Erkenning genocide op Arameeërs van 1915

genocide1915

aan de   leden van de Vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken,

betreft:  Erkenning genocide op Armeniërs en Arameeërs van 1915

Enschede, 12 februari 2018

 

Geachte leden van de commissie,

 

Met het oog op het debat deze week over het gezamenlijk advies van de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) en de Extern Volkenrechtelijk Adviseur (EVA) “inzake mogelijkheden, betekenis en wenselijkheid van het gebruik door politici van de term genocide” en de reactie van de regering daarop, wil de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) de volgende punten onder uw aandacht brengen:

 

  1. Zonder nadere toelichting reduceren de CAVV en de EVA het begrip ‘politici’ al in paragraaf 1 van hun gezamenlijk advies tot ‘leden van het parlement’ waarbij ze leden van de regering en dus de regering als zodanig buiten beschouwing laten. In hun advies en ook in de hoorzitting die uw Kamer over het advies organiseerde benadrukken zij vervolgens “dat parlementaire vaststellingen in het internationaal recht een andere [mindere – ABM] juridisch betekenis hebben dan handelingen van de regering” en dat “[a]an standpunten van het parlement volkenrechtelijk gezien (…) geen bijzonder gewicht [kan] worden toegekend”. Het oordeel dat er dus toe doet is het oordeel van de regering, maar het belang daarvan komt in het advies niet aan de orde.

 

  1. Een tweede reductie die de CAVV en de EVA zonder nadere toelichting al in het begin maken is dat ze zich willen beperken tot genocides of misdaden tegen de menselijkheid die nog gaande zijn. Discussies over genocides of misdaden tegen de menselijkheid uit het verleden betreffen vooral juridische vragen rond reparaties en excuses. In haar reactie stelt de regering vervolgens in haar antwoord op vraag 11 dat zij de Armeense genocide vooral als een zaak van de Turkse en Armeense regering ziet om er een gezamenlijke duiding van te geven “met als doel de noodzakelijke acceptatie en verwerking van het verleden”.

Hierbij hebben we een aantal opmerkingen:

  • Wat zou de regering in deze lijn willen voorstellen inzake van de genocide die gelijk met de Armeense genocide op de Arameeërs werd gepleegd? De Arameeërs hebben geen eigen staat en dus geen eigen regering die namens hen het gesprek met de Turkse regering aan zou kunnen gaan. En dat geldt voor meer volkeren die geen eigen staat hebben en in het verleden juist wel onder een genocide hebben geleden. Je zou zelfs kunnen stellen dat de meeste volkeren die in het verleden onder een genocide geleden hebben geen eigen staat hebben die voor hen op zou kunnen komen. Wie zou volgens de Nederlandse regering namens deze slachtoffers in gesprek moeten met de regering die de daders vertegenwoordigd om tot “de noodzakelijke acceptatie en verwerking van het verleden” te komen?
  • De overlevenden van de genocide die in 1915 op de Arameeërs is gepleegd wonen inmiddels voor een groot deel in het Westen en zijn staatsburger van deze landen. Ook van Nederland, waar zo’n 15.000 Arameeërs wonen. Genocide-onderzoeker Ugur Üngör wees tijdens de hoorzitting al op hun bestaan en ook op het belang dat zij – al dan niet expliciet – hechten aan de erkenning door ook hùn Nederlandse regering van het leed dat hun gemeenschap is aangedaan èn aan de inzet van ook hùn Nederlandse regering om “de noodzakelijke acceptatie en verwerking van het verleden” dichterbij te brengen.
  • Door enerzijds een scherp onderscheid te maken tussen “historische” en “nog gaande” genocides en anderzijds juist het onderscheid te relativeren tussen “genocides” en “misdaden tegen de menselijkheid” gaan de CAVV, de EVA en in hun kielzog de Nederlandse regering volstrekt voorbij aan het karakter van een verschijnsel “genocide” zoals in verschillende studies naar voren is gebracht. Het gaat bij genocide niet enkel om een massamoord, maar op het verwijderen van alles wat aan het bestaan van een bevolkingsgroep herinnert: overlevenden hebben een andere identiteit gekregen, culturele sporen in schrift, gebouwen, bewoningssporen, archeologische sites worden doelbewust vernietigd en uit de geschiedschrijving geschrapt. De ontkenning van de genocide is een wezenskenmerk van dit verschijnsel en vormt er als het ware het sluitstuk van. Dat betekent dat zolang ze ontkend wordt, een genocide altijd door blijft gaan en geen historisch feit kan zijn dat als afgesloten kan worden beschouwd. Dat we als Aramese Beweging voor Mensenrechten met grote regelmaat bij de Nederlandse regering en de Tweede Kamer aandacht vragen voor de immer voortgaande onteigening van kerken en kloosters door de Turkse regering, voor de (dreigende) vernietiging van duizenden jaren oude archeologische en historische sites waarvan er vele op de UNESCO-werelderfgoedlijst staan en voor de schendingen van de culturele en religieuze vrijheidsrechten van Arameeërs in het Midden-Oosten heeft alles te maken met het tot op de huidige dag doorwerken van die genocide en het hoofdkenmerk ervan: de systematische ontkenning van het bestaan van een Aramese bevolking. Het opkomen voor de mensenrechten van de Arameeërs van vandaag heeft dus alles te maken met de erkenning van de genocide van meer dan 100 jaar geleden.
  • De Nederlandse regeringen hebben de afgelopen decennia het opkomen voor de mensenrechten en voor de internationale rechtsorde altijd als één van de belangrijkste prioriteiten beschouwd in het Nederlands Buitenlands beleid. Het is ondenkbaar dat de Nederlandse regering bij grootschalige mensenrechtenschendingen elders in de wereld stelt dat dit een kwestie tussen de statelijke vertegenwoordiger van de dadergroep en die van de slachtoffergroep is. Wij zien niet in waarom dit bij genocides, de ergste mensenrechtenschending die er is, wel zou moeten gelden.

 

  1. In de kabinetsreactie van 22 december jl. is het antwoord op vraag 11 overigens gewijzigd! Er wordt nu gesteld dat er in deze kwestie geen sprake is van een uitspraak van een internationaal gerechts- of strafhof, noch van een bindende resolutie van de VN-Veiligheidsraad. Dit brengt ons tot onze slotvraag: welk initiatief gaat de Nederlandse regering dit jaar, waarin zij lid is van de VN-Veiligheidsraad, nemen om tot een bindende resolutie van dit orgaan inzake de genocide op de Armeniërs en Arameeërs te komen?

 

Met vriendelijke groet,

namens de Aramese Beweging voor Mensenrechten,

 

Aziz Beth Aho

voorzitter