikt) vanuit Nederland naar Syrië vervoerde.

Verzoeken, ook van Turkse parlementariërs, zoals Erol Dora, om deze incidenten nader uit te zoeken, worden niet gehonoreerd. Ook de Nederlandse minister Timmermans hult zich in steevast in nietszeggende antwoorden als vanuit de Tweede Kamer nadere informatie wordt gevraagd over deze en andere incidenten zoals de telefoontap van enkele weken geleden waarin leden van de regering en de legerleiding met elkaar speculeren over het uitlokken van een Syrische aanval op een Turks doelwit, de graftombe van Süleyman Shah, waarna ze terug zouden kunnen slaan. Erkan 101_2673 - Kamerleden van PvdA, VVD, SP en ChristenUnie stellen hun vragenMetin riep de aanwezige Kamerleden op hier geen genoegen mee te nemen. Als er systematisch geen antwoorden worden gegeven en allerlei geruchten niet adequaat worden ontzenuwd moet er meer aan de hand zijn en heeft een parlement de plicht om de waarheid boven tafel te krijgen.

In Turkije is Erkan Metin een handtekeningenactie gestart om parlement en regering hiertoe op te roepen. Nederlandse parlementariërs zouden volgens hem een onderzoekscommissie moeten instellen, eventueel in samenwerking met collega’s in andere landen. Er zijn zoveel dingen onduidelijk in de oorlog in Syrië en er zijn zoveel tegenstrijdige berichten, terwijl Europa wel meent 101_2654 - interview met Katholiek Nieuwsbladeen bepaalde partij in deze oorlog te moeten ondersteunen en de ogen doelbewust sluit voor de rol die buitenlandse jihadistische strijders inmiddels in deze oorlog hebben ingenomen en waarvan met name de, in hun ogen, niet-islamitische bevolkingsgroepen het slachtoffer worden.

In het geval van Nederland speelt de stationering van Nederlandse Patriot-eenheden op de Turks-Syrische grens ook een belangrijke rol. De Patriots staan daar met enkele honderden Nederlandse militairen om de Turkse burgerbevolking te beschermen tegen een mogelijke aanval vanuit Syrië. Als Turkije echter een actieve rol speelt in de Syrische oorlog door niet alleen het Vrije Syrische Leger maar ook jihadistische groepen te ondersteunen en zelfs een Syrische aanval uit te lokken om zich vervolgens zelf actief in de strijd te kunnen mengen, is van een verdediging van een NAVO-bondgenoot echter geen sprake meer maar wordt feitelijk steun gegeven aan een geheim Turks offensief. Al doende zou Nederland dan tegen haar wil in een oorlog getrokken worden.

De Aramese Beweging voor Mensenrechten en Jubilee Campaign hebben de aanwezige Tweede Kamerleden na afloop van de ontvangst toegezegd een zo volledig mogelijk dossier samen te stellen met de verschillende incidenten, aanwijzingen en bewijzen die Erkan Metin heeft gevonden. Het is dan aan de Kamer in hoeverre men gehoor wil geven aan de oproep van Erkan Metin, maar mogelijk kan ook ABM via een handtekeningenactie de enkele tienduizenden zielen tellende Aramese gemeenschap in Nederland en hun vele medestanders ook mobiliseren om deze oproep te ondersteunen.

Onder de tientallen belangstellenden op de publieke tribune waren niet alleen Aramese, maar ook Armeense, Alawitische en Turkse organisaties vertegenwoordigd. Voorafgaand aan de ontvangst in de Tweede Kamer hebben journalisten van het Katholiek Nieuwsblad en het weekblad Elsevier Erkan Metin uitgebreid geïnterviewd. De komende week of komende weken zijn in beide bladen artikelen over het vandaag in de Tweede Kamer gepresenteerde onderzoek van Erkan Metin te verwachten.

IMPRESSIE BIJEENKOMST MET ERKAN METIN OP 15 APRIL 2014

IMPRESSIE BIJEENKOMST MET ERKAN METIN OP 15 APRIL 2014

WP_20140415_022Op dinsdag 15 april 2014 organiseerde de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) een bijeenkomst met de Turkse strafrechtadvocaat en onderzoeksjournalist Erkan Metin die op uitnodiging van ABM in Nederland is en op donderdag 17 april 2014 door CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt namens de commissie Buitenlandse Zaken van de Tweede Kamer in bijzondere procedure zal worden ontvangen. Erkan Metin, die van Aramese herkomst is en lidmaat van de Syrisch-Orthodoxe kerk, heeft zich het afgelopen jaar intensief beziggehouden met de verantwoordelijkheid voor de ontvoering van de Grieks-Orthodoxe aartsbisschop van Aleppo, Boulos Yazigi, en zijn Syrisch-Orthodoxe collega Yohanna Ibrahim op 22 april 2013. Een ontvoering die de Syrisch-christelijke gemoederen erg bezighoudt. Ook in Twente, waar Yohanna Ibrahim in de jaren ’70 als pastor werkzaam was binnen de eerste, nog maar nauwelijks georganiseerde Syrisch-Orthodoxe gemeenschap die inmiddels in heel Twente zo’n 20.000 zielen telt. De kleine zaal van het gebouw van Platform Aram zat daarom, ondanks het zeer ongebruikelijke tijdstip, goed vol met meer dan 50 mensen.

WP_20140415_010

Erkan Metin vertelde dat hij een jaar geleden aan zijn onderzoek is begonnen toen bleek dat de Turkse pers nauwelijks inging op het hoe en waarom van deze ontvoering die vlakbij de Turks-Syrische grens heeft plaatsgevonden. Dit in groot contrast tot de enorme hoeveelheid informatie in de sociale media die veelvuldig

gebruikt worden door diverse Syrische groeperingen. Deze berichten op de Syrische sociale media zijn onderling erg tegenstrijdig en bevatten zowel claims als beschuldiging over en weer. Toch komt er over de feitelijke gebeurtenis wel een tamelijk eenduidig beeld naar buiten.

Het aartsbisdom van de Grieks-Orthodoxe kerkleider Boulos Yazigi ligt deels in Syrië en deels in Turkije. Boulos Yazigi had de Paasdagen doorgebracht in het Turkse deel van zijn ambtsgebied en wilde daarna terugkeren naar Syrië maar kwam de door de Syrische oppositie beheerste grensovergangen niet over. Ook een poging om vanuit Turkije via Libanon naar Syrië te reizen strandde. Vervolgens besloot hij zijn collega Yohanna Ibrahim in te schakelen die goede contacten onderhield met de Syrische oppositie. Deze nam zijn contactpersoon met de Syrische oppositie, Fuad Eliya, mee en op de 22ste april 2013 reden ze naar Turkije, haalden Boulos Yazigi op en keerden terug naar Syrië. Zoals verwacht werden ze doorgelaten bij de controleposten van het Vrije Syrische Leger, maar iets meer dan 20 kilometer van de grens was een controlepost van een andere oppositionele groep waar ze werden aangehouden. De chauffeur werd gedwongen uit te stappen en bestuurd door mensen van deze onbekende groepering vertrok de auto met de twee aartsbisschoppen naar een onbekende bestemming.

Erkan benadrukt dat de chauffeur niet bij deze aanhouding en ontvoering is doodgeschoten, zoals wel wordt aangenomen. Hij is waarschijnlijk gaan lopen en daarbij in militair gebied terecht gekomen waar hij als indringer door een sluipschutter van het Syrische regeringsleger gedood zou zijn. Fuas Eliya is later vrijgelaten door de ontvoerders en is de enige die een getuigenis heeft kunnen afleggen over wat er gebeurd is. Over de identiteit van de ontvoerders is hij heel stellig: het waren geen Syriërs en ze waren ook niet afkomstig uit andere Arabische landen. Gelet hun kleding en baardgroei stelde Fuad Eliya dat ze uit de Kaukasus of Afghanistan afkomstig waren. Op basis hiervan rees het vermoeden dat de ontvoering gepleegd is door een groep die zichzelf het “Kaukasisch Kalifaat” noemt en die vooral uit strijders uit de Russische deelrepublieken Tsjetsjenië en Dagestan bestaat. De eerste Kaukasische jihadisten kwamen in 2011 Syrië al binnen, maar met name in 2013 is een grote stroom Kaukasische jihadisten naar Syrië gekomen om daar de strijd te voeren. Er is sprake van een soort “vreemdelingenlegioen” dat haar hoofdkwartier en trainingscentra in Turkije heeft en vandaaruit operaties in het noorden van Syrië uitvoert. Eén van de leiders is overigens geen Tsjetsjeen maar een Georgiër die in 2008 in de oorlog met Rusland is geradicaliseerd, zich tot de islam heeft bekeerd en nu een fanatieke aanvoerder van dit vreemdelingenlegioen is geworden. Overigens stelt het Vrije Syrische Leger dat deze jihadistische groepen helemaal niet tegen de Syrische regering vechten, maar zich gebieden toeëigenen in de reeds “bevrijde gebieden” waar ze een soort terreurbewind uitoefenen over de lokale bevolking en zichzelf een machtspositie verschaffen en zichzelf verrijken. Er zwerven in het noorden van Syrië diverse lokale krijgsheren rond met soms vreemde voorgeschiedenissen en bekeringen, zoals de genoemde Georgiër, zodat er ook de wildste verhalen rondgaan over Russische invloeden in deze chaotische situatie.

Dat geldt bijvoorbeeld voor een krijgsheer die bekend staat onder de naam Abu Banat die zichzelf tot machthebber heeft verklaard over een dorp in Syrië dat vlakbij de plek ligt waar de aartsbisschoppen zijn ontvoerd. Van hem is bekend dat hij uit Dagestan komt en in 2011 naar Egypte is gegaan om te helpen bij de revolutie maar het land is uitgezet toen bleek dat hij vooral zichzelf trachtte te verrijken en maar weinig deed om de islam te bevorderen. In 2012 werd hij in Turkije gesignaleerd en was toen actief in een aantal vluchtelingenkampen aan de grens met Syrië. Volgens de Turkse autoriteiten zou hij het land zijn uitgezet, maar als strafrechtadvocaat heeft Erkan Metin toegang tot allerlei politiedossiers en daaruit bleek anders.

WP_20140415_016

Het zijn vooral de vele tegenstrijdigheden tussen datgene wat de Turkse regering naar buiten brengt en wat uit onderzoek naar Syrische bronnen of uit de politiedossiers blijkt die de Turkse regering verdacht maken in de ogen van Erkan Metin. Er moet kennelijk van alles worden toegedekt en steeds komt men weer op eerdere verklaringen terug. Abu Banat is gearresteerd en zal op 21 mei a.s. worden voorgeleid, maar uitsluitend op grond van verboden wapenbezit en zijn relatie tot het terroristisch netwerk van Al Qaida. Het hele dossier over de ontvoering – en mogelijke dood – van de aartsbisschoppen blijft buiten beschouwing. Vragen hierover door bevriende Turkse parlementariërs worden niet beantwoord.

Erkan Metin belooft zelf door te gaan met zijn onderzoekingen maar hij roept ABM, de aanwezigen in de zaal en iedereen van goede wil op om druk uit te blijven oefenen op de Turkse regering om meer openheid van zaken te geven over dit hele dossier. De ontvoering van de twee aartsbisschoppen van Aleppo is namelijk de meest geruchtmakende zaak, maar in de schaduw hiervan is sprake van diverse andere ontvoeringen en aanslagen die met veel mist omgeven worden en die aan het licht moeten worden gebracht.

WP_20140415_012

Jan Schaake
16 april 2014

17-4-14: Presentatie in Tweede Kamer over Turkse inmenging in Syriëconflict

Tweede_Kam_d4bb033779Gezamenlijk persbericht CDA, ABM en Jubilee Campaign

Steeds meer feiten wijzen erop dat Turkije betrokken is geweest bij de ontvoering van twee Syrische bisschoppen in april 2013. Bovendien zijn er aanwijzingen dat NAVO-lid Turkije wist van de aanval door Al Qaida rebellen op het Syrisch-Armeense dorp Kassab eind maart, of dat het land de rebellen daarbij zelfs actief geholpen heeft. Het CDA, de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) en mensenrechtenorganisatie Jubilee Campaign houden daarom op donderdag 17 april een hoorzitting in de Tweede Kamer, waarbij de Turkse onderzoeksjournalist Erkan Metin verslag zal doen van zijn onderzoek naar de betrokkenheid van Turkije bij de Syrische oorlog.

Bisschoppen ontvoerd

Op 22 april 2013 werden de Syrische bisschoppen Yuhanna Ibrahim en Paul Yazici ontvoerd toen zij van de Turkse grens op weg waren naar Aleppo. Hoewel de Turkse regering haar betrokkenheid altijd heeft ontkend, ontdekte journalist Erkan Metin dat de persoon die verdacht wordt van de ontvoering in de gevangenis van Istanbul zit. Volgens Metin is de dader, Abu Banat, bekend bij de Turkse veiligheidsdienst (MIT) die hem regelmatig van wapens had voorzien, en probeert het land te verhullen dat zij op de één of andere manier bij de verdwijningszaak van de bisschoppen betrokken zijn. CDA-kamerlid Pieter Omtzigt: “Ik heb bewondering voor Erkan Metin, die tegen de stroom in, in het land met de meeste journalisten in de gevangenis, onafhankelijk en moeilijk onderzoek durft te doen.”

‘Turkije bewapent rebellen’

Nog schokkender was de aanval op het Armeense dorp Kassab aan Turks-Syrische grens, waar volgens ooggetuigen duizenden Al Qaida strijders over de Turkse grens kwamen en op vijf verschillende plekken de aanval openden. Professor Daoud Khairallah van de Georgetown University in Washington vertelde aan de televisiezender Russia Today dat ‘Turkije een lange geschiedenis heeft in het helpen van gewapende mensen van over de hele wereld die tegen het Syrische regime willen vechten’. Volgens hem helpt Turkije hen de grens naar Syrië over te komen en trainen ze de strijders.

Omtzigt: “Wij hebben grote zorgen over Syrië en het extremisme daar bij de rebellen, dat vooral van buiten Syrië komt en ook vanuit daar betaald, bewapend en getraind wordt.”

Nederlandse Patriot-eenheden in Turkije

‘Berichten dat Turkije, door luchtsteun te geven bij de aanval op het Armeens-Syrische stadje Kessab, met vuur speelt, zijn juist ook voor Nederland uitermate relevant omdat ons land met twee Patriot-eenheden in Turkije aanwezig is om het land te verdedigen tegen een mogelijke aanval vanuit Syrië’, zegt Aziz Beth Aho, voorzitter van ABM. ‘Op donderdag 17 april hopen we de Kamer meer te kunnen vertellen over de actieve rol die Turkije in de gewapende strijd in Syrië speelt,  in de hoorzitting met de Turkse onderzoeksjournalist Erkan Metin.’

affiche de Actieve Rol van Turkije in de oorlog in Syrië – 2014-04-15

ABM praat Teeven bij over christenen in Irak

101_2633Den Haag 14-4-2014:  Op maandagmiddag 14 april 2014 sprak een delegatie van de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) met staatssecretaris Fred Teeven over de veiligheidssituatie van Aramese christenen in Irak. Dit gesprek vond plaats op verzoek van de staatssecretaris naar aanleiding van een Kamerdebat dat hij op 30 januari jl. had over het toelatingsbeleid van de Nederlandse regering inzake Iraakse vluchtelingen en dan met name vluchtelingen die behoren tot de etnische en religieuze minderheden in dit land. ChristenUnie-woordvoerder Joël Voordewind riep de staatssecretaris op om de bevindingen van het Ambtsbericht te bespreken met ABM. Later dit jaar zal ook nog een gesprek gevoerd worden met een vertegenwoordiging van de Koerdische Autonome Regio in Irak.

101_2632

Bij het gesprek, waaraan van de zijde van ABM werd deelgenomen door de bestuursleden Aziz Beth Aho, Sabo Kara en Jan Schaake en Mattie Korkes Azeez, die tot enkele jaren geleden als journalist voor Associated Press in Irak werkzaam was en in 2010 naar Nederland heeft moeten vluchten, bleek dat Teeven goed kennis had genomen van de jaarlijkse Mensenrechtenrapportage die ABM hem vooraf had toegestuurd. De staatssecretaris meldde dat hij Irak zelf meermalen heeft bezocht, maar toch konden we hem nog een aantal nieuwe ontwikkelingen melden die duidelijk tot een verslechtering van de burgerbevolking van Irak in het algemeen en van de christelijke minderheid in Irak in het bijzonder hebben geleid. Zo konden we de staatssecretaris informeren over het feit dat de jihadistische strijdgroep voor een Islamitische Staat voor Irak en Syrië (ISIS) niet alleen in Falluja actief is maar feitelijk het hele westen van Irak beheerst inclusief de stad Mosul en omgeving waar juist de afgelopen jaren veel Iraakse christenen naar toe zijn gevlucht. Ook in Bagdad en Basra heeft de christelijke minderheid zwaar te leiden onder de diverse gevechten die tussen soennieten en sji’ieten plaatsvinden en onlangs weer zijn verhevigd in de aanloop op de komende parlementsverkiezingen.

 

In de Koerdische Autonome Regio (KAR) in het noorden van Irak is het relatief veilig, hoewel met name in de stad Kirkuk christenen eveneens een speelbal zijn geworden in het gevecht om de macht over deze stad. De vele christenen die de afgelopen jaren uit de rest van Irak naar de KAR zijn gevlucht, zijn daar een stuk veiliger dan in de rest van Irak maar worden in de KAR als tweederangsburgers behandeld. WP_20140414_002Zij beheersen de Koerdische taal niet en kunnen het Arabisch dat zij in de andere Iraakse regio’s spraken daar niet gebruiken. Bovendien worden zij nu uit de tijdelijke en tweederangs baantjes die zij in de KAR konden krijgen verdreven door de talloze Koerdische vluchtelingen die vanuit het noordoosten van Syrië naar de KAR vluchten. Tenslotte zijn er ook in de KAR verschillende fundamentalistische islamitische organisaties actief die in deze regio een islamitisch bestuur willen vestigen. Dit heeft de afgelopen tijd al tot een aantal incidenten tegen de in hun ogen “ongelovige” christenen geleid. Ook hiervan kon ABM een aantal voorbeelden geven, waarbij tevens aangegeven kon worden dat ABM hier regelmatig de Tweede Kamer over heeft geïnformeerd.

Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) woont een hoorzitting in de Tweede Kamer over zelfbestuur Noord-Syrië

Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) woont een hoorzitting in de Tweede Kamer over zelfbestuur Noord-Syrië

DEN – HAAG – Op 13 maart 2014 is mede op initiatief van Jubilee Campagne door Joël Voordewind, Tweede Kamerlid van ChristenUnie een hoorzitting over zelfbestuur in Noord-Syrië georganiseerd.

Op verzoek van Joël Voordewind hebben Sabo Kara en Aziz Beth Aho namens de Aramese Beweging voor Mensenrechten de hoorzitting in de Tweede Kamer bijgewoond.

WP_20140313_001Voor de hoorzitting waren Bassam Ishak, leider van de Syriac National Council of Syria en Salih Muslim Muhammad, leider van de Syrian Kurdisch Supreme Concil  – uit Syrië – uitgenodigd om in het Nederlandse parlement te spreken over de vorming van het zelfbestuur tussen de Koerden, Arameeërs, Arabieren en andere kleine minderheidsgroepen.

Zowel Bassam Ishak als ook Salih Muslim Muhammad heeft gesproken over de “Democratische Kantons’ die onlangs zijn uitgeroepen in Noord-Syrië.

Over enkele maanden worden het noorden van Syrië verkiezingen gehouden. De Koerdische beweging wil zo breed mogelijk een coalitie vormen met de minderheden in het gebied en is op zoek voor steun bij diverse Europese landen, voor hun plan voor een zelfbestuur in Noord-Syrië.

Tijdens de hoorzitting hebben beide gastsprekers het belang van dialoog en samenwerking tussen verschillende groepen benadrukt en hebben een appel gedaan op de aanwezig politici om hun plan te ondersteunen.

SAMSUNGAramese Beweging Voor Mensenrechten heeft tijdens de bijeenkomst kritische kanttekeningen gemaakt bij de ‘goede’ bedoelingen die men heeft bij de vorming van een zelfbestuur in het noorden van Syrië.  “Waarom draagt Noord-Syrië niet haar oude naam, Aram Nahrain en wel de Koerdistan, als de Koerden toch het streven naar dialoog tussen de volkeren hebben?”

Ook merkt ABM op, dat een zelfbestuur helaas niet door de meerderheid in de regio gedragen wordt, maar enkel door de Koerdische beweging en een aantal christenen die op eigen titel een  alliantie met de koerden hebben.

Dat een onverdeeld Syrië niet slechts de mening van ABM is, maar de mening van alle christenen in Syrië, blijkt tevens ook uit een artikel van 7 maart 2014 in Radio Vatikan. De Syrisch Katholieke aartsbisschop van Hassake-Nisibis, Jacques Behnan Hindo merkt het volgende op: “ De vorming van zelfbestuur dient door alle minderheden in de regio gedragen en goedgekeurd te worden. Het feit dat de Syrisch Koerden drie christenen in hun bestuur willen opnemen, betekent niet dat zij ook de christenen vertegenwoordigen. De drie christenen hebben op eigen titel deelgenomen aan het bestuur en delen niet de mening van de christenen over de vorming van een eigen zelfbestuur in het Noorden van Syrië”, aldus de aartsbisschop Jacques Bhanan Hindo.

Moord op Pater Frans van der Lugt in Homs

ENSCHEDE (7-4-2014)- Het bestuur van de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) heeft geschokt en met veel verdriet kennis genomen van de moord vanochtend op de Nederlandse pater Frans van der Lugt in de Syrische stad Homs.

aafrans

Afgelopen zomer maakte ABM reeds kenbaar de houding van de Nederlandse regering te laken om zich niet te bekommeren om het lot van deze in nood verkerende Nederlandse staatsburger in Syrië omdat de zelf voor zijn lot had gekozen. Daarmee ging de Nederlandse regering voorbij aan het feit dat Van der Lugt deze keuze had gemaakt op grond van de grote verantwoordelijkheid die hij wel voelde voor de talloze Syrische burgers in wier midden hij al enkele decennia verkeerde en die ook niet zelf voor hun lot hebben gekozen.

In deze en vele andere gevallen waarin christenen in Syrië specifiek doelwit zijn van gewelddadigheden, zoals de ontvoering van twee Aramese bisschoppen van Aleppo, alweer bijna een jaar geleden, de aanvallen op diverse kerken en andere christelijke gebouwen door jihadistische groepen, de invallen op de twee Aramese enclaves,  Maaloula en Sadat afgelopen najaar en onlangs weer op het door Armeense christenen bewoonde stadje Kessab, worden stelselmatig door de minister van Buitenlandse Zaken afgedaan als ‘gewone en in algemene termen te betreuren oorlogshandelingen die niets met een specifieke actie tegen christenen te maken hebben’.

Ook in het geval van pater Frans van der Lugt ging het duidelijk om een op deze persoon gerichte actie die in Homs bekend was als christelijke pater. ABM is dan ook benieuwd of de regering naar aanleiding van deze tegen een Nederlander gerichte actie wel bereid is om toe te geven dat christenen in Syrië specifiek doelwit zijn geworden van bepaalde oppositionele groepen die, zo bleek de afgelopen dagen en weken ook weer uit talloze voorbeelden, actief ondersteund worden door de Nederlandse NAVO-bondgenoot Turkije.

Presentatie rapportage ABM

ABM-affiche  7 maart 2014 JPEG

OLDENZAAL – op vrijdagavond 7 maart 2014 heeft de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) i.s.m. de Aramese vereniging in Oldenzaal (Savo) een informatie / interactiebijeenkomst over de rol van de Europese Unie en de Nederlandse regering bij de bescherming van de Aramese christenen in het Midden-Oosten georganiseerd.

 

Voor de vijfde keer brengt de Aramese Beweging voor Mensenrechten een jaarlijkse rapportage uit over de mensenrechtensituatie van Aramese christenen in het Midden-Oosten. Vanwege een grote hoeveelheid activiteiten begin 2013 over Syrië, heeft ABM deze traditie toen kort moeten onderbreken en vandaar dat de Mensenrechtenrapportage die op 7 maart 2014 gepresenteerd zal worden zowel het jaar 2013 als 2012 zal bestrijken.

Uit deze Mensenrechtenrapportage blijkt dat in de loop van die periode Aramese christenen vooral in Syrië van “gewoon” burgerslachtoffer in de daar woedende oorlog steeds meer specifiek doelwit is geworden in een steeds religieuzer wordende strijd.

Ook in buurlanden Irak en Turkije loopt specifiek geweld tegen de daar levende Aramese christenen de laatste maanden erg op en nemen uitspraken van extreem-islamitische leiders tegen christenen toe.

WP_20140307_004

Na de presentatie van de Mensenrechtenrapportage 2012-2013 door Aziz Beth Aho, voorzitter van de Aramese Beweging voor Mensenrechten, werd hierop gereageerd door VVD-Tweede Kamerlid Han ten Broeke en EU-parlementslid Peter van Dalen van de ChristenUnie, waarna de inleiders met elkaar en met de zaal in discussie gingen over de vraag wat Nederland en EU kunnen doen om de bedreigde Aramese christenen in Turkije, Irak en Syrië te helpen.

De belangstelling onder de bewoners van Oldenzaal groot. Diverse maatschappelijke en politiek partijen uit Oldenzaal en omgeving hebben de bijeenkomst bijgewoond. De reacties van de aanwezigen na de bijeenkomst was erg positief over de bijeenkomst. Jan Peters van Enschede voor Vrede heeft de avond voorgezeten.

 

http://www.twentejournaal.nl/artikel/25975–zoektocht-naar-bescherming-voor-aramese-christenen_3.html

DSC_0064

 

 

 

http://overijssel.christenunie.nl/k/n11735/news/view/630546/600614/fractie-bezoekt-avond-over-de-bescherming-van-aramese-christenen.html

“Libanon in de schaduw van Syrië”

elia-barsoum

Op vrijdagavond 21 februari a.s. organiseert de Aramese Beweging voor Mensenrechten, één van de samenwerkingspartners binnen het Syria’sRequest Netwerk, een bijeenkomst over de situatie in Libanon “in de schaduw van” het aanhoudende geweld van Syrië. Deze avond begint om 20.00 uur en vindt plaats in de kleine zaal van het verenigingsgebouw van Platform Aram, Vlierstraat 93 te Enschede.

De inleiding zal worden verzorgd door Elia Barsoum. Tijdens de Libanese burgeroorlog in de jaren ’80 van de vorige eeuw, studeerde Elia Barsoum als Libanees vluchteling toegepaste wiskunde aan de Universiteit Twente om na afloop van de oorlog weer naar Beiroet terug te keren waar hij thans werkzaam is aan de universiteit (AUCE). Zowel in Twente als in Libanon was en is Elia actief op het gebied van kerk en mensenrechten en in Beiroet staat hij aan de wieg van de Libanese afdeling van de Aramese Beweging voor Mensenrechten.

Het bijna drie jaar aanhoudende oorlogsgeweld in Syrië heeft steeds grotere gevolgen voor de buurlanden en met name voor het kleinste en vrijwel geheel door Syrië omgeven buurland Libanon. Een kwart van de huidige Libanese bevolking is Syrisch vluchteling en de sektarische scheidslijnen tussen soennieten en sji’ieten hebben inmiddels ook in Libanon tot aanslagen en een politieke impasse geleid. Welke gevolgen heeft dit voor de burgerbevolking van Libanon? Wat is de rol van de Libanese kerken in dit geheel? En wat zouden we vanuit Nederland kunnen doen?

De voertaal van de bijeenkomst is het Nederlands.

http://hetnabijeoostennabijtwente.blogspot.nl/2014/02/bericht-van-onze-man-in-libanon.html

affiche Libanon in de schaduw van Syri+½ – 2014-02-21