Categoriearchief: Nieuws

Kamervragen en Europese opvolging na bedreigingen tegen kardinaal Sako


Enschede, januari 2026 – De inzet van ABM heeft inmiddels geleid tot concrete politieke stappen. Op verzoek van de Aramese Beweging voor Mensenrechten heeft Tweede Kamerlid Don Ceder (ChristenUnie) op 7 januari 2026 officiële Kamervragen gesteld aan de minister van Buitenlandse Zaken over de bedreigingen tegen kardinaal Sako en de kwetsbare positie van Aramese christenen in Irak.

In zijn vragen verwijst Don Ceder expliciet naar het persbericht en de oproep van ABM en vraagt hij onder meer:
– om een publieke veroordeling van de bedreigingen;
– om diplomatieke druk op de Iraakse regering, eventueel in EU‑verband;
– om actieve inzet voor de bescherming van Aramese en andere christelijke minderheden;
– en om voortgang bij de aanstelling van een EU‑gezant voor vrijheid van religie.

Daarnaast heeft het christelijke nieuwsplatform Cvandaag uitgebreid aandacht besteed aan deze ontwikkelingen. In het artikel wordt de ernst van de bedreigingen en de politieke vragen in Den Haag belicht, wat bijdraagt aan bredere maatschappelijke bewustwording.

Contact met het Europees Parlement
Ook op Europees niveau is de zaak inmiddels opgepakt. ABM‑voorzitter Aziz Beth Aho heeft de laatste paar dagen rechtstreeks contact gehad met leden van het Europees Parlement, waaronder Bert Jan Ruissen (SGP) en Sander Smit (BBB). Deze Europarlementariërs hebben aangegeven de zorgen van ABM te delen en gezamenlijk verdere politieke actie te zullen ondernemen binnen de Europese instellingen.

Blijvende inzet van ABM
ABM beschouwt deze politieke opvolging als een belangrijke eerste stap, maar benadrukt dat blijvende aandacht en druk noodzakelijk zijn. Bedreigingen tegen een geestelijk leider hebben directe gevolgen voor de veiligheid en het toekomstperspectief van de gehele gemeenschap en vergroten de kans op verdere emigratie uit Irak.

ABM zal de ontwikkelingen blijven volgen en zich onverminderd blijven inzetten voor de bescherming van Aramese christenen en andere religieuze minderheden in Irak en het Midden‑Oosten.

Kamervragen:
https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/kamervragen/detail?id=2026Z00090&did=2026D00210

Zie ook onderstaande artikel:
https://cvandaag.nl/108625-christenunie-stelt-kamervragen-over-bedreigingen-kardinaal-sako-in-irak

Marteldood Syrische predikant en familie vraagt om Europese actie

Datum: 23 juli 2025

ENSCHEDE- De Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) heeft vandaag Nederlandse Kamerleden, Europarlementariërs en EU-vertegenwoordiger Kaja Kallas opgeroepen tot internationale actie na de marteldood van pater Khaled Mazhar en twintig van zijn familieleden in Sweida, Syrië.

Pater Mazhar, van Druzische afkomst, bekeerde zich jaren geleden samen met zijn familie tot het christendom. Hij diende sindsdien als predikant van de Evangelische Goede Herder in zijn geboortestreek Sweida, waar hij in vrede leefde met zijn omgeving. Op 18 juli werd hij op de eerste dag van een invasie in Sweida door jihadisten vermoord, samen met zijn broers, hun kinderen, ouders en andere familieleden.

ABM spreekt van een gecoördineerde aanval op religieuze minderheden en waarschuwt voor het uitblijven van een internationale reactie. Tegelijkertijd uit ABM stevige kritiek op de wijze waarop media berichten over het geweld. In plaats van jihadistische groeperingen te benoemen, wordt in sommige kringen misleidend gesproken over “Arabische bedoeïenen”.

Voorzitter Aziz Beth Aho:
“Wat zich in Zuid-Syrië afspeelt is niets minder dan een poging tot religieuze zuivering. Dat dit nauwelijks aandacht krijgt in de internationale politiek of media is beschamend. Als zelfs de terminologie wordt aangepast om het geweld te verzachten, raken de slachtoffers verder uit beeld.”

ABM roept op tot:

Internationaal onafhankelijk onderzoek naar deze en eerdere misdaden;

Gerichte diplomatie en humanitaire bescherming van religieuze minderheden;

Eerlijke en feitelijke berichtgeving in de media.

Meer informatie en bronnen:

Aramese organisaties organiseren een stille tocht voor de slachtoffers van de zelfmoordaanslag in St. Elia Kerk in Damascus

Priester en familieleden die vermoord zijn

Gezamenlijke resolutie Europees Parlement: krachtig signaal voor bescherming religieuze minderheden in Syrië

Gezamenlijke resolutie Europees Parlement: krachtig signaal voor bescherming religieuze minderheden in Syrië

10 juli 2025 – ENSCHEDE / BRUSSEL

Met dankbaarheid en waardering kijkt de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) terug op de brede steun in het Europees Parlement voor de gezamenlijke resolutie over de bescherming van religieuze minderheden in Syrië. Deze resolutie werd aangenomen op 9 juli 2025, kort na de gruwelijke zelfmoordaanslag op de St. Elia-kerk van de Antiocheens-Orthodoxe gemeenschap in Damascus, waarbij meer dan 25 mensen omkwamen en tientallen gewond raakten.

De motie, ingediend op initiatief van Europarlementariërs Bert-Jan Ruissen (SGP) en Sander Smit (BBB) en medeondertekend door vijf fracties (PPE, ECR, S&D, Groenen, Renew), werd met brede steun aangenomen. ABM was in aanloop naar de resolutie intensief in contact met beide initiatiefnemers en spreekt haar bijzondere dank aan hen uit voor hun inzet en betrokkenheid.

Inhoud van de aangenomen resolutie

De gezamenlijke motie roept op tot:

  • Een krachtige veroordeling van de aanslag op de Mar Elias-kerk;
  • Bescherming van religieuze minderheden in Syrië, waaronder de Aramese christenen;
  • Een oproep aan de EU-lidstaten om sancties te handhaven en uit te breiden tegen verantwoordelijken voor schendingen van godsdienstvrijheid;
  • Een duidelijk verzoek aan de Syrische overgangsautoriteiten, de EU en buurlanden om de strijd tegen islamitisch terrorisme op te voeren en alle Syriërs te beschermen.

Er werd in het debat expliciet verwezen naar de petitie van ABM en de Aramese Federatie Nederland met zeven aanbevelingen, die op 20 juni voorafgaand aan de mensenrechtenconferentie in Enschede werd overhandigd aan Bert-Jan Ruissen. Deze petitie bevatte o.a. het voorstel voor de aanstelling van een EU-contactpersoon voor de Aramese gemeenschap.

Een krachtig politiek en moreel signaal

Tijdens het indringende spoeddebat op 9 juli spraken meerdere Europarlementariërs, waaronder Ingeborg ter Laak (CDA), Kathleen Van Brempt (S&D), Seán Kelly (EPP) en João Cotrim de Figueiredo (Renew), hun diepe zorgen uit over de situatie van religieuze en etnische minderheden in Syrië. Het verbatim verslag van dit debat is beschikbaar via het Europees Parlement. Het volledige debat is terug te vinden in het verbatim verslag van het Europees Parlement van 9 juli 2025. https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/PV-10-2025-07-09_EN.html?utm_source=chatgpt.com

De aangenomen motie is een belangrijke stap, maar ABM benadrukt dat het nu wachten is op een concrete reactie van de Europese Commissie. Het mag niet bij woorden en resoluties blijven: er moeten tastbare maatregelen komen.

ABM blijft de ontwikkelingen volgen

ABM zal de voortgang van de Europese Commissie nauwlettend volgen en blijft zich inzetten voor:

  • Internationale bescherming van bedreigde minderheden;
  • Aanstelling van een speciale EU-contactpersoon voor de Aramese gemeenschap;
  • Politieke druk op staten die extremistische groeperingen steunen;
  • Structurele steun aan lokale mensenrechtenorganisaties.

Aziz Beth Aho : “We hebben een morele én politieke verplichting om op te komen voor zij die systematisch worden onderdrukt. Dit is niet alleen een Syrisch probleem, dit is een mensenrechtencrisis van wereldformaat.”

De aandacht voor Syrië glijdt weg: vanuit Twente wordt lot Arameeërs en Alawieten op agenda in Brussel gezet

Twentse Arameeërs zien de (politieke) aandacht voor de situatie in Syrië al een tijdje verzwakken. Terwijl de zorgen over het lot van minderheden in het land, waar duizenden van hen hun roots hebben, er niet minder op zijn geworden. Afgelopen vrijdag kwamen in Enschede vertegenwoordigers van Arameeërs, alawieten en druzen samen met landelijke en Europese politici om erover te praten. Met het aanbieden van een petitie en het organiseren van een conferentie hopen zij de aandacht voor de mensenrechten in Syrië vast te houden.
https://www.twentefm.nl/artikel/5544704/de-aandacht-voor-syrie-glijdt-weg-vanuit-twente-wordt-lot-arameeers-en-alawieten-op-agenda-in-brussel-gezet?fbclid=IwY2xjawLH6XZleHRuA2FlbQIxMQABHnfn2fXrMe4WoWe9_X0qU9NP6jAsReQSKFUlerK-bJqCXoJ-sKqhgiLc4G82_aem_DyjnPAJvPalAWvB1hk3zFw

Christenen willen opnieuw vluchten uit Syrië. ‘Varkensvreters! Jullie komen ook aan de beurt!’

 Het zwarte scenario dat door de nieuwe Syrische regering, maar vooral door de christenen in dat land werd gevreesd, lijkt uitgekomen: bij een aanslag in een kerk in de hoofdstad Damascus kwamen zondag minstens 22 mensen om en raakten er 59 gewond. ‘Iedereen wil weg.’

https://www.nd.nl/geloof/geloof/1273358/christenen-willen-opnieuw-vluchten-uit-syrie-varkensvreters-j#closemodal

Europese én Nederlandse politici in Twente: aandacht voor bedreigde Arameeërs en andere minderheden in Syrië

PERSBERICHT

Enschede, 13 juni 2025

Europese én Nederlandse politici in Twente: aandacht voor bedreigde Arameeërs en andere minderheden in Syrië
Op vrijdagavond 20 juni 2025 brengen Europarlementariër Bert-Jan Ruissen (Nederland), voormalig Europarlementariër Helmut Geuking (Duitsland), Márton Gyöngyösi (Hongarije) én Tweede Kamerlid Isa Kahraman (NSC) een werkbezoek aan de Aramese gemeenschap in Twente. De bijeenkomst vindt plaats in de Syrisch-Orthodoxe Kerk Sint Jacob van Sarukh in Enschede en staat in het teken van mensenrechten, veiligheid en de toekomst van religieuze en etnische minderheden in Syrië.
De Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) organiseert dit publieke evenement in samenwerking met de European Christian Political Party (ECPP). Centraal staat de zorgwekkende situatie van Aramese en Armeense christenen, Alawieten, Druzen en andere minderheden in Syrië, die ernstig te lijden hebben onder het nieuwe regime en kampen met onderdrukking, geweld en ontheemding.
Internationale én lokale inzet noodzakelijk
De bijeenkomst onderstreept het belang van zowel Europese als Nederlandse politieke aandacht voor de mensenrechtensituatie in Syrië. De aanwezigheid van leden van het Europees Parlement en de Tweede Kamer benadrukt de noodzaak tot politieke actie – niet alleen op het wereldtoneel, maar ook lokaal, waar veel vluchtelingen en minderheden bescherming zoeken.

In Twente wonen ruim 30.000 Arameeërs. Daarnaast hebben zich in de regio ook andere Syrische minderheden gevestigd, zoals Assyriërs, Armeniërs, Koerden en Yezidi’s, die hun land moesten verlaten door vervolging en instabiliteit. Deze gemeenschappen maken inmiddels integraal deel uit van de Twentse samenleving.
Omdat lokale overheden en maatschappelijke organisaties intensief met deze groepen samenwerken, worden zij nadrukkelijk uitgenodigd voor deze bijeenkomst. Hun betrokkenheid is essentieel om inzicht te krijgen in de maatschappelijke, culturele en humanitaire context waarin deze inwoners verkeren.
Ervaren pleitbezorger voor mensenrechten
Aziz Beth Aho, voorzitter van de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM), is al jarenlang actief als pleitbezorger voor de mensenrechten van Arameeërs in het Midden-Oosten. Met zijn jarenlange inzet en internationale netwerk geeft hij al decennia lang een stem aan een vergeten gemeenschap.

Gastsprekers op 20 juni:
Bert-Jan Ruissen – Lid Europees Parlement voor SGP (Nederland)
Helmut Geuking – Partijleider van de FamilienPartei (Duitsland)
Márton Gyöngyösi – Directeur politieke relaties van de ECPP in Brussel
Isa Kahraman – Tweede Kamerlid voor NSC (Nederland)
Meltem Halaceli – Syrian Human Rights Organisation
Aziz Beth Aho – Voorzitter ABM en mensenrechtenactivist
De avond biedt ruimte voor interactie met het publiek, onder leiding van een dagvoorzitter.
________________________________________
Praktische informatie:
Datum: Vrijdag 20 juni 2025
Inloop: 19.00 uur
Aanvang programma: 19.30 uur
Informeel samenzijn: vanaf 21.00 uur
Locatie: Ontmoetingsruimte, Syrisch-Orthodoxe Kerk Sint Jacob van Sarukh, M.H. Tromplaan 50, Enschede

Voor meer informatie of interviewverzoeken: info@aramesebeweging.nl
________________________________________

Aan Minister van Buitenlandse Zaken, Stef Blok: Turkse invasie in Noordoost-Syrië

minister van Buitenlandse Zaken, Stef Blok, inval Turkije Syrie

Betreft Turkse invasie in Noordoost-Syrië                                                 Enschede, 14 oktober 2019

Geachte minister,
Mede met het oog op het debat dat u deze week zult voeren over de Turkse invasie in  Noordoost-Syrië, hecht de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) eraan de onderstaande punten met u te delen.

Ons schieten letterlino-war-on-syriajk de woorden te kort om de Turkse invasie in Noordoost-Syrië te veroordelen. De bevolking van dit gebied hunkert, na meer dan acht jaar oorlog en een voortdurende strijd tegen en terrorisering door ISIS, naar vrede en een einde van de gewelddadigheden om het normale leven weer op te pakken. In plaats daarvan ligt ze nu voluit onder vuur en gaat ze een onzekere toekomst tegemoet.

De gewelddadigheden die afgelopen woensdag met de Turkse aanval op Noordoost-Syrië
begonnen treffen niet alleen het laatstgenoemde gebied maar ook de grensregio in het zuidoosten van Turkije. Uitgerekend deze twee aan elkaar grenzen regio’s vormen het kerngebied van de Aramese gemeenschap in het Midden-Oosten en het herkomstgebied van de meer dan 25.000 Arameeërs die de afgelopen decennia in Twente en omgeving zijn komen wonen. Vrijwel allemaal hebben ze nog familie in deze regio’s van wie ze dagelijks berichten over aanslagen, beschietingen en bombardementen ontvangen en berichten over getroffen gebouwen en gewonde of gedode bekenden.

De gevolgen van deze Turkse aanval beperken zich echter niet alleen tot de Aramese, Koerdische en Arabische burgerbevolking in deze multiculturele en multireligieuze regio van Syrië, maar ook Europa en de rest van de wereld zullen de gevolgen merken, nu als gevolg van deze aanval door Koerdische milities vastgehouden ISIS-strijders uit hun gevangenkampen weten te ontsnappen en vol extra vergeldingsdrang over de wereld uit zullen zwermen.”

In dit verband moeten we u tot onze grote spijt wijzen op de nalatigheid van de internationale
gemeenschap om een oplossing te vinden voor de berechting en detentie van deze ISIS-strijders. Terwijl duidelijk was dat de bestaande situatie, waarin de Koerdische milities noodgedwongen de verantwoordelijkheid voor de gevangenkampen op zich namen, onhoudbaar was, bleef de internationale gemeenschap om de hete brei van een oplossing heen draaien en werd geen werk gemaakt van de ook door ABM ondersteunde voorstellen om tot een internationaal tribunaal te komen dat deze verantwoordelijkheid van de Koerden zou overnemen.

Ook ziet ABM tot haar leedwezen haar vele door de Nederlandse politiek in de wind geslagen
waarschuwingen bevestigt dat Turkije feitelijk met jihadistische milities in Syrië en zelfs met ISIS
samenwerkt. Vanuit Noordoost-Syrië komen thans volop berichten over het zij-aan-zij optrekken van het Turkse leger, jihadistische milities en vrijgekomen ISIS-strijders. Tot de jihadistische milities behoren ook milities die tot vrij recent door de Nederlandse regering werden ondersteund en van militair materiaal werden verzien terwijl de Nederlandse regering pas afgelopen vrijdag, na een door de Tweede Kamer aangenomen motie, tot een wapenembargo jegens Turkije heeft besloten. Een wapenembargo waar ABM al enkele jaren geleden om heeft gevraagd op basis van de informatie die zij had en in diverse brieven met u heeft gedeeld over de steun van Turkije aan jihadistische milities in Syrië.

Zelfs in het Kamerdebat donderdagmiddag wees de Nederlandse regering nog op de politieke en militaire samenwerking met Turkije. Daarmee hebben Nederland en de Europese Unie zich
feitelijk laten ringeloren door Turkije. De zogenaamde vluchtelingendeal is daarvan wel het meest bizarre voorbeeld en ook nu zien we weer dat president Erdoğan de opzegging van de
vluchtelingendeal of zelfs het naar Europea doorsturen van de in Turkije verblijvende 3,5 miljoen vluchtelingen als drukmiddel naar de EU gebruikt. We roepen Nederland en de EU op niet voor dit dreigement te wijken.

Het is naar de mening van ABM überhaupt een schande dat president Erdoğan uitgerekend
vluchtelingen inzet als wapen tegen de EU en mogelijk ook straks in de zogenaamde bufferzone
in Noordoost-Syrië om de daar thans levende (Aramese, Koerdische en Arabische) bevolking te
verdrijven. En dat terwijl de afgelopen woensdag begonnen oorlog inmiddels al weer 100.000
burgers extra op de vlucht heeft laten slaan. Velen voor hen inmiddels voor de tweede of derde
keer in acht jaar tijd.

Met vriendelijke groet,
namens de Aramese Beweging voor Mensenrechten,

Aziz Beth Aho
voorzitter

Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) veroordeelt Turkse invasie in Noordoost-Syrië

PDF: ABM verklaring inzake Turkse invasie in Noordoost Syrië[16396]

qamishli aansalg 2019

PERSBERICHT

Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) veroordeelt Turkse invasie in Noordoost-Syrië

Enschede, 11 oktober 2019 – Woorden schieten letterlijk te kort om de Turkse invasie in Noordoost-Syrië te veroordelen. De bevolking van dit gebied hunkert, na meer dan acht jaar oorlog en een voortdurende strijd tegen en terrorisering door ISIS, naar vrede en een einde van de geweld­dadigheden om het normale leven weer op te pakken. In plaats daarvan ligt ze nu voluit onder vuur en gaat ze een onzekere toekomst tegemoet.

De gewelddqamishli2adigheden die afgelopen woensdag met de Turkse aanval op Noordoost-Syrië begonnen treffen niet alleen het laatstgenoemde gebied maar ook de grensregio in het zuidoosten van Turkije. Uitgerekend deze twee aan elkaar grenzen regio’s vormen het kerngebied van de Aramese gemeenschap in het Midden-Oosten en het herkomstgebied van de meer dan 10.000 Arameeërs die de afgelopen decennia in Twente zijn komen wonen. Vrijwel allemaal hebben ze nog familie in deze regio’s van wie ze dagelijks berichten over aanslagen, beschietingen en bombardementen ontvangen en berichten over getroffen gebouwen en gewonde of gedode bekenden.

“De gevolgen van deze Turkse aanval beperken zich echter niet alleen tot de Aramese, Koerdische en Arabische burgerbevolking in deze multiculturele en multireligieuze regio van Syrië,” zo benadrukt Aziz Beth Aho, voorzitter van de ABM. “Ook Europa en de rest van de wereld zullen de gevolgen merken, nu als gevolg van deze aanval door Koerdische milities vastgehouden ISIS-strijders uit hun gevangenkampen weten te ontsnappen en vol extra vergeldingsdrang over de wereld uit zullen zwermen.”

Beth Aho wijst in dit verband op de nalatigheid van de internationale gemeenschap om een oplossing te vinden voor de berechting en detentie van deze ISIS-strijders. Terwijl duidelijk was dat de bestaande situatie, waarin de Koerdische milities noodgedwongen de verantwoordelijkheid voor de gevangenkampen op zich namen, onhoudbaar bleef de internationale gemeenschap op de hete brei van een oplossing heen draaien en werd geen werk gemaakt van door ABM ondersteunde voorstellen om tot een internationaal tribunaal te komen dat deze verantwoordelijkheid van de Koerden zou overnemen.

Ook ziet ABM tot haar leedwezen haar vele door de Nederlandse politiek in de wind geslagen waarschuwingen bevestigd dat Turkije feitelijk met jihadistische milities in Syrië en zelfs met ISIS samenwerkt. Vanuit Noordoost-Syrië komen thans volop berichten over het zij-aan-zij optrekken van het Turkse leger, jihadistische milities en vrijgekomen ISIS-strijders. Tot de jihadistische milities behoren ook milities die tot vrij recent door de Nederlandse regering werden ondersteund en van militair materiaal werden verzien terwijl de Nederlandse regering pas vandaag, na een door de Tweede Kamer aangenomen motie, tot een wapenembargo jegens Turkije heeft besloten. Een wapenembargo waar ABM al enkele jaren geleden om heeft gevraagd op basis van de informatie die zij had en met Nederlandse politici deelde over de steun van Turkije aan jihadistische milities in Syrië.

“Zelfs in het Kamerdebat donderdagmiddag wees de Nederlandse regering nog op de politieke en militaire samenwerking met Turkije,” benadrukt Beth Aho. “Daarmee heeft Nederland en heeft de Europese Unie zich feitelijk laten ringeloren door Turkije. De zogenaamde vluchtelingendeal is daarvan wel het meest bizarre voorbeeld en ook nu zie je weer dat Erdoğan de opzegging van de vluchtelingendeal of zelfs het naar Europea doorsturen van de in Turkije verblijvende 3,5 miljoen vluchtelingen als drukmiddel naar de EU gebruikt. De EU moet hier niet voor wijken.”

Hij noemt het een schande dat Erdoğan uitgerekend vluchtelingen inzet als wapen tegen de EU en mogelijk ook straks in de zogenaamde bufferzone in Noordoost-Syrië om de daar thans levende bevolking te verdrijven. En dat terwijl de afgelopen woensdag begonnen oorlog inmiddels al weer 100.000 burgers op de vlucht heeft laten slaan. Velen voor hen inmiddels voor de tweede of derde keer in acht jaar tijd.

Nadere informatie bij Aziz Beth Aho, voorzitter ABM, 06-…

Steun aan gewapende groeperingen in Syrië na de ‘gematigde oppositie’ ook de Koerden

human rights

Zie ook artikel in het AD: LINK

 

 

 

 

 

aan de leden van de Vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken,

via de griffier van de commissie, de heer Van Toor.

Enschede, 12 september 2018

betreft: steun aan gewapende groeperingen in Syrië na de ‘gematigde oppositie’ ook de Koerden

Geachte leden van de commissie,

Voor zover we in ons uitgebreide brievenarchief met uw Kamercommissie na hebben kunnen gaan hebben we u en de minister vanaf de zomer van 2015 bestookt met berichten die we uit Syrië kregen dat ook de ‘gematigde oppositie’ zich schuldig maakte aan gewelddadigheden tegen etnische en religieuze minderheden en dat de Nederlandse steun aan deze oppositie ook bij jihadistische organisaties terecht kwam. Vlak voor de zomer nog plaatste de Volkskrant een door ons geschreven opinie-artikel met als titel
“Nederland moet stoppen met steun aan de gewapende Syrische oppositie”. Daarin verwezen we onder andere naar het feit dat zowel de Britse als de Amerikaanse regering hun steun aan deze  gematigde oppositie’ al hadden stopgezet nadat  onderzoeksjournalisten hadden gewezen op de nauwe verstrengeling cq. het feitelijk samenvallen van ‘gematigde oppositie’ en jihadistische strijdgroepen.

Drie jaar lang leken onze brieven en opinie-artikelen tegen dovemansoren gericht, maar dankzij het onderzoek van Nieuwsuur en Trouw lijken de eerder afgegeven signalen dan toch doorgekomen en heeft de Kamer de regering unaniem om opheldering gevraagd. Vanzelfsprekend zullen we de ontwikkelingen
kritisch blijven volgen.

Met deze brief willen we echter nog een andere, sterk gerelateerde kwestie onder uw aandacht brengen. Een kwestie die we vanaf januari 2016 (zie het bijgevoegde opinie-artikel van 22 januari 2016) ook al onder uw aandacht poogden te brengen en die de steun van de ‘gematigde oppositie’ in Syrië, maar die aan de Koerdische bondgenoten in de strijd tegen IS in Irak en Syrië betreft.

De toen reeds uitgesproken vrees dat een groeiend en meer ruimte krijgend Koerdisch nationalisme ten koste zou gaan van de taalkundige, culturele en religieuze identiteit van in de door Koerdische milities beheerste gebieden, blijkt helaas bewaarheid te worden. Niet alleen in Noord-Irak, wat we toen aan de orde stelden, maar ook in Noord-Syrië.


Afgelopen maand bereikten ons de eerste berichten vanuit Qamishli dat de Koerdische autoriteiten die deze van oorsprong Aramese stad beheersen de Aramese scholen willen dwingen om in plaats van het
bestaande curriculum een door de Koerdische autoriteiten ontwikkeld curriculum in te voeren waarin geen ruimte meer is voor de Aramese taal, religie en cultuur en de leerlingen een herschreven Koerdische geschiedenis van het gebied onderwezen zouden krijgen. Niet alleen de Aramese bevolking, maar ook de Arabische en een deel van de Koerdische bevolking van Qamishli, die hun kinderen naar de Aramese scholen sturen omdat deze goed staan aangeschreven, zijn vorige maand de straat op gegaan om te
protesteren tegen deze maatregel.

Naast diverse geweldsincidenten eerder dit jaar tegen Arameeërs in Qamishli en omgeving waarbij ook doden zijn gevallen, is dit een zoveelste voorbeeld van hoe met Nederland en het Westen verbonden en door hen gesteunde bondgenoten in de praktijk weinig op hebben met culturele en andere godsdienst- en
mensenrechten van minderheden die zich in de door hen gecontroleerde gebieden bevinden.


We doen daarom een klemmend beroep op uw Kamer en op de Nederlandse regering om de komende dagen en weken niet alleen te focussen op wat er is misgegaan bij de inmiddels grotendeels stopgezette ondersteuning van de ‘gematigde oppositie’ in Syrië, maar ook alvast maatregelen te treffen om de daar
gemaakte fouten niet te herhalen bij de ondersteuning van de Koerdische autoriteiten en hen aan te spreken op het nakomen van afgegeven beloftes om mensenrechten en rechten van minderheden te respecteren.

Met vriendelijke groet,
namens de Aramese Beweging voor Mensenrechten,

 

Aziz Beth Aho – voorzitter ABM
c.c. De minister van Buitenlandse Zaken
bijlage: opinie-artikel “Geen onbeperkte steun aan Koerden” in Trouw d.d. 22 januari 2016

Erkenning genocide op Arameeërs van 1915

genocide1915

aan de   leden van de Vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken,

betreft:  Erkenning genocide op Armeniërs en Arameeërs van 1915

Enschede, 12 februari 2018

 

Geachte leden van de commissie,

 

Met het oog op het debat deze week over het gezamenlijk advies van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) en de Extern Volkenrechtelijk Adviseur (EVA) “inzake mogelijkheden, betekenis en wenselijkheid van het gebruik door politici van de term genocide” en de reactie van de regering daarop, wil de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) de volgende punten onder uw aandacht brengen:

 

  1. Zonder nadere toelichting reduceren de CAVV en de EVA het begrip ‘politici’ al in paragraaf 1 van hun gezamenlijk advies tot ‘leden van het parlement’ waarbij ze leden van de regering en dus de regering als zodanig buiten beschouwing laten. In hun advies en ook in de hoorzitting die uw Kamer over het advies organiseerde benadrukken zij vervolgens “dat parlementaire vaststellingen in het internationaal recht een andere [mindere – ABM] juridisch betekenis hebben dan handelingen van de regering” en dat “[a]an standpunten van het parlement volkenrechtelijk gezien (…) geen bijzonder gewicht [kan] worden toegekend”. Het oordeel dat er dus toe doet is het oordeel van de regering, maar het belang daarvan komt in het advies niet aan de orde.

 

  1. Een tweede reductie die de CAVV en de EVA zonder nadere toelichting al in het begin maken is dat ze zich willen beperken tot genocides of misdaden tegen de menselijkheid die nog gaande zijn. Discussies over genocides of misdaden tegen de menselijkheid uit het verleden betreffen vooral juridische vragen rond reparaties en excuses. In haar reactie stelt de regering vervolgens in haar antwoord op vraag 11 dat zij de Armeense genocide vooral als een zaak van de Turkse en Armeense regering ziet om er een gezamenlijke duiding van te geven “met als doel de noodzakelijke acceptatie en verwerking van het verleden”.

Hierbij hebben we een aantal opmerkingen:

  • Wat zou de regering in deze lijn willen voorstellen inzake van de genocide die gelijk met de Armeense genocide op de Arameeërs werd gepleegd? De Arameeërs hebben geen eigen staat en dus geen eigen regering die namens hen het gesprek met de Turkse regering aan zou kunnen gaan. En dat geldt voor meer volkeren die geen eigen staat hebben en in het verleden juist wel onder een genocide hebben geleden. Je zou zelfs kunnen stellen dat de meeste volkeren die in het verleden onder een genocide geleden hebben geen eigen staat hebben die voor hen op zou kunnen komen. Wie zou volgens de Nederlandse regering namens deze slachtoffers in gesprek moeten met de regering die de daders vertegenwoordigd om tot “de noodzakelijke acceptatie en verwerking van het verleden” te komen?
  • De overlevenden van de genocide die in 1915 op de Arameeërs is gepleegd wonen inmiddels voor een groot deel in het Westen en zijn staatsburger van deze landen. Ook van Nederland, waar zo’n 15.000 Arameeërs wonen. Genocide-onderzoeker Ugur Üngör wees tijdens de hoorzitting al op hun bestaan en ook op het belang dat zij – al dan niet expliciet – hechten aan de erkenning door ook hùn Nederlandse regering van het leed dat hun gemeenschap is aangedaan èn aan de inzet van ook hùn Nederlandse regering om “de noodzakelijke acceptatie en verwerking van het verleden” dichterbij te brengen.
  • Door enerzijds een scherp onderscheid te maken tussen “historische” en “nog gaande” genocides en anderzijds juist het onderscheid te relativeren tussen “genocides” en “misdaden tegen de menselijkheid” gaan de CAVV, de EVA en in hun kielzog de Nederlandse regering volstrekt voorbij aan het karakter van een verschijnsel “genocide” zoals in verschillende studies naar voren is gebracht. Het gaat bij genocide niet enkel om een massamoord, maar op het verwijderen van alles wat aan het bestaan van een bevolkingsgroep herinnert: overlevenden hebben een andere identiteit gekregen, culturele sporen in schrift, gebouwen, bewoningssporen, archeologische sites worden doelbewust vernietigd en uit de geschiedschrijving geschrapt. De ontkenning van de genocide is een wezenskenmerk van dit verschijnsel en vormt er als het ware het sluitstuk van. Dat betekent dat zolang ze ontkend wordt, een genocide altijd door blijft gaan en geen historisch feit kan zijn dat als afgesloten kan worden beschouwd. Dat we als Aramese Beweging voor Mensenrechten met grote regelmaat bij de Nederlandse regering en de Tweede Kamer aandacht vragen voor de immer voortgaande onteigening van kerken en kloosters door de Turkse regering, voor de (dreigende) vernietiging van duizenden jaren oude archeologische en historische sites waarvan er vele op de UNESCO-werelderfgoedlijst staan en voor de schendingen van de culturele en religieuze vrijheidsrechten van Arameeërs in het Midden-Oosten heeft alles te maken met het tot op de huidige dag doorwerken van die genocide en het hoofdkenmerk ervan: de systematische ontkenning van het bestaan van een Aramese bevolking. Het opkomen voor de mensenrechten van de Arameeërs van vandaag heeft dus alles te maken met de erkenning van de genocide van meer dan 100 jaar geleden.
  • De Nederlandse regeringen hebben de afgelopen decennia het opkomen voor de mensenrechten en voor de internationale rechtsorde altijd als één van de belangrijkste prioriteiten beschouwd in het Nederlands Buitenlands beleid. Het is ondenkbaar dat de Nederlandse regering bij grootschalige mensenrechtenschendingen elders in de wereld stelt dat dit een kwestie tussen de statelijke vertegenwoordiger van de dadergroep en die van de slachtoffergroep is. Wij zien niet in waarom dit bij genocides, de ergste mensenrechtenschending die er is, wel zou moeten gelden.

 

  1. In de kabinetsreactie van 22 december jl. is het antwoord op vraag 11 overigens gewijzigd! Er wordt nu gesteld dat er in deze kwestie geen sprake is van een uitspraak van een internationaal gerechts- of strafhof, noch van een bindende resolutie van de VN-Veiligheidsraad. Dit brengt ons tot onze slotvraag: welk initiatief gaat de Nederlandse regering dit jaar, waarin zij lid is van de VN-Veiligheidsraad, nemen om tot een bindende resolutie van dit orgaan inzake de genocide op de Armeniërs en Arameeërs te komen?

 

Met vriendelijke groet,

namens de Aramese Beweging voor Mensenrechten,

 

Aziz Beth Aho

voorzitter